nieuws

Leemarchitectuur in Djenne vervalt

bouwbreed

Aan metselaars in Nederland worden geen magische krachten toegeschreven, die bij de bouw van een huis allerlei formules en bezweringen moeten uitspreken om te voorkomen dat het huis instort. Noch worden in onze huizen allerlei amuletten in de specie verwerkt om kwade geesten te verdrijven. Dit allemaal in tegenstelling tot de gang van zaken in Djenne (Mali). Niet voor niets staan en stonden de metselaars daar in hoog aanzien.

Djenne heeft een unieke leemarchitectuur van huizen en een heel imposante moskee. De veranderende gezinssamenstellingen en het verval de handelsroute vormen een bedreiging voor deze vorm van architectuur. Er is geen geld om metselaars te betalen en het onderhoud van de leemconstructies raakt achterop. Met de tentoonstelling ‘Djenne, mooiste stad van Afrika’ wil het Museum van Volkenkunde te Leiden de aandacht vestigen op deze stad.

Dr. Rogier Bedaux noemt Djene een van de oudste steden van westelijk Afrika. “Of eigenlijk is Djenne helemaal geen stad, maar een samensmelting van 79 dorpjes bij elkaar in een straal van vier kilometer. Vroeger was de stad een van de belangrijkste handelscentra van de trans-Saharahandel en werden op grote schaal goud en kolanoten (opwekkend middel red.) verhandeld.”

Ook hout, ivoor en slaven uit het zuiden werden naar Djenne vervoerd om vervolgens per kano naar Tombouctou of Goa te worden verscheept. Uit het noorden kwamen wollen stoffen, tapijten, sieraden, koper, zout en dadels, die weer naar het zuiden werden verhandeld.

Vanaf de zestiende eeuw overschaduwde de nieuwe handelscentra aan de kust het belang van de trans-Saharahalijn. Djenne verloor daardoor haar cosmopolitisch karakter. Als handelscentrum werd Djenne al lang voorbijgestreefd door de stad Mopti die begin deze eeuw door de Fransen werd gesticht en veel beter bereikbaar is. Djenne heeft op dit moment ongeveer 12.000 inwoners, maar dat aantal is in vroeger eeuwen waarschijnlijk veel hoger geweest. Op de tentoonstelling is een maquette te zien van van het huidige Djenne.

Door de economische achteruitgang trokken veel inwoners weg. Een proces dat werd versterkt door de grote droogte. Bovendien is de sociale structuur binnen het gezin veranderd. De oorspronkelijke huizen hadden een grote binnenplaats en aparte verblijven voor de vrouwen en kinderen en de slaven en bedienden. Deze lagen aan de binnenplaats. De vertrekken voor de man lagen aan de straatkant. Nu de familiestructuur is veranderd, en veel mannen maar een vrouw hebben en vaak niet meer met hele generaties bij elkaar leven, worden oude huizen vaak opgedeeld in kleinere appartementen. Ook de gepleegde nieuwbouw is van een heel ander type huis met slechts een verdieping en een erf. Leem is nog wel steeds het belangrijkste bouwmateriaal.

De kennis over het verleden van de stad wordt gebaseerd op drie bronnen; archeologie, schriftelijke Arabische bronnen en de overgeleverde lofzangen van ‘griots’ over grote daden van vorsten en belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis. Een speciale wand in de tentoonstellingsruimte schenkt aandacht aan deze drie bronnen.

De sociale veranderingen in de huidige samenleving en het feit dat Mali bij de vijf armste landen ter wereld behoort, zorgen er voor dat de staat van onderhoud van de traditionele architectuur in zeer slechte staat is.

Ieder jaar moet na de regentijd de leemlaag worden hersteld, anders wordt onherstelbare schade toegebracht aan huizen. Op de tentoonstelling wordt dit geillustreerd aan de hand van foto’s en reconstructies.

Ook is dit goed te zien op de foto rechtsboven; In het midden een huis in redelijke staat, maar hier en aan de rechterkant zijn al diverse scheuren in de leemlaag de ontdekken. Aan de linkerkant van de foto zijn de gevolgen van enkele jaren geen onderhoud duidelijk te zien. De leemlaag over de tichelstenen is praktisch verdwenen. Nog een paar jaar en de huizen ke als verloren worden beschouwd.

Een ander leuk detail dat op de foto is te ontdekken, zijn de verschillende soorten tichelstenen. Rogier Bedaux: “Tot de jaren dertig van deze eeuw werden de tichelstenen met de hand gevormd in een cilindrische vorm, waardoor de stenen niet gelijkmatig zijn, zoals op de foto te zien is links de achterste muur. De tichelstenen in de muur ervoor en aan de rechterzijde zijn echter gemaakt met behulp van houten mallen.”

Zoals gezegd leem is de basis voor de architectuur van Djenne. De lemen tichelstenen worden gemengd met een mest en kaf “dat lekker een paar weken heeft liggen rotten. En de tichelstenen worden vermetseld in natte leem, een variant van het cement.” Hout wordt alleen voor het plafond gebruikt, voor de rest wordt er niet gestut. De muren zijn daarom vrij dik – ongeveer een halve meter – en lopen naar boven toe. Naast de tentoonstelling wordt ook een pobeschrijving gemaakt van de restauratie van delen van de stad. Daar op aansluitend wordt een internationaal comite opgericht met de bedoeling om een fonds te vormen waaruit de restauratie en het onderhoud worden gefinancierd. Het feit dat de stad door de Unesco op de wereldmonumentenlijst heeft geplaatst zal de fondsenwerving waarschijnlijk vergemakkelijken. Bedaux: “Voor het behoud van de stad is slechts een bedrag nodig waar in Nederland een pandje voor gerestaureerd kan worden, dus dat moet te doen zijn.”

‘Djenne, mooiste stad van Afrika’ is tot en met augustus volgend jaar te zien in het Rijksmuseum van Volkenkunde in Leiden. Ook is er een catalogus verschenen bij de tentoonstelling onder de titel: ‘Djenne, beeld van een Afrikaanse stad.’ (ISBN 90 71310 57 4) Deze kost – 49.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels