nieuws

Woningbouw eenzijdiger?

bouwbreed

In het eerste halfjaar van 1994 kwamen er 33.000 woningen gereed. Daarvan kwam de helft tot stand in opdracht van bouwers voor de markt; tweederde was een koopwoning, driekwart was een eengezinswoning. In dat opzicht lijkt de woningbouw steeds eenzijdiger – dus marktgevoeliger – te worden.

In het eerste halfjaar van 1994 werden er maar 500 woningen meer opgeleverd dan gedurende dezelfde periode van het voorgaande jaar. Hoewel de markt in 1992 en 1993 buitengewoon gretig was, lukte het door de heersende locatietekorten toch niet om een sterkere groei in de plannen te bewerkstelligen. Het aanbodtekort in de nieuwbouw werkte tamelijk marktverstorend, zoals de prijsstijgingen op de markt voor koopwoningen in 1993 lieten zien. Nu de rente weer toeneemt, zal het opgelopen tekort maar moeilijk ke worden ingehaald. Als straks de Vinex-locaties in ontwikkeling komen, zal dat waarschijnlijk niet veel anders worden: markt en Vinex-voorwaarden bijten elkaar.

De cijfers voor het eerste halfjaar van 1994 laten een toenemende concentratie naar opdrachtgever zien. De bouw in opdracht van rijk en gemeenten werd nagenoeg gehalveerd, evenals die voor institutionele beleggers. De aantallen waren overigens toch al gering; gemeenten en beleggers zijn vrijwel van de woningbouwmarkt verdwenen.

Het aantal woningen in opdracht van corporaties nam met ruim 500 toe (plus 7 %), dat van bouwers voor de markt met ruim 1000 (plus 7 %). Al deze veranderingen waren in absolute zin groter dan de gerealiseerde toeneming van het totaal met 500 woningen. Het aantal woningen in opdracht van andere particuliere opdrachtgevers bleef ongeveer gelijk.

Kenmerken

In bijgaand staatje zijn de woningen van 1994 naar de diverse kenmerken gerubriceerd. Het is duidelijk, dat sommige van deze kenmerken langzamerhand van de markt verdwijnen. Genoemd werden al de gemeenten en beleggers als opdrachtgever. Hun bijdrage aan het totaal bedroeg nog slechts 2 % ieder. Dit beeld keert weer terug bij de kenmerken van de huurwoningen. Het aandeel van de premiehuur profit bedroeg hier slechts 4 % van het totaal, of 1170 woningen. Daarvan waren er 300 in opdracht van beleggers gebouwd, 200 voor corporaties en bijna 600 voor bouwondernemers. Van deze laatste zullen de meeste als po eveneens bij beleggers zijn ondergebracht. De overige produktie voor beleggers bestond uit 32 premie A-, 64 premie C- en 288 vrije sectorwoningen.

De premie C speelt in de huursector geen rol meer die nog voor de komma tot uitdrukking komt. In de koopsector is dat met bijna 1500 eenheden nog wel het geval, maar een succesnummer is deze categorie niet geworden.

Ook de categorie van de vrije sector huurwoningen is nog nooit tot grote hoogte gestegen. Dat zal pas volgend jaar het geval ke zijn, als ongeveer alle subsidies worden afgeschaft. Of dit bij een stijgende rente tot groeiende aantallen zal leiden kan worden betwijfeld.

Eenzijdig

Het is opmerkelijk dat bij de huurwoningen het accent nog zo overduidelijk is blijven liggen op de bouw van flatjes. Van alle huurwoningen in dit staatje was slechts 35 % een eg-woning. Bij de koopwoningen kwam dit percentage meer marktconform uit op 91. In grote trekken waren er in de eerste helft van 1994 nog slechts drie partijen op de woningmarkt actief: bouwers voor de markt (50 %), overige particulieren (19 %) en corporaties (26 %). Zij bouwden hetzij vrije sector koopwoningen (54 %), hetzij sociale huurwoningen (26 %). Van alle mg-woningen (27 % van het totaal) kwam maar liefst 78 % in de huursector terecht. De beeindiging van alle door de overheid in het verleden bedachte categorieen werpt haar schaduwen lang vooruit.

Gereedgekomen woningen in het eerste halfjaar 1994 naar verschillende kenmerken Kenmerk aantal % totaal Totaal 32909 100

opdrachtgevers: – rijk en gemeenten 663 2 – corporaties 8.704 26 – beleggers 683 2 – bouwers voor de markt 16.519 50 – overige particulieren 6.340 19 totaal huurwoningen 10.526 32 totaal koopwoningen 22.383 68 totaal eengezins (eg) 24.149 73 totaal meergezins (mg) 8.760 27

huurwoningen: eg mg (% eg) – sociale huur 3.285 5.173 (39) 26 – premie huur profit 174 996 (15) 4 – premie C 27 74 (27) 0 – vrije sector 245 552 (31) 2

koopwoningen: – premie A 2.715 311 (90) 9 – premie C 1.158 327 (78) 5 – vrije sector 16.545 1.327 (74) 54 Bron: CBS

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels