nieuws

Ritzen: Akkoord beroeps- onderwijs is positief

bouwbreed

Minister Ritzen van Onderwijs is positief over het beginselakkoord dat de landelijke organen van het beroepsonderijs (LOB) en de instellingen voor secundair beroepsonderwijs (mbo en leerlingwezen) onlangs hebben gesloten.

Dit zei hij gisteren bij de aanbieding van het akkoord. Hierin zijn de taken en verantwoordelijkheden verdeeld tussen de landelijke organen en scholen over

de beroepspraktijkvorming. De school zal samen met de arbeidsorganisatie, die de praktijkleerplaats verzorgt, de verantwoordelijkheid dragen voor het primaire leerproces. De scholen gaan zich dus ook voor wat het praktijkgedeelte betreft meer richten op de leerlingen. De landelijke organen bewaken de kwaliteit van de praktijkleerplaats. Zij richten zich meer op de bedrijven en het volume beroepspraktijkplaatsen.

In het in juni 1994 bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) heeft minister Ritzen de taak- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen scholen en landelijke organen ‘geparkeerd’. Omdat hij dit onderdeel in overleg met betrokkenen wil ontwikkelen, is er gekozen voor een regeling op een later moment. De onderwijsinstellingen en de landelijke organen zijn met elkaar in gesprek gegaan om zelf na te gaan hoe de beoogde samenhang in de sector beroepsonderwijs- en volwasseneneducatie vertaald kon worden in een daarbij passende rolverdeling.

Scheiding

Men is van mening dat er, zowel voor de beroepsopleidende leerweg (dagonderwijs met stage) als voor de beroepsbegeleidende leerweg (werkend leren), een grotere scheiding moet worden aangebracht tussen de verantwoordelijkheid voor de directe uitvoering van het onderwijs en de kwaliteitsbewaking/controle. Minister Ritzen is van mening dat het beginselakkoord een goede basis vormt om verdere onderhandelingen te voeren om tot regelingen te komen. Uitgangspunt voor hem is dat de beroepspraktijk een stevige plaats krijgt en zoveel mogelijk voor beide leerwegen hetzelfde wordt geregeld. Ook de onderlinge verdeling spreekt hem aan. Positief vindt hij dat uit de voorstellen blijkt dat er nu een breed draagvlak is voor vormen van landelijke examinering.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels