nieuws

Topman Roder van ENCI: Eis van Commissie voer voor juristen

bouwbreed

“Ik kan geen commentaar geven op de boete van de Europese Commissie. Maar het is zeker voer voor juristen”, aldus drs. D.S. Roder, lid raad van bestuur Eerste Nederlandse Cement Industrie (ENCI). “We geven geen commentaar. De heer Roder heeft u al te woord gestaan”, aldus een woordvoerster van de Vereniging Nederlandse Cementindustrie (VNC). De Europese Commissie beboette ENCI en VNC met totaal – 15,9 miljoen vanwege kartelafspraken.

Commissaris Karel Van Miert (concurrentie) heeft de Europese cementindustrie duidelijk gemaakt dat hij niet is gediend van kartelnetwerken. Na een onderzoek van vijf jaar beboette hij woensdagavond de sector met een bedrag van meer dan een half miljard gulden. Van Miert voerde verschillende redenen aan voor de hoogste geldboetes die de Europese Commissie sedert het bestaan van de Europese Unie uitdeelde aan een bepaalde industrietak. “De lange duur van inbreuken op de concurrentiewetgeving sedert 1983, de impact van het kartel waarvan de leden het overgrote deel van de Europese cementproduktie vertegenwoordigen, de zwaarte van het vergrijp zoals verdeling van de markt en onderlinge informatie-uitwisseling van gegevens om de concurrenten buiten te sluiten, de grootte van de markt en van het aantal kartelleden.”

Nederland

Roder van de ENCI, die een boete kreeg opgelegd van – 15,7 miljoen, is niet erg onder de indruk en verrast van de actie van Van Miert. In zijn reactie gaat de topman niet in op de argumentatie van de Commissie. “We hebben nog niet het gehele rapport gehad, slechts een samenvatting. We zijn derhalve niet in staat om te reageren. Verder wil ik nergens op in gaan.”

De eigenaren van ENCI, het Belgische cementbedrijf CBR (69 procent) en het Zwitserse Holderbank (31 procent) werden eveneens stevig aangepakt. Bij elkaar moeten zij ruim – 30 miljoen betalen. Saillant detail is dat CBR onlangs is overgenomen door Heidelberger Zement, dat op haar beurt – 33,5 miljoen moet neertellen.

Kenners van de Nederlandse cementindustrie zijn niet verbaasd dat ook de Vereniging Nederlandse Cementindustrie (VNC) in ‘s-Hertogenbosch een boete ( – 200.000) kreeg opgelegd. “ENCI en VNC is vier handen op een buik”, hoort men wel eens zeggen. Samen met de andere nationale producentenverenigingen beschuldigt Van Miert de VNC ervan “meegewerkt te hebben aan het welslagen van de afspraken binnen het cementkartel dan wel de werking ervan te hebben bevorderd”. De directeur van de VNC, mr. D. van Beekhoff, is niet in staat om aan te geven hoe hij gaat betalen. Een woordvoerster laat weten dat Roder al het woord heeft gevoerd “en men het daarbij wil laten”.

Betalen

De boete die het Nederlandse bedrijf en de instelling hebben opgelegd gekregen moeten binnen drie maanden worden betaald. Lukt dat niet dan wordt er rente geheven van rond de 10 procent. Daarnaast hoeven de bedrijven die in de problemen komen door de boete niet aan te kloppen bij de Commissie voor clementie. “Zij moeten dan maar in beroep gaan bij het Europese Hof van Eerste Aanleg”, meent Van Miert.

Eerder verklaarde CBR in deze krant al tegen een mogelijke boete in beroep te zullen gaan. “De zaak kan daardoor nog wel eens twee tot drie jaar gaan duren”, aldus een CBR-woordvoerder. In een gisteren verschenen persverklaring zegt CBR niet in strijd met artikel 85 van het Verdrag van Rome te hebben gehandeld.

Roder vindt het nog te vroeg om de vraag te beantwoorden waarvan hij de boete wil gaan betalen en, of het bedrijf daardoor in de problemen komt. Uit de jaarverslagen van de laatste twee jaren kan worden opgemaakt dat er geen reservering is getroffen. De nettowinst heeft men de laatste ke verbeteren door een efficiency-programma door te voeren. Bij een omzet over 1993 van – 687 miljoen ( – 714,9 miljoen) werd een nettowinst gerealiseerd van – 41,8 miljoen ( – 38,7 miljoen).

Moeizaam

Dat er pas vijf jaar nadat het onderzoek startte concrete geldboetes werden opgelegd is volgens Van Miert te wijten aan het buitengewoon moeizame onderzoek waarbij van de betrokken bedrijven nauwelijks of geen medewerking werd ondervonden. Integendeel, documenten en notulen van vergaderingen die het bestaan en de werking van het Kartel konden bewijzen, verdwenen gewoon en bleven onvindbaar.

Het onderzoek tegen het cementkartel startte op 25 april 1989 toen enkele honderden gespecialiseerde ambtenaren van DG IV (concurrentie) gelijktijdig binnenvielen bij cementfabrieken in Nederland, Belgie, Luxemburg, Italie, Frankrijk en Duitsland. Dat gebeurde na een regen van klachten van kopers bij de Europese Commissie, die zich dood ergerden aan de enorme prijsverschillen voor cement tussen de verschillende landen van de EU. Het onderzoek evolueerde tot de grootste speurtocht, die de Europese Commissie ooit deed naar kartelvorming. Het sleepte zich vijf jaar voort door de omvang ervan en de tegenwerking van de betrokken cementbedrijven, die niet schroomden om allerlei procedurekwesties tevoorschijn te toveren en zelfs probeerden om via het Europese Hof van Justitie in Luxemburg de onderzoekers uit Brussel het zwijgen op te leggen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels