nieuws

‘Resultaten onderzoek met subsidiegelden toegankelijker maken’

bouwbreed Premium

De overheid zou op het gebied van de technologie een speerpuntenbeleid moeten voeren waarin veel gerichter wordt omgegaan met subsidiestromen voor onderzoek. De ingenieursbureaus moeten daarenboven toegang krijgen tot de kennis die met rijksgelden door grote kennisinstituten en TNO is verkregen.

Dit zei ir. P. van Rangelrooij, voorzitter van de Orde van Nederlandse Raadgevende Ingenieurs, bij de opening van de ONRI-middag gisteren in Den Haag. Op de middag werden de leden van de ONRI geinformeerd over onderwerpen zoals ‘Europa zonder binnengrenzen’ en ‘het Europese milieubeleid’.

Nederlandse ingenieursbureaus die in het buitenland iets te vertellen willen hebben, moeten ke terugvallen op een zo sterk mogelijke kennisinfrastructuur. De overheid werkt daar niet aan mee door subsidies te geven aan allerlei technologisch , hoogwetenschappelijk onderzoek zonder te weten wat het directe commerciele nut van dat onderzoek is. De kasten van de grote technologische instituten en bij het TNO zitten vol met door de overheid gefinancierde know-how.

krachtenspel

Die kennis wordt door deze instituten op de markt gebracht terwijl de ingenieursbureaus daartoe maar in beperkte mate toegang tot hebben. “Daardoor is het krachtenspel op de markt wat diffuus”, aldus Van Rangelrooij.

De voorzitter pleitte voor een meer structurele samenwerking bij het op de markt brengen van de met overheidsgelden verworven kennis. Dat verhoogt de efficiency van de marktactiviteiten. En daardoor zou de positie van Nederlandse ingenieursbureaus in Europa aanzienlijk te versterken zijn.

Enquete

Om inzicht te krijgen in de opvattingen over de interne markt van Europa heeft de ONRI het NIPO een enquete laten uitvoeren. Leidinggevende functionarissen van 184 bedrijven van meer dan vijftig werknemers kregen onder meer de vraag voorgelegd of het na 1992 eenvoudiger is geworden om mee te dingen naar overheidsopdrachten in andere landen van de Europese Unie. De uitkomst noemde Van Rangelrooij “bijzonder pregnant”.

Een meerderheid van 54% meent dat daar geen sprake van is. In de sector bouw en groothandel ervaart zelfs 61% geen voordelen van verplicht openbaar maken van aanbestedingen. Als argumenten noemen veel bedrijven de hoeveelheid papierwerk die in de praktijk gemoeid is met het inschrijven op

opdrachten in het buitenland. Ook vinden zij de totale procedure juist ingewikkelder geworden. Van de ondervraagde ondernemingen zegt maar 8% dat het na 1992, met open grenzen, eenvoudiger is geworden mee te dingen naar overheidsopdrachten in andere landen van de Europese Unie.

Reageer op dit artikel