nieuws

Utrecht bouwt in 1995 vrijwel alleen duurzaam

bouwbreed

De gemeente Utrecht wil dat in het contingentjaar 1995 alleen woningen worden gebouwd aan de hand van een milieuvoorkeurlijst. De gemeente ondertekende daarvoor een overeenkomst met de stichting Utrechtse Woningcorporaties, het Overleg Bouwnijverheid Utrecht en Utrechtse architecten. Op grond daarvan wordt in alle bouwfasen aandacht besteed aan de aanbevelingen uit de Algemene Checklist Duurzaam Bouwen. Dat geldt vooral voor de ontwerpfase. De voorkeurlijst is verplicht voor de ontwikkeling van een nieuwbouwplan. De experimentele SEV-milieuclassificatie bepaalt de milieuwaardering van een bouwplan.

De gemeente zal volgens de ‘Milieuchecklist nieuwbouw van woningen’ in alle poovereenkomsten een paragraaf omtrent duurzaam bouwen opnemen. Hierin staan verwijzingen naar het basispakket van de milieulijst voor de nieuwbouw en naar de aanbevelingen uit de algemene lijst.

Bij de keuze van partijen weegt Utrecht de bereidheid om duurzaam te houwen en de eventuele resultaten in deze van eerdere poen. Bij het verlenen van opdrachten kijkt de gemeente eveneens naar de lijst van ondertekenaars. Het plaatselijk bestuur neemt de duurzame maatregelen mee in de kosten-kwaliteitstoets. Partijen ke de gemeente om advies vragen voor de keuze van deze maatregelen. De lokale overheid neemt deel aan het SEV-experiment Milieuclassificatie om dit waarderingssysteem verder te ontwikkelen.

Marktpartijen

De marktpartijen verplichten zich bij elk po voor nieuwbouw van woningen het basispakket uit de bijbehorende milieulijst toe te passen. Het gaat hierbij om 11 eisen en 31 aanbevelingen. Minimaal 70 procent van de aanbevelingen die voor een po gelden moet worden uitgevoerd. Verder moeten de partijen zich inspannen de aanbevelingen uit de algemene lijst te realiseren voor zover het de eigen verantwoordelijkheid betreft. Voor de kosten-kwaliteitstoets en de daaraan verbonden Woon Advies Commissie zullen de deelnemers verantwoording geven van hun inspanningen inzake het duurzame bouwen. Voorts werken ze mee aan de uitvoering van het SEV-programma Milieuclassificatie.

De overeenkomst geldt in beginsel voor het contingentjaar 1995. Na overleg met de convenantpartijen en wederzijdse goedkeuring volgt voortzetting van het programma. Alle deelnemers moeten instemmen met eventuele wijzigingen. Een bindend advies van een onafhankelijke adviseur beslecht een geschil over de overeenkomst. De partijen wijzen zelf de adviseur aan.

Bij het uitblijven van een eenduidige keuze dan wijzen ze ieder een adviseur aan die in onderling overleg een derde adviseur aanwijzen waarna de laatste het bindende advies geeft. Wanneer een partij kan aantonen dat het GIW in een specifiek geval niet de benodigde garantie geeft dan krijgt die een ontheffing van de verplichting het basispakket uit te voeren. Convenantpartner(s) ke in bijzondere gevallen of extreme situaties geheel of voor een deel ontheffing krijgen van de gezamenlijke partijen. De getroffen partner moet hiervoor tijdens de toetsingsprocedure een gemotiveerd verzoek indienen.

Eisen

De eisen uit het basispakket schrijven onder meer standaard de installatie van een gesloten en NOX-arme VR-ketel voor. Die spaart jaarlijks zo’n 100 kubieke meter gas. De ketel moet later te combineren zijn met een zonneboiler. In een te bouwen woning mag daarentegen niet meer een standaardvoorziening zitten voor een open haard of een allesbrander.

Dergelijke aansluitingen mogen alleen als meerwerk worden opgevoerd. In ter plaatse gestort beton moet 20 procent betonpuingranulaat zitten. Deze eis vervalt wanneer kan worden aangetoond dat verwerving en toepassing van het materiaal niet lukt.

Tropisch hardhout mag alleen dan worden gebruikt wanneer het uit duurzaam beheerde bossen komt. De lijst verbiedt houtproducten met meer dan vier gewichtsprocenten formaldehyde, Spaanplaat voldoet doorgaans niet aan deze eis. Alternatieven bieden lignine, houtwol met magnesiet en MDF.

De huidige grondverven bieden een gelijkwaardig of zelfs beter resultaat dan lood- of ijzermenie. Blijken de alternatieven als natuurverven en high solids niet in redelijkheid toepasbaar dan mogen lood- of ijzermenie weer wel worden gebruikt.

Materiaalkeuze

Hetzelfde geldt voor de toepassing van muurverf uit alkydhars. Als alternatieven komen watergedragen- en minerale muurverven in aanmerking. Flokkuleermiddel laat opgeloste verfresten bezinken waarna het eenvoudig als chemisch afval kan worden verwijderd. De binnenriolering mag niet meer uit PVC-delen bestaan maar uit PPC, (H)PE of keramische buizen. Middelen met CFK’s en HCFK’s mogen eveneens geen toepassing meer vinden.

Een omgekeerd warm dak levert evenwel problemen op bij de materiaalkeuze. In veel gevallen wordt nog gebruik gemaakt van HCFK’s bij de produktie van geextrudeerd PS. Alternatieven zijn geexpandeerd PS of kurk.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels