nieuws

NCIV trekt van leer tegen nieuw subsidieregime Corporaties vrezen gevolgen BWS ’95 voor woningbouw

bouwbreed

Het NCIV heeft geen enkel vertrouwen in het Besluit Woninggebonden Subsidies 1995 (BWS ’95), dat op 1 januari aanstaande van kracht wordt. Uit een recent verschenen publikatie over het nieuwe subsidieregime blijkt dat de landelijke centrale van woningcorporaties ervan uitgaat dat de komende tien jaar onvoldoende woningen zullen ke worden gebouwd, nu van rijkswege nog maar zo weinig subsidie wordt verstrekt.

“Een boekje voor een barre tijd met weinig maneschijn. Om over de rozegeur nog maar te zwijgen”, zo valt te lezen op de omslag van ‘BWS ’95’, dat deze week is verschenen in de reeks NCIV-Actualiteiten.

De brochure is bedoeld als voorlichtend materiaal voor de corporaties, maar ondertussen wordt fel van leer getrokken tegen het Besluit Woninggebonden Subsidies 1995.

De sector staat dan ook aan de vooravond van een ingrijpende wijziging. Zoals bekend wordt vanaf 1 januari nog slechts in zeer beperkte mate subsidie verstrekt voor de woningbouw. In 1995 is een bedrag van f.470 miljoen beschikbaar, voor een bouwprogramma van 106.000 woningen, de verbetering van 4750 particuliere huurwoningen, de bouw van 250 woonwagens en de aanleg van 500 staanplaatsen.

Het geld wordt niet als rente-afhankelijke objectsubsidies maar in de vorm van stimuleringsbijdragen en bereikbaarheidstoeslagen verstrekt, en kan door de regionale en gemeentelijke budgethouders naar eigen inzicht worden verdeeld. “De budgethouder”, zo schrijft het NCIV, “heeft in principe de vrijheid, onafhankelijk van de initiatiefnemer, de bouw van woningen in verschillende prijsklassen met subsidies te stimuleren. Na 1 januari 1995 is van rijkswege de bouw van huurwoningen in de sociale sector niet lager voorbehouden aan corporaties of gemeentelijke woningbedrijven: het definitieve einde van het zogenaamde ‘primaat’ van de corporaties.”

Geen vertrouwen

In de werking van dit nieuwe en in omvang beperkte subsidieregime hebben de corporaties geen vertrouwen. “Het BWS ’95 gaat teveel uit van een mooi-weer-scenario, namelijk van een blijvend lage rente en vooral van een groot zelfvoorzienend vermogen van betrokken partijen.” In dit verband wordt meerdere keren in de uitgave gesteld dat het rijk met het BWS ’95 een wel zeer zware wissel trekt op de spankracht van de corporaties, waar het gaat om de bouw, verbouw en het beheer van woning en woonomgeving. “In toenemende mate zal er druk ontstaan opdat woningcorporaties ter leniging van maatschappelijke problemen, zoals het inlopen van het oplopende woningtekort, eigen middelen inzetten. Echter, hiertoe lopen de mogelijkheden van woningcorporaties sterk uiteen”, meent het NCIV. De vraag of er geinvesteerd kan worden kan pas beantwoord worden na “een doorwrochte afweging” van volkshuisvestelijke en bedrijfseconomische belangen. En volgens de koepel is het nog maar zeer de vraag, of een dergelijke afweging ertoe leidt dat de onder het BWS ’95 geplande grote aantallen woningen in de sociale sector zullen worden gehaald. Voor het NCIV staat in ieder geval vast dat de gemiddelde BWS-subsidies ( f.5000 per woning) onvoldoende zijn om na 1 januari nog kostendekkend voor de lagere inkomens te bouwen.

Verkeerde poen

Daar komt bij dat de grote bestedingsvrijheid van de budgethouders ertoe kan leiden dat de verkeerde woningbouwpoen worden gesubsidieerd. De budgethouders krijgen immers de beschikking over een budget zonder schotten, en ke zelf bepalen aan welke poen subsidies worden toegekend, en hoe hoog de subsidies worden. Het rijk meent dat hierdoor maatwerk op lokaal niveau mogelijk is. Het NCIV wijst erop dat het budget, gevoed met subsidies voor de sociale bouwsector (woningen met stichtingskosten tot f.159.000), ook kan worden besteed aan duurdere woningen. “Of dit wenselijk is, gegeven de geringe budgetten en de grote (specifieke) behoefte aan betaalbare huurwoningen, is zeer de vraag.”

Uit de brochure blijkt dat het NCIV zich nog wel kan vinden in het voornemen uit het BWS ’95 en de voorbeeld-subsidieverordening die de Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft opgesteld, de subsidies te verstrekken op basis van onderhandelingen tussen de betrokken partijen. Zodoende wil men bereiken dat de subsidies beter worden ingezet.

“Onacceptabel” vindt de landelijke centrale echter dat met de invoering van het besluit de omvang van het landelijk budget voor woninggebonden subsidies “drastisch” wordt teruggebracht. Er wordt op gewezen dat van de f.470 miljoen die nog in 1995 beschikbaar is, in 1998 nog maar f.330 miljoen over zal zijn. Dat, terwijl ten opzichte van de VROM-begroting voor 1994 in de begroting voor 1995 nog eens f.350 miljoen extra aan objectsubsidies is geschrapt. “Hierdoor staat de bouw van betaalbare en bereikbare woningen sterk onder druk”, aldus het NCIV, dat daarom pleit voor een meer structurele, en vooral ook hogere bijdrage van het rijk in de woningbouw.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels