nieuws

Teveel aandacht voor oplosmiddelarme verf Schilder als reddende engel voor KWS 2000

bouwbreed Premium

In de discussies over toepassing van oplosmiddelarme verfprodukten is de rol van de schilder tot nu toe onderbelicht. Die overtuiging heeft drs. G.A.W.M. Barends, secretaris van het Bedrijfschap Schildersbedrijf. Een meer centrale plaats voor de schilder in het besluitvormingsproces moet de patstelling in het po KWS 2000 doorbreken.

Het optimisme van Barends is wat getemperd. Was hij er begin dit jaar nog van overtuigd dat de doelstellingen van KWS 2000 zouden worden gehaald, nu zegt hij “ik hoop dat het lukt, maar ik kan geen garantie geven”.

KWS 2000 is een overheidspo met als doel de emissie van koolwaterstoffen te beperken. Daartoe moet onder meer de reductie van oplosmiddelen in verf. In 1996 zou oplosmiddelarme verf een marktaandeel moeten hebben van 60 procent. Tot 1992 lag het programma op schema, maar daarna zijn eigenlijk geen vorderingen meer gemaakt. Het marktaandeel blijft schommelen rond de 10 procent; van een stijgende lijn is geen sprake meer, ondanks het feit dat zowel verffabrikanten als opdrachtgevers en schilders zeggen ervan overtuigd te zijn dat een snellere groei noodzakelijk is.

Andere zorg

Barends is ervan overtuigd dat een versnelling in de invoering van oplosmiddelarme verven mogelijk is, maar “niet coute que coute”. Het Bedrijfschap heeft nog een andere zorg, namelijk de continuiteit in het werk van schildersbedrijven. En die kan in gevaar komen als oplosmiddelarme verfprodukten op grote schaal worden geintroduceerd. Deze produkten zijn namelijk veel gevoeliger ten aanzien van relatieve vochtigheid en temperatuur.

Aan deze applicatieomstandigheden is volgens Barends binnen KWS 2000 tot nu toe veel te weinig aandacht gegeven. De discussie zou dan ook een ander accent moeten krijgen. Het moet gaan om milieusparend schilderwerk en niet alleen over oplosmiddelarme verf. “Ten onrechte heeft het verfprodukt tot nu toe alle nadruk gekregen. Er is onvoldoende rekening gehouden met het feit dat de verf moet worden aangebracht door de schilder. Factoren als applicatiemethode, applicatieomstandigheden en ondergrond zijn minstens even belangrijk als de verf. De patstelling die nu is ontstaan komt dan ook mede doordat die factoren te weinig zijn belicht. En dat zijn juist de factoren waarin de schilder een belangrijke stem zou moeten hebben”, aldus Barends.

Partnerrelatie

Barends pleit daarom voor een ‘partnerrelatie’ tussen schilder, verffabrikant en opdrachtgever. De huidige rol- en taakverdeling is volgens hem niet geschikt voor innovatieve ontwikkelingen. De rol van de verfleverancier wordt overbelicht, terwijl de deskundigheid en verantwoordelijkheid van de schilder onvoldoende aandacht krijgt.

“De schilder wordt nu vaak geconfronteerd met een bestek dat is samengesteld door de opdrachtgever samen met de verffabrikant. Hij krijgt dus onvoldoende gelegenheid om mee te denken. Hoe kun je innovatief bezig zijn als een van de partijen in een volgende rol wordt gedrukt? De schilder moet volwaardig meepraten. Innovatie kan alleen als er een goede rolverdeling is. Zonder schilders kan het niet, zeker niet omdat die een belangrijke sleutel in handen hebben.”

Vroeg stadium

Een nieuwe werkwijze heeft alleen kans van slagen als opdrachtgevers het milieu als essentieel onderdeel van hun bedrijfsbeleid beschouwen. Hij zou het schildersbedrijf al in een vroeg stadium bij een onderhoudspo moeten betrekken. Op zijn beurt moet de schilder zijn advies niet alleen richten op de gewenste technische en esthetische prestaties, maar ook op de milieuprestaties. Daarbij zal hij rekening moeten houden met de applicatieomstandigheden. Ook na uitvoering van het werk blijft de schilder gedurende langere tijd het aanspreekpunt voor de kwaliteit van het schilderwerk.

Barends: “Uiteindelijk gaat het erom dat de opdrachtgever vertrouwen koopt en in de schilder een aanspreekpunt heeft voor het schilderwerk als geheel.”

De nieuwe rol van de schildersbedrijven is niet van de ene op de andere dag geaccepteerd, maar Barends constateert zowel bij opdrachtgevers als bij de verfindustrie een draagvlak voor zijn manier van denken. Maar ook schildersbedrijven moeten het milieu als een vast onderdeel van hun bedrijfsbeleid gaan zien. Lang niet iedere schilder is er al van overtuigd dat het voor milieu en gezondheid beter is daar waar het technisch mogelijk is oplosmiddelarme produkten te gebruiken. Een deel van de terughoudendheid heeft volgens Barends te maken met een gebrek aan communicatie. Er is met name discussie over de situaties waarin de nieuwe produkten wel of juist niet ke worden toegepast. Het bedrijfschap is echter druk doende daar iets aan te doen.

Tijdens tien regionale bijeenkomsten worden bij zowel werkgevers als werknemers in het schildersbedrijf de meningen over toepassing van oplosmiddelarme verf gepeild. Met begeleiding van marktonderzoeksbureau Intomart moet dat leiden tot een rapport waarin de schilders zelf aangeven in welke situaties wel en waar niet met oplosmiddelarme produkten kan worden gewerkt. De bijeenkomsten zijn besloten en Barends wil dus ook nog niet ingaan op de conclusies. Wel wil hij kwijt dat er een opmerkelijke eensgezindheid is tussen werkgevers en werknemers.Het rapport zal eind dit jaar aan de partijen in de schildersbedrijfstak worden aangeboden en dan kan er volgens Barends bijna geen misverstand meer bestaan over de toepassingsmogelijkheden van oplosmiddelarme verf.

Tour de force

Of met de nieuwe manier van denken de doelstellingen nog worden gehaald, is allerminst zeker, maar Barends blijft enthousiast over het KWS 2000 programma. “Dit is het enige gremium waar regelmatig opdrachtgevers, verfindustrie en schildersbedrijven aan tafel zitten om een oplossing te vinden voor een door de overheid geformuleerde doelstelling. Een rekensommetje laat zien dat het lastig is de doelstellingen te halen. We staan voor een tour de force. De wil is er, het vervolg heeft te maken met risico’s nemen. We voeren nu in elk geval de juiste discussie en dat verhoogt de kansen. KWS 2000 is springlevend en interessanter dan ooit.”

Reageer op dit artikel