nieuws

Werkgevers komen terug op gemaakte afspraak Regionalisering scholings- beleid weer uitgesteld

bouwbreed

Na het terugkomen op een gemaakte afspraak door werkgevers en drie jaar onderhandelen om een efficienter arbeidsmarkt- en scholingsbeleid voor de bouw op te zetten zal dit onderwerp bij de cao-onderhandelingen worden ingebracht. “We hadden bijna consensus. Werkgevers willen van dit onderwerp nu echter een cao-kwestie maken. Een dissonant”, aldus bondsbestuurder Bram Visser van de bouwbond FNV.

De instellingen die actief zijn op het gebied van arbeidsmarkt en opleidingen – zoals Bouw-Vak-Werk, het Scholingsfonds voor het Bouwbedrijf en de vakopleidingsinstituten SVB, SBW en SVS – hebben zich de afgelopen jaren weinig aangetrokken van de eerder gemaakte afspraken over een ‘samenhangend beleid’. Deze afspraken waren neergelegd in een brief van AVBB-secretaris Van Rooij (momenteel directeur, red.) uit 1991 aan de vakopleidingsinstituten waarin hij deze organisaties op de hoogte stelt van de ‘eenduidige organisatievorm’ op het gebied van arbeidsmarkt- en scholingsbeleid waartoe partijen in de bouw hebben besloten. In deze brief wordt gesteld dat er negen regionale besturen scholing, werkgelegenheid en arbeidsmarkt (RBSW’s) zullen komen die het beleid op deze terreinen voor de regio zal uitzetten.

In de praktijk ging het anders. De Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf besloot zelfstandig een eigen regionalisering door te voeren en opende zo’n anderhalf jaar geleden drie regiokantoren, naast het bestaande hoofdkantoor in Zoetermeer. Tevens werden negen bedrijfsadviseurs aangesteld die de opleidingen voor werknemers in de bouw aan de man moeten brengen. Het Scholingsfonds opende ongeveer in dezelfde tijd drie regionale vestigingen en stelde tevens adviseurs bedrijfsopleidingen aan. Bouw-Vak-Werk had al vijf vestigingen in de regio. Incidenteel zijn de regionale kantoren, die zich op operationeel niveau met de beleidsterreinen arbeidsmarkt en scholing bezighouden, bijelkaar gevoegd en is samenwerking ontstaan in de geest van de door partijen voorgestane RBSW’s, doordat activiteiten op elkaar werden afgestemd. Dit ontstond vanuit het eigen initiatief van de organisaties.

De SVB koos echter voor autonome vestigingen en eigen bedrijfsadviseurs. Overigens zegt Visser deze aanpak wel te begrijpen. “De individuele instellingen moeten een bedrijf voeren. Zij ke er niks aan doen dat partijen zo vreselijk lang de tijd nemen om een goed regionaal beleid in elkaar te zetten.”

Eenduidig

Door de versnipperde aanpak kosten de activiteiten op het gebied van arbeidsmarkt, scholing en opleidingen meer dan nodig is. “Het zou veel efficienter en vooral eenduidiger ke”, aldus Visser. Het is immers nog steeds zo dat de aannemer door alle instellingen die actief zijn op dit gebied apart benaderd kan worden over veelal dezelfde onderwerpen. “Het gaat vooral”, aldus Visser, “om zogenaamde instellingsoverschrijdende onderwerpen als bijscholing en het contact met arbeidsvoorziening die nu op de tafels van iedere afzonderlijke organisatie terecht komen. Het is natuurlijk veel efficienter om dit per regio centraal aan te pakken.”

Werkgevers, zo vervolgt Visser, willen echter af van de regionale besturen waar ze aanvankelijk (in 1991) mee hebben ingestemd. Sindsdien zijn er drie plenaire zittingen van partijen aan dit onderwerp gewijd en nog veel meer informele bijeenkomsten. In deze gesprekken stelden de werkgevers voor de regionale aansturing op deze beleidsterreinen te laten uitvoeren door de Regionale Opleidingscommissies ROC’s. Bouw-Vak-Werk zou daarnaast moeten worden teruggebracht tot een kennisinstituut in plaats van de organisatie die de vinger aan de pols van de arbeidsmarkt bouw houdt die ze nu is. Het Scholingsfonds zou in de werkgeversvisie teruggebracht moeten worden tot een verletfonds, dus zonder regionale structuur.

Visser noemt het neerleggen van de bestuurlijke verantwoordelijkheid bij de ROC’s ‘niet gelukkig’. “Wij vinden dat je met 28 besturen in het land geen beleid kan maken. Dat zijn er te veel. Daarnaast zijn de ROC’s doe-organen en geen beleids-organen.”

Geen stijl

Ondanks alle verschillen van mening tussen partijen was er enkele weken geleden bijna overeenstemming. “Samen met een afgevaardigde van werkgevers zijn twee stukken opgesteld waar we, naar mijn idee, allemaal mee konden leven. Over de komma’s waren we het alleen nog niet eens. Tot mijn verbazing kregen we echter onlangs een brief van het AVBB dat ze dit onderwerp in de cao willen bespreken. Ik vind dat geen stijl. Zeker niet na drie jaar onderhandelen en nadat werkgevers zijn teruggekomen op door henzelf ondertekende afspraken”, aldus Visser.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels