nieuws

Scherpere referte-eis ww wordt later ingevoerd

bouwbreed Premium

Het wetsvoorstel met nieuwe eisen voor het recht op een werkloosheidsuitkering, waaronder die van de door de bouwbonden verafschuwde aanscherping van de referte-eis, ligt nu bij de Tweede Kamer. De met deze maatregelen beoogde bezuiniging van f 245 miljoen in 1995 zal zeker niet worden gehaald nu de ingangsdatum in plaats van 1 januari zeker twee maanden later zal vallen.

De twee maanden uitstel is een gevolg van bezwaren, die de bedrijfsverenigingen hebben gemaakt tegen de korte voorbereidingstijd. Staatssecretaris Linschoten heeft daarom de ingangsdatum verschoven naar 1 maart jl.

Maar niet zeker is dat het wetsvoorstel zonder wijzigingen door de Tweede Kamer zal worden aangenomen. De bouwbonden hebben al laten weten voor de behandeling de Kamerleden te zullen bestoken met argumenten om vooral de aangescherpte referte-eis weer te verzachten omdat die voor werknemers in de bouw grote gevolgen zal hebben.

In verhouding tot andere bedrijfstakken zullen door de korte, wisselende dienstverbanden en frictiewerkloosheid veel meer werknemers in de bouw niet langer in aanmerking komen voor een ww-uitkering.

Cao-eis

Voorgesteld wordt namelijk dat men pas op een ww-uitkering van 70 % van het laatste loon kan worden gerekend als in de 39 weken voorafgaand aan de werkloosheid minimaal 26 weken betaald werk is verricht. Nu geldt nog als referte-eis dat men 26 weken moet hebben gewerkt in het jaar dat aan de werkloosheid vooraf is gegaan.

Deze voorgenomen wijziging bracht de hout- en bouwbond CNV er al toe in hun eisen ter vernieuwing van de bouwcao op te nemen dat contracten voor tijdelijk werk tenminste een duur van 26 weken dienen te hebben.

Overigens zal men voor de uitkering van 70 % van het laatste loon behalve aan deze eis tevens moeten ke aantonen vier jaar werkzaam te zijn geweest in de vijf jaren voorafgaande aan de werkloosheid. Als men alleen aan de nieuwe wekeneis kan voldoen, wordt de uitkering 70 % van het minimumloon in plaats van het laatst verdiende loon.

De duur van de vervolguitkering na een half jaar op het niveau van het sociale minimum wordt verlengd van een naar twee jaar, waarna men is aangewezen op de bijstand.

Wachtgeld

Verder wordt voorgesteld de wachtgeldperiode uit te breiden van acht naar dertien weken. Dat betekent dat de ww-uitkering gedurende de eerste dertien weken ten laste komt van de wachtgeldfonds, die door de bedrijfstak zelf wordt gefinancierd.

Ook deze aanscherping treft de bouwnijverheid als sector onevenredig zwaar gezien de vrij frequent voorkomende frictiewerkloosheid, omdat werken niet op elkaar aansluiten.

Verder wordt het begrip ‘passende arbeid’ aangescherpt. De huidige regeling, waarbij academici het eerste halfjaar van hun werkloosheid uitsluitend een baan op eigen niveau hoeven te zoeken, leidt er te veel toe dat kansen worden gemist om op hbo-niveau aan de slag te gaan. Vandaar dat het kabinet vindt dat academici direct ook werk op dat niveau moeten aanvaarden.

Voor schoolverlaters vindt het kabinet alle arbeid qua aard en niveau passend.

Effecten

De verscherpte wekeneis zal naar raming er voor zorgen dat 3500 mensen minder een beroep op de ww ke doen. Door verscherping van de jareneis zullen 72.000 mensen een een uitkering van 70 % van het minimumloon gaan ontvangen in plaats van een aan hun loon gerelateerde uitkering.

In de periode na een half jaar ww-uitkering zal het aantal mensen met een verlengde of vervolguitkering naar raming met 22.500 afnemen.

De voorgestelde maatregelen samen zouden moeten leiden tot een besparing van ongeveer f 245 miljoen in 1995, oplopend tot ongeveer f 520 miljoen per jaar na 1999.

Reageer op dit artikel