nieuws

Pleidooi Monumentenzorg voor bescherming van ‘wederopbouwarchitectuur’

bouwbreed

De Rijksdienst voor de Monumentenzorg pleit voor het behoud van de ‘wederopbouwarchitectuur’. De dienst bezint zich op de inventarisatie van deze architectuur, dat wil dus zeggen die van na 1945. Dat bleek bij de presentatie van het Jaarboek Monumentenzorg in Rotterdam. De vijfde aflevering is gewijd aan de jonge monumenten, gebouwd tussen 1850 en 1940. De inventarisatie daarvan is in ons land afgerond, zodat de subtitel voor dit jaarboek werd ‘Monumenten van een nieuwe tijd’.

Het pleidooi van de RDMZ betekende goed nieuws voor de naoorlogse architectuurproduktie die in geen stad meer wordt bedreigd dan in Rotterdam. Men beschikt er nauwelijks over historische monumenten en de renovatie/restauratie van voorbeeldige sociale woningbouw uit de jaren dertig heeft al heel wat problemen opgeleverd.

Inmiddels sloopt men ijverig aan de beste voorbeelden van naoorlogse architectuur in de stad, en dat proces zette al jaren geleden in met ontkenning van architectonische kwaliteit. Een warenhuis als Vroom en Dreesman wisselde de modern ontworpen gevel van baksteen al spoedig in voor een trendy gordijngevel, beide naar ontwerp van architectenbureau Kraaijvanger. Voormalig warenhuis Termeulen wisselde een markant voorbeeld van naoorlogse architectuur in voor een banale uitbreiding; beide van architecten Van den Broek en Bakema. Recentelijk bleek het paviljoen achter de Bijenkorf van Marcel Breuer zonder problemen inwisselbaar voor een beeldverstorende grote aanbouw.

Het zijn willekeurige voorbeelden van zeer hoge architectonische kwaliteit die ingrijpend werden aangetast. Meer traditionele Rotterdamse wederopbouw architectuur gaat met gemak tegen de vlakte als betroffen het verouderde bouwborden. Winkelpanden van C en A van architect Van der Laan met verschillende aangrenzende winkelpanden aan de Coolsingel en Beursplein zijn inmiddels gesloopt en voor de eveneens wat traditionele banken aan de Blaak liggen de eerste sloopaanvragen te wachten.

Verminking

Niet alleen in Cobouw is om aandacht gevraagd voor bescherming van gebouwen die jonger zijn dan vijftig jaar. Sloop en verminking bij renovatie zijn aan de orde van de dag bij belangrijke naoorlogse architectuur, ook buiten Rotterdam.

Maar in de Maasstad gaat het allemaal in zo’n hoog tempo, dat er een werkgroep van vakmensen is opgericht om erkenning voor nog resterende belangrijke voorbeelden van nieuwere architectuur op te eisen.

Bescherming

In een speech van RDMZ-directeur Asselbergs maakte deze onverwachts bekend dat de dienst zich in Zeist bezint op de mogelijkheden van bescherming van ‘de wederopbouwarchitectuur’. Het is nog niet zover dat men hier direct toe overgaat, aldus Asselbergs, maar men bezint zich op mogelijkheden voor de inventarisering.

Een probleem vormt de in Europees opzicht verouderde Monumentenwet in ons land, die aanwijzing als rijksmonument pas na vijftig jaar mogelijk maakt. In bijvoorbeeld Duitsland is architectuur uit de jaren vijftig en zestig reeds beschermingswaardig. Daarbij gaat het niet alleen om hoogtepunten van moderne architectuur, zoals de Neue Nationalgalerie van Mies van de Rohe uit 1968 of Hans Scharoun zijn Philharmonie, maar ook om cultuurhistorisch belangrijke woningbouw aan bijvoorbeeld de Karl Marx Allee; zelfs hebben historici gepleit om ook het Palast der Republik uit het midden van de jaren zeventig te beschermen.

In ons land is bescherming alleen mogelijk via plaatselijke monumentenlijsten. In de gemeente Rotterdam is men zich de problematiek wel bewust, en denkt men wel al aan bescherming, maar tot nu toe heeft dat geen resultaten opgeleverd omdat men zich orienteert ten aanzien van hetgeen wel en niet direct bescherming zou moeten genieten. Incidenteel wordt in ons land op kleine schaal aan bescherming gedacht, soms ook van niet-overheidswege. Een goed voorbeeld daarvan is de Adventkerk in Den Haag-Loosduinen. Bij voorstellen tot de noodzakelijke sluiting van een aantal Haagse hervormde kerken, heeft men rekening gehouden met de belangrijke plaats die het gebouw uit 1955 naar ontwerp van architect Karel Sijmons inneemt. Op grond daarvan heeft een werkgroep geadviseerd het gebouw te behouden.

Elders in ons land zijn echter al voor de moderne kerkbouw na 1945 beeldbepalende kerken gesloopt, zoals een betonkerk van Bart van Kasteel in Geleen.

Renovatiegolf

De renovatiegolf die in verschillende steden reeds naoorlogse woningen heeft gehaald, maakt voorlopige aanwijzing van de belangrijkste voorbeelden gewenst. Er kan dan wat meer conserverend worden gewerkt zonder dat houten en/of stalen kozijnonderdelen voor het tegen dagprijs goedkoopste materiaal wordt ingeruild.

Het is bemoedigend dat de RDMZ nu denkt aan verdere bescherming om in een later stadium de confrontatie met dan inmiddels beeldverstorende renovaties en verbouwingen zoveel mogelijk te voorkomen. Als dat net zo efficient wordt aangepakt als de inventarisering van de periode 1850 – 1940, dan zouden we nog voor het jaar 2000 de vruchten daarvan ke oogsten, hoewel de nog langere monumentenlijsten niet in alle opzichten aantrekkelijk zijn bij een budgettair zuiniger wordende overheid.

De hervormde Adventkerk in Den Haag-Loosduinen van architect Karel Sijmons uit 1955 is een van de belangrijkste voorbeelden van naoorlogse moderne kerkelijke architectuur die aansluit bij het Nieuwe Bouwen uit de jaren dertig.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels