nieuws

Schiedam blaast nieuw leven in oude branderij

bouwbreed Premium

De panden van de negentiende eeuwse distilleerderij ‘De Locomotief’ zijn als een feniks uit hun as herrezen. Het monumentale gebouwencomplex in de jeneverstad Schiedam heeft na een brand een grondige renovatie ondergaan. Nog dit jaar zal worden begonnen met de te fase; de reconstructie van een ambachtelijke moutwijnbranderij, die het leven in de ‘brouwerij’ moet terugbrengen.

In 1985 werd het laat achttiende eeuwse monumentale complex aan de Lange Haven door een zware brand getroffen. De oorzaak is nooit boven water gekomen, maar het vele bluswater richtte grote schade aan. Tijdens de brand moest het overtollige water zelfs door gaten in de vloer worden afgevoerd. Het kletsnatte pand werd vervolgens met een noodkap afgesloten, waardoor een uitstekend klimaat voor schimmelvorming werd geschapen .

De vochtigheid eiste wel degelijk zijn tol; alle houtconstructies waren aangetast door zwamvorming en naast de schade aan daken en vloeren vertoonde ook het metselwerk menige scheur.

Ruine

“Het was eigenlijk een ruine”, memoreert architect C. Bouwstra van het architectenbureau Verlaan en Bouwstra uit Vianen dat bij de restauratie is betrokken. Dat het in zeer slechte staat verkerende complex niet werd gesloopt, is te danken aan het feit dat het ‘pakhuis’ sinds 1969 op de Rijksmonumentenlijst voorkwam. De twee gebouwen van distilleerderij ‘De Locomotief’ aan de Lange Haven 74 en 76 worden gezien als belangrijke overblijfselen van de jeneverindustrie waarmee Schiedam wereldfaam verwierf.

Onder leiding van de Stichting De Gekroonde Brandersketel, waarin onder andere de gemeente Schiedam participeerde, werd de verloedering een halt toegeroepen. In 1989 leidde dit tot een f 5,5 miljoen kostend restauratieplan; de voor Schiedam zo karakteristieke panden zouden in hun oorspronkelijke staat worden teruggebracht.

Daarnaast zou ook een authentieke moutwijnbranderij worden gereconstrueerd, als onderdeel van het Nederlands Gedistilleerd Museum dat volgend jaar aan de Lange Haven zal zijn gehuisvest.

Veiligheidsmaatregelen

Na het aanbrengen van een noodkap en het treffen van de nodige veiligheidsmaatregelen werd begonnen met het van top tot teen opmeten van de panden om de restauratie zo nauwkeurig mogelijk te ke uitvoeren.

“De restauratie is een tijdrovend proces waaraan veel historisch onderzoek is voorafgegaan. Daarbij is voortdurend intensief overleg gevoerd met Monumentenzorg, want aan zo’n document kun je niet zo maar iets toevoegen”, aldus Bouwstra.

Belangrijkste strijdpunt met Monumentenzorg was de reconstructie van de voor de achttiende eeuwse branderijen zo karakteristieke klokgevel, die in de loop der tijd was vervangen door een lijstgevel. Uiteindelijk werd besloten de klokgevels in ere te herstellen en medio 1992 kon het Vleutense Aannemingsbedrijf G.W. Geelen BV met de werkzaamheden aanvangen.

Na het verwijderen van alle twintigste eeuwse toevoegingen werd op de bovenste verdieping begonnen met het vervangen van de zware houten vloerbalken. Leidingen en brandwerende lagen werden in dubbele vloeren weggewerkt en om brandveiligheidsredenen werden de gietijzeren standvinken vervangen door eikehouten exemplaren. Het metsel- en voegwerk werd hersteld en de luiken, die destijds voor de nodige ventilatie zorgden, zijn nu vervangen door ramen. Zij bieden zicht op twee van de vijf molens, eveneens verwijzingen naar het branderijverleden.

Leidingschacht

Dat de branderijgebouwen wel degelijk gebukt gingen onder de opslag van zware zakken graan en meel, blijkt uit de hellende zijmuur van nr. 76. Om deze uitwijking tegen te gaan werd een leidingschacht aangebracht. Daartoe werd het smalste pand (nr. 74) verlengd waardoor tevens een liftschacht en trap kon worden gerealiseerd. Het pand werd voorzien van een kap met verlijmde spanten en de tweede verdiepingsvloer van het slechts 5,5 meter brede pand verlaagd. Alle nieuwe toevoegingen werden consequent in wit uitgevoerd om oud- en nieuwbouw van elkaar te onderscheiden. De onder leiding van poarchitect ir. R. Osterholt uit te voeren restauratie blaast nieuw leven in de branderijpanden, die als een wezenlijk onderdeel van het toekomstig Nederlands Gedistilleerd Museum moeten worden gezien. Het museum zal onder andere worden uitgerust met een proeflokaal en biedt ruime expositie- en conferentieruimtes.

Momenteel wordt aan de hand van bouwsporen een authentieke moutwijnbranderij gereconstrueerd die oktober volgend jaar voor het eerst moet proefstoken.

“De beste manier om een monument te behouden is om het een functie te geven” stelt Bouwstra. Met deze nieuwe invulling verkreeg het po onder andere financiele steun van de EU, het bedrijfsleven en sponsors. De Europese Commissie bekroonde de plannen met “het hergeven van een zinvolle betekenis aan monumenten van bedrijf en techniek”.

Reageer op dit artikel