nieuws

‘Snel beginnen met beschermen tegen wateroverlast’ Limburg wil startkapitaal f.250 mln voor Maas-plan

bouwbreed

Er moet zo snel mogelijk worden begonnen met uitvoering van werkzaamheden, conform de aanbevelingen van de commissie-Boertien, om Limburg te beschermen tegen nieuwe wateroverlast van de Maas. Bovendien is een uitvoeringstermijn van vijftien tot twintig jaar te lang. Vooruitlopend op definitieve besluitvorming over financiering moet er een startkapitaal van f.250 miljoen komen voor de eerste drie jaar.

Dat moet de essentie worden van de brief, die gedeputeerde staten van Limburg voornemens zijn te schrijven aan minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat. Het betreft hun standpunt inzake het advies van de commissie-Boertien.

Volgens GS is het noodzakelijk dat “de inwoners van de Limburgse Maasgemeenten zo spoedig mogelijk een beschermingsniveau moet worden geboden, dat voor alle gemeenten gelijk is”. In dit verband noemen GS de termijn voor afronding van de werkzaamheden van vijftien tot twintig jaar “te lang. Er dient met kracht gestreefd te worden naar eerdere afronding van het totale po”.

In dat licht bepleiten ze “zo snel mogelijk aanvang van de voorbereiding en daadwerkelijke uitvoering”. Daarom zal bij kabinet en Tweede Kamer aangedrongen worden op snelle besluitvorming:

Eerder beginnen

“Daar waar dit ook maar enigszins mogelijk is moet eerder dan de commissie-Boertien genoemde termijn van twee jaar begonnen worden met realisatie van (kleinschalige) maatregelen, welke passen in het totale concept.”

Voor GS is het noodzakelijk dat alle betrokken overheden (rijk, provincies, waterschappen en gemeenten) een bestuursovereenkomst afsluiten. Overigens zal in januari met de provincies Gelderland en Overijssel nog nader overleg plaatsvinden over met name de winning van delfstoffen.

Van groot belang achten GS het voorts dat “het totale po in al zijn facetten volledig gefinancierd is. De uitvoering van het po kan alleen geslaagd genoemd worden, als alle kostendekkende en niet-kostendekkende delen ervan ook daadwerkelijk uitgevoerd worden binnen de daarvoor gestelde termijnen.”

Ze vragen daarom van het rijk voldoende garanties dat “bij tegenvallende opbrengsten van de delfstoffenwinning en/of andere tegenvallers in de pouitvoering, het po toch volledig en binnen de gestelde termijnen kan worden gerealiseerd”.

Delfstoffenwinning

Volgens de commissie-Boertien moeten de kosten (althans het merendeel ervan) gedekt worden uit de opbrengst van de delfstoffen grind en zand: “Hiermee lijkt de financiering van het totale po veilig gesteld. Omdat echter verwacht mag worden dat het po zelf eerst na drie tot vijf jaren voldoende baten zal genereren om andere maatregelen te bekostigen en het noodzakelijk is op korte termijn met de werkzaamheden te beginnen – in het bijzonder de kadeaanleg – achten wij het onontkoombaar dat er met het rijk afspraken komen over voorfinanciering.”

Verrekenen

Daarbij denken GS aan een startkapitaal van f.250 miljoen, dat later verrekend kan worden met de baten van de delfstoffenwinning.

Mocht het po overigens niet volledig kostendekkend zijn, dan vinden GS dat het rijk garant moet staan voor dekking van het tekort. In dat verband wordt erop gewezen dat het rijk ook in andere situaties via de algemene middelen garant heeft gestaan voor de veiligheid van Nederlandse staatsburgers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels