nieuws

RPD in Ruimtelijke Verkenningen: ‘Nog minimaal 55.000 woningen extra nodig’

bouwbreed

Er moeten tot het jaar 2005 minimaal 55.000 woningen meer worden gebouwd dan in de Trendbrief is aangegeven. Dit aantal kan zelfs oplopen tot 206.000 woningen. In de Trendbrief werd vooralsnog uitgegaan van 162.000 woningen extra. Een en ander betekent dat de Planologische Kernbeslissing (PKB) voor de Vinex zeker voor de periode na het jaar 2000 moet worden herzien.

Dit blijkt uit de ‘Ruimtelijke Verkenningen 1994’ van de Rijksplanologische Dienst (RPD). In dit lijvige boekwerk dat de toepasselijke titel ‘Balans’ heeft meegekregen wordt het Vinex-beleid onder de loep genomen.

Hoewel de RPD nadrukkelijk stelt dat er geen aanleiding bestaat de Vierde Nota extra “op korte termijn integraal te herzien” is de dienst wel van mening dat een actualisering van de Planologische Kernbeslissing op z’n minst noodzakelijk is.

Dit wordt vooral ingegeven door het feit dat de meest recente bevolkingsprognoses van het Centraal Bureau van de Statistiek nogal sterk afwijkt in vergelijking met de Vinex-aannamens in 1990. Immers, volgens de CBS-middenprognose zal Nederland in 2015 ruim 700.000 mensen meer tellen dan toen was voorzien. In totaal zal Nederland dan 17,2 miljoen inwoners tellen.

Dat heeft volgens de verkenningen ook gevolgen voor de woningbehoefte tot het jaar 2005. Ging de Trendbrief nog uit van een extra woningbehoefte van 162.000, de RPD schat dat dit aantal met minimaal 55.000 tot maximaal 206.000 woningen kan oplopen.

Op basis van de CBS-middenprognose wordt de woningbehoefte in de periode 2005-2015 geschat op 451.000 woningen. Dit aantal loopt bij een hogere prognose op tot 673.000 woningen.

Locaties

De vraag is echter waar deze woningen moeten worden gebouwd. Ook de RPD blijft hierop het antwoord schuldig. In ieder geval ziet de Rijksplanologische Dienst de oplossing niet in het extra en sneller bouwen op bestaande en in de convenanten afgesproken locaties. “Om ook voor de periode na 2000 tijdig voldoende capaciteit beschikbaar te krijgen valt verdere besluitvorming over de zoekrichtingen in het kader van de PKB-herziening te overwegen. Een actualisering van de Planologische Kernbeslissing (waar dus wel te bouwen en waar niet-red.) zal dan betrekking hebben op de periode 2000-2015”, aldus de RPD.

Benutting van het bestaand stedelijk gebied moet volgens de dienst wel voorop blijven staan. Als aandachtspunten worden daarbij genoemd verdichting in voor- en naoorlogse stadsdelen, al dan niet door stedelijke hoogbouw, ondergronds bouwen en een herverdeling van de woningvoorraad.

Maar ook alternatieve ontwikkelingsrichtingen moeten volgens de RPD niet worden geschuwd en in “interstadsgewestelijk verband” worden getoetst. Vooral, zo wordt in het boekwerk gesteld, omdat nu in vrijwel alle grote stadsgewesten de “nabije” bouwlocaties benut zijn.

“Op veel plaatsen komen daarbij ‘strategische zones’ in beeld, zoals het IJmeer, de Haarlemmermeer en het Tussengebied Rotterdam en Den Haag. In feite gaat het niet langer om het selecteren van concrete locaties, maar meer om het tot ontwikkeling brengen van een groen/blauwe infrastructuur die geschikt is om een steeds veranderende bouwopgave op flexibele wijze te geleiden”, aldus de RPD.

Dat flexibel inspelen op de bouwbehoefte is in de visie van de RPD noodzakelijk omdat “de onzekerheid over de bouwprognoses niet eerder zo groot is geweest. Omgerekend in benodigde woningaantallen voor de periode 2005-2015, is het verschil tussen de lage en de hoge CBS-prognose 440.000 woningen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels