nieuws

OBN: Straatmakerij snelt vooruit

bouwbreed

De straatmakerij wordt nogal eens verweten dat er weinig innovaties plaatsvinden, dat dit vak al eeuwen hetzelfde is. Voorzitter J.J. Meijer van de Ondernemersbond Bestratingsbedrijven Nederland (OBN) maakt duidelijk dat er de laatste jaren gigantisch veel is gebeurd in het vak.

Zeker op het gebied van arbeidsomstandigheden. De tijd dat men met breekijzers stond te werken, met de kruiwagens alles aanvoerde en putten

stond te tillen, ligt enkele decennia achter ons, maar is wel voorbij. De straatmakerij is wel degelijk voortgesneld.

Of de straatmakerij met het machinale straten nog een versnelling hoger komt te zitten, is voor Meijer echter een vraag. Hij is beducht voor misstanden; niet voor weerstanden. Weerstanden zijn te overwinnen. Meijers bedrijf heeft een zelf ontwikkelde machine voor het stellen van banden, die hij regelmatig uitleent aan collega-straatmakersbedrijven. “Dergelijke apparatuur is zondermeer op zijn plaats en verbetert de toekomst van het vak straatmaken. Maar met de komst van het machinale straten dreigt wel het gevaar dat poen met zware tegels en dikke stenen worden aangelegd, die bij het herstraten met de hand moeten worden verwerkt. Dat is nu nog een misstand.”

Hij pleit dan ook voor dwingende maatregelen zoals een verbod op het handmatig herstraten van dergelijke poen. Aangezien de controle daarop heel lastig zal zijn, is misschien een drastischer oplossing zoals het verbieden van tegels groter dan 40×40 cm of stenen dikker dan 80 mm een oplossing, zo oppert hij. De OBN-voorzitter beseft dat daarmee de kracht van de machines gedeeltelijk wordt teniet gedaan. Ze zijn juist in het bijzonder ontwikkeld om zwaardere produkten te verwerken alsook repeterende handelingen over te nemen.

Minimumprijs

“Daarnaast zijn dwingende maatregelen op zijn plaats inzake de prijsvorming. Nogmaals, de OBN is beslist niet tegen mechanisatie waar dat kan. Maar willen deze methodes werkelijk een kans maken dan moeten opdrachtgevers daar wel wat voor over hebben. Zolang je door de hoge investeringen in aanvang op een hogere prijs uitkomt voor het stellen van banden per meter of bestraten per m2, dan geven de meeste opdrachtgevers niet thuis. Dan kiezen ze voor het goedkopere aanbod van handmatig straten en dan ook nog eens voor bedrijven die heel scherp offreren, maar waarvan de werkwijze niet spoort met de kwaliteitsnormen van de OBN- en/of SEB-leden. Een minimumprijs zou de kansen voor kwaliteitswerk en voor machinaal straten aanzienlijk vergroten.”

De SEB staat voor Stichting Erkenningsregeling Bestratingsbedrijven. Sinds de oprichting in 1993 zijn 41 OBN-leden daar lid van geworden. Er zitten bij de onderhanden zijnde aanvragen ook die van niet-OBN-leden, omdat de erkenningsregeling, hoewel geinitieerd door de OBN, nu open staat voor alle bestratingsbedrijven. Dit heeft mede te maken met de subsidietoekenning van het ministerie van EZ. Ing. J.H.J. Voeten, voorzitter van de SEB: “Via de erkenningsregeling proberen wij het vak straatmaken op een hoger plan te brengen. Kwaliteit is daar een instrument toe, evenals sociaal en financieel gedrag, arbeidsomstandigheden en opleidingen. De opdrachtgever moet herkennen en ervaren dat men met een modern bedrijf van doen heeft, dat z’n organisatie op orde heeft en mede daardoor extra hoge kwaliteit levert. In enkele opzichten zijn onze eisen perspectiefvoller dan de ISO-9000 certificering. Onze erkenning loopt in tegenstelling tot de certificering in de praktijk helemaal tot de werkvloer door. Belangrijkste is dat we het vak straatmaken een gezonde basis geven. Per bedrijf heeft het tot voordeel dat het zich kan onderscheiden van andere bedrijven, die misschien wel eenzelfde kwaliteit leveren, maar dit niet garanderen.”

Ruime arbozorg

De normen, richtlijnen en houding van de SEB-bedrijven bestrijkt de technische alsook de organisatorische kant. Op het gebied van de arbeidsomstandigheden is er de verplichting voor arbobeleidsplannen, arbojaarplannen, opleidingen voor medewerkers, evaluatieplannen en arbozorg in de praktijk, allemaal beoordeeld door (technische) inspecteurs. “We letten op de aanwezigheid en het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen en doorwerkkleding en we proberen de ontwikkeling op machinaal gebied of verlichtende apparatuur in het handmatige vak te integreren.”

Meijer haakt in: “Het lijkt er in deze tijd op dat het vooral om de machines gaat. Het blijft echter om de mensen gaan. De machines alleen ke geen straatwerk aan. Omdat het om de mensen blijft gaan, zouden die nog beter bezig moeten zijn met hun vak. Dat is enerzijds een individuele verantwoordelijkheid, maar ook een verantwoordelijkheid van de aannemers. Ook daar mogen dwingende maatregelen niet ontbreken, zoals een zware intredekeuring en een herkeuring om de 5 jaar. Op die wijze kun je straatmakers of opperlieden indien nodig tijdig op het spoor van ander werk zetten en voorkom je de instroom naar de wao. Maar die intredekeuring moet geen afvalrace worden, want we hebben liever een vakman of -vrouw te veel dan eentje te kort.”

J.J. Meijer: “De OBN is beslist niet tegen mechanisatie waar dat kan.”

Jan Sterk

Ing. J.H.J. Voeten: “De Erkenningsregeling Bestratingsbedrijven geeft zwart op wit kwaliteitsgaranties.”

Jan Sterk

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels