nieuws

Overheid als sturende buitenstaander

bouwbreed

Met sturende maatregelen tracht de rijksoverheid de arbeidsomstandigheden te verbeteren. De sinds 1 januari 1994 verplichte risico-inventarisatie is daar een goed voorbeeld van. Met dergelijke verplichtingen legt de overheid de verantwoordelijkheid bij de werkgevers en werknemers. De straatmaker zelf staat ten slotte het dichtst bij het vuur en kan het beste inschatten wat de risico’s van het werk zijn.

Doelgerichte maatregelen om machinaal straten te stimuleren zijn van overheidswege vooralsnog niet te verwachten. In het kader van de ArbeidsPlaats Verbetering (APV)-regeling is in 1986 tot en met 1988 2,4 miljoen geinvesteerd in het machinale straten. In 1995 zal door de Inspectiedienst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een inspectiepo straatmaken worden uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten, die aan de branche worden voorgelegd, kan men bepalen of het beleid moet worden bijgesteld. Op dit moment huldigt het ministerie van SZW het standpunt, dat het onmogelijk is om als buitenstaander een rol van betekenis te hebben in de bevordering van het machinaal straten. Wetgeving sorteert vaak geen effect, randvoorwaarden juist wel zo is meermalen gebleken, bovendien zou het veel te ver voeren om voor elk beroep normen voor de toelaatbare fysieke belasting in het leven te roepen.

Plicht

Het Besluit Fysieke Belasting dat dateert van 10 februari 1993 is bedoeld om werknemers te beschermen tegen de gevaren van lichamelijke belasting tijdens het werk. In dat besluit is vastgesteld dat de werkgever moet voorkomen dat de werknemers door fysieke belasting gevaar lopen voor hun veiligheid en gezondheid. Daarin is voorts te lezen dat de huidige technische ontwikkelingen het voorkomen van lichamelijke belasting mogelijk maken. Dat wil zeggen dat een werkgever de plicht heeft, indien mogelijk, onder andere door mechanisatie het werk voor zijn personeel te verlichten. De werkgever hoeft niet te voldoen aan die verplichting en kan zich daaraan onttrekken via de redelijkerwijsclausule. Die clausule is bij ‘hoge uitzondering’ van kracht wanneer investeringen in verbetering van de arbeidsomstandigheden te zwaar op de exploitatie van het bedrijf zouden drukken of als de concurrentieverhoudingen erdoor zouden worden verstoord.

De risico-inventarisatie en -evaluatie is overal verplicht. De werkgever moet daarin ook het onderwerp fysieke belasting in meenemen. Op basis van de inventarisatie moet de werkgever opnieuw de organisatie en de inrichting van de werkplek onder de loep nemen.

Gedragsverandering

Maatregelen zoals de risico-inventarisatie, maar ook de arbeidsomstandighedenwet zijn instrumenten om een gedragsverandering in gang te zetten. Vanwege de relatief nog korte looptijd van deze maatregelen zijn de effecten ervan nog niet meetbaar. Toch hebben vooral de wijzigingen van de arbeidsomstandighedenwet al voor de nodige beroering gezorgd in de straatmakerswereld. Investeringen in machinaal straten van fabrikanten van betonstraatstenen zijn gedaan tegen de achtergrond van de gewijzigde wet, die volgens de werkgevers nogal aan duidelijkheid te wensen overlaat. De branche is van mening dat de wet restricties oplegt aan het gewicht van de stenen en dat men daarom gedwongen is bepaalde stenen machinaal te straten. Op het ministerie van SZW wordt de wet echter anders geinterpreteerd. Het maximum toelaatbare gewicht is gerelateerd aan de verwerkingsmethode. Bekeken moet worden hoe de combinatie van arbeidshandelingen verbeterd kan worden. Het gewicht van de stenen is weliswaar van invloed op de mate van belasting, maar kan door hulp- en beschermingsmiddelen worden geminimaliseerd. Het is aan de werkgever om daar zorgvuldig mee om te gaan en misschien zelfs per afzonderlijke werknemer passende maatregelen te treffen.

Het is voor de overheid moeilijk te controleren in hoeverre bedrijven zich houden aan de nieuwe regelingen. Omdat de financiele consequenties van ziekteverzuim nu voor de bedrijven aanzienlijk zijn, ligt ook op dit vlak de verantwoordelijkheid bij de bedrijven zelf.

Rekenformule

In het geven van voorlichting over verbetering van de arbeidsomstandigheden speelt de overheid een actieve rol. Het ministerie van SZW zal in de nabije toekomst regels bekend maken op basis waarvan men geacht kan worden aan de wet te hebben voldaan. Ten aanzien van gezondheidsschade door tillen wordt een rekenformule aangereikt waarmee, rekening houdend met extra belastende factoren, het maximale tilgewicht uitgerekend kan worden. Ten aanzien van tillen wordt een gewicht van 25 kilogram als schadelijk voor de gezondheid gezien. Uitgangspunt is dat het tillen voorkomen dient te worden of, in geval dat niet kan, zoveel mogelijk moet worden beperkt.

Reageer op dit artikel