nieuws

Woningonderhoud

bouwbreed Premium

Het CBS heeft een nieuwe statistiek het licht doen zien die veel belooft voor de toekomst. Het betreft de Statistiek woningonderhoud. Vooralsnog kan alleen informatie worden verschaft betreffende klein en groot onderhoud van sociale huurwoningen. Er wordt echter naar gestreefd om ook meer inzicht te krijgen in de gang van zaken bij particuliere verhuurders en bij eigenaar-bewoners. Een introductie.

De nieuwe statistiek is de opvolger van de vroegere Statistiek woningverbetering. Deze had als informatiebron maar een beperkte waarde. Er werd slechts een deel van de woningverbetering waargenomen, nl. de verbetering aan woningen voor de verhuur voorzover die gesubsidieerd werd via beschikkingen van VROM. Hoe groot dat gesubsidieerde deel was t.o.v. het totaal aan verbeteringen bleef de vraag. Een tweede nadeel van de statistiek was, dat de gegevens betrekking hadden op de hoeveelheid verstrekte subsidies uitgedrukt in aantallen woningen, de soort subsidieregeling en de bouwsomklasse. Zij verschafte geen inzicht in het meest gevraagde gegeven, de kosten van verbetering. Door veelvuldige veranderingen in de subsidieregelingen was het overzicht bovendien moeilijk te handhaven.

Toen vanaf 1992 op basis van het nieuwe BWS door VROM geen beschikkingen voor woningverbetering meer werden afgegeven, viel de bron voor de statistiek weg en moest het CBS wel een nieuwe opzet ontwerpen.

Deze nieuwe Statistiek woningverbetering kreeg als uitgangspunt het waarnemen van de totale woningverbetering in Nederland (met en zonder subsidie) in aantallen woningen en bedragen. Om zo snel mogelijk met de eerste resultaten naar buiten te ke komen, is begonnen met de sector waarvan al het meest bekend is, de sociale verhuurders. Eigen woningbezitters zullen in het WBO worden meegenomen; aan de particuliere verhuurders wordt gewerkt. Als deze tamelijk grote operatie met succes is afgerond over een aantal jaren, zullen we voor het eerst over betrouwbaar cijfermateriaal ke beschikken over deze voor de bouw zo belangrijke sector.

Indeling

Bij deze eerste uitgave is gevraagd naar klein resp. groot onderhoud; bouwjaarklasse; aantal woningen; werk uitgevoerd in eigen beheer of door derden; eventueel ontvangen subsidies. Tevens is gevraagd naar het totaal aantal woningen in beheer, zodat we een indruk ke krijgen van mogelijke verschillen in activiteit tussen grote en kleine verhuurders. Tenslotte is gevraagd, of de verhuurders voor het volgende jaar grotere, gelijke of kleinere uitgaven aan resp. klein en groot onderhoud verwachten. Meteen deze eerste keer bleken daar al interessante verschillen. De allerwege verwachte daling in het groot onderhoud werd duidelijk bevestigd. Voor 1993 waren de verwachtingen t.a.v. klein onderhoud voor alle verhuurders tezamen: stijging 30 %, gelijk blijven 56 % en daling 14 %. Bij groot onderhoud waren de overeenkomstige cijfers 39 %, 31 % en 30 %.

De eerste cijfers in de nieuwe statistiek gaan over 1992 (zie tabel). De verhoudingen die uit deze totaalcijfers ke worden afgeleid zijn daarom interessanter dan de abolute hoogte van de respectieve bedragen. Er werd in dat jaar voor ruim f 5 miljard aan klein en groot onderhoud uitgegeven door de sociale verhuurders, waarvan maar liefst 90 % werd uitbesteed. Van de 10 % die in eigen beheer werd uitgegeven, had 93 % betrekking op klein onderhoud. Sociale verhuurders realiseren slechts zelden groot onderhoud en verbetering in eigen beheer, hiervan werd 98,5 % uitbesteed.

De onderverdeling van het klein onderhoud laat interessante verschillen zien tussen de verschillende soorten onderhoud. Van het klein onderhoud in eigen beheer betrof ruim de helft klachtenonderhoud, terwijl van het totaal klein onderhoud door derden hieraan slechts 20 % werd besteed. De bulk van het uitbestede klein onderhoud betrof, zoals te verwachten was, planmatig onderhoud (68 %).

Overige gegevens

De andere gegevens die de statistiek biedt betreffen allerlei specificaties. In de eerste plaats is dit een overzicht van het klein onderhoud naar soort, uitgesplitst naar eigen beheer en uitvoering door derden, per grootteklasse van verhuurders. Er blijkt bijvoorbeeld uit, dat kleine verhuurders beduidend minder vaak het mutatie-onderhoud in eigen beheer uitvoeren dan grotere. Andere specificaties hebben betrekking op het groot onderhoud, naar bouwjaarklasse zowel als naar grootte van de verhuurder.

Vooral als deze statistiek een aantal jaren is verschenen, zodat er reeksen ke worden gemaakt die de ontwikkeling op dit gebied illustreren, zal blijken dat deze statistiek een waardevolle aanwinst is van de voor de bouw beschikbare informatie.

Onderhoud aan sociale huurwoningen *)

Uitvoerende instantie

Eigen beheer Derden Totaal

Klein onderhoud 497 2123 2620 waarvan: Klachtenonderhoud 251 419 670 Mutatie-onderhoud 96 174 270 Planmatig onderh. 139 1435 1574 Onbekend 11 95 106 Groot onderhoud en verbetering 39 2580 2619 Totaal 536 4703 5239

*)naar soort onderhoud en uitvoerder, 1992 (mln gld)

Bron: CBS

Reageer op dit artikel