nieuws

Graven naast fundering

bouwbreed Premium

Niet alleen de overheid, ook de particuliere opdrachtgever heeft de verplichting bij bouwwerkzaamheden rekening te houden met de belangen van derden. Dat is de les, die de bouwwereld kan trekken uit het vonnis van de Roermondse rechtbank, die de eis tot schadevergoeding te behandelen kreeg toen een 19de eeuws pand in Venlo werd beschadigd door graafwerkzaamheden in opdracht van de gemeente Venlo.

Op 2 september 1986 gaf de gemeente Venlo opdracht om een aantal kabels en leidingen in de Bergstraat te verleggen. Daarvoor moest die straat ontgraven worden, maar al snel na de uitvoering van die opdracht bleek dat een aantal panden daardoor verzakte. Venlo schreef aan de bewoners van die uit 1880 daterende panden, dat de aansprakelijkheid voor die schade bij de aannemer van de graafwerkzaamheden lag.

Een van de eigenaren, Bos, stelde desondanks de gemeente aansprakelijk, maar die ontkende dat zij ook aansprakelijk was en de verzekeringsmaatschappij, waarbij Venlo een W.A.-verzekering had lopen, schreef hem dat niet Venlo maar de aannemer de schade diende te vergoeden. Maar die verwees de eigenaar van het verzakte pand weer naar de gemeente en zo werd de heer Bos tussen gemeente en aannemer heen en weer gejojo-ed.

De verzekeraars van beiden deden ook graag met dat spelletje mee en zo bleef Bos tot augustus 1992 in het onzekere wie hij nu uiteindelijk moest aanspreken voor de vergoeding van zijn schade. Hij liet de vermindering van de waarde van zijn verzakte pand eerst maar eens door twee taxateurs vaststellen. Die kwamen onafhankelijk van elkaar tot schattingen, die niet veel uiteenliepen: – 35.000 en – 34.000. Venlo, als behartiger van vooral de stadhuisbelangen en niet van die van haar burgers, liet een makelaar-taxateur die schade voor alle zekerheid ook maar eens schatten. Die vriendelijke heer kwam met een voor zijn opdrachtgever niet onaardig bedrag: niet meer dan vierduizend gulden.

Na meer dan zes jaar touwtrekken was Bos het zat: hij dagvaardde de gemeente en de aannemer voor de rechtbank in Roermond. Het kon hem uiteraard niet zo heel veel schelen van wie hij zijn schade vergoed zou krijgen en daarom stelde hij hen hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent, dat als de een betaalde de ander bevrijd zou zijn van zijn schuld. Onder elkaar dienden zij dan maar uit te vechten hoe die schade tussen hen verrekend zou worden.

Maar die discussie werd hen bespaard door de rechter. Beiden, zei die, hadden evenveel schuld aan de schade en moesten die dus ieder voor de helft vergoeden. “Maar ik heb niets anders gedaan dan mij opgedragen is”, verweerde de aannemer zich. “De gemeente heeft mij een uitvoerig en gespecificeerd bestek gegeven en ik heb precies volgens dat bestek gewerkt. De gemeente wist, dat de huizen in de Bergstaat marginaal gefundeerd waren, en had dus extra voorzorgsmaatregelen moeten voorschrijven. Ik had die gegevens niet en daarom kan mij niets verweten worden.”

Maar de rechtbank dacht daar toch anders over. De uitvoerder van een opdracht als deze kan niet de methode kiezen die hem voor het uitvoeren ervan het beste uitkomt. Hij heeft, ook als zijn opdrachtgever hem niet vertelt hoe hij de werkzaamheden moet uitvoeren, de verplichting om zelf wat onderzoek te verrichten naar de mogelijke gevolgen van zijn werk voor de eigendommen van anderen. Nu hij dat niet had gedaan had hij medeschuld aan de schade, zo oordeelde de rechtbank.

Maar Venlo ging daardoor nog niet vrijuit. Die had, zoals elk overheidsorgaan, bij de uitoefening van zijn publieke taak rekening te houden met de belangen van anderen. Hier had Venlo ervoor moeten zorgen dat bij het laten uitvoeren van werkzaamheden schade aan de eigendommen van derden voorkomen werd. Voor alle zekerheid voegt de rechtbank daaraan toe, dat die laatste verplichting ook op particuliere opdrachtgevers rust. De gemeente had echter geen enkele aandacht besteed aan de mogelijke gevolgen van het ontgraven van de Bergstaat voor de daaraan gelegen huizen. Dat had Venlo ke doen door eerst een onderzoek te laten verrichten naar de toestand van de fundering van deze ruim honderd jaar oude panden. Dan pas zou beoordeeld ke worden welke maatregelen getroffen dienden te worden om schade aan die panden te voorkomen. Zo’n onderzoek was achterwege gebleven en daardoor was Venlo tekort geschoten in zijn taak, niet alleen als overheidsorgaan maar ook als opdrachtgever.

Een en ander betekende dus dat zowel Venlo als de aannemer aansprakelijk waren, omdat zij beiden tekort geschoten waren in de zorgvuldigheid die zij tegenover Bos hadden moeten betrachten. Nu zou men ke denken, dat de mate van schuld van de gemeente wat groter was dan die van de aannemer. Venlo had inderdaad veel meer gegevens over de bouwkundige toestand van de huizen en was niet alleen als overheid maar ook als opdrachtgever tekort geschoten in zijn taak.

Toch vond de rechtbank dat de schade door Venlo en de aannemer op fifty-fifty basis vergoed diende te worden.

Voor de omvang van die schade werden de taxatierapporten van de door Bos ingeschakelde deskundigen geaccepteerd. Die van de gemeente werd in de prullenmand gedeponeerd met een heel opvallende redenering: de makelaar-taxateur, die voor de gemeente de schade had geschat, is geen bouwkundige!

Reageer op dit artikel