nieuws

Piet Asjes (64) bij zijn afscheid: ‘Ik vind het gewoon leuk dat ze me kennen’

bouwbreed

“De werkplaats heeft altijd de liefde van mijn hart gehad en ik voldeed altijd graag aan de wensen van de klant. Ik vond het leuk iets te maken dat een ander niet kon.” “Nou sprak ik wel eens een prijs af, waarvan later bleek dat die eigenlijk te laag was, maar toch liet ik het zo. Als de klant maar tevreden was. Goed, ik ben geen miljonair geworden, maar dat spijt me niks. Ik heb veel plezier in mijn werk gehad en kan een gezond bedrijf achterlaten. Kijk, als je jong bent wil je ‘iemand’ zijn. Dan kun je buiten je schoenen gaan lopen en je verbeelden dat je ‘iemand’ bent. Je kunt ook afdwingen dat je echt wat wordt. Ik ben een man geworden die in de Alkmaarse gemeenschap gekend wordt. Niet alleen door mijn bedrijf maar ook door mijn eigen paardestal Decapo en mijn betrokkenheid bij het drafcentrum. Ik bedoel dit zonder opschepperij, ik vind het gewoon leuk, dat ze me kennen en me begroeten met: He, daar is Piet Asjes. Je maakt dan echt deel uit van een gemeenschap.”

Harder

“Ik ben nou 64 en heb veertig jaar in de zaak gewerkt. Ik moet je wel zeggen, dat het zakenleven harder en sneller is geworden dan vroeger. Het moet echt je hobby zijn om het vol te ke houden. Vroeger had je een 48-urige werkweek – hoewel ik in het begin veel langer bezig was – en had je nog veertig uur over voor de zakelijk/sociale contacten. Nu wordt er 38 uur gewerkt en heb je maar dertig uur over voor die contacten. Je hoeft sommige bedrijven niet voor negen uur ’s morgens te bellen en na vier uur zijn ze vaak ook niet meer te bereiken. Er moet meer worden geregeld in minder uren. Vroeger had je altijd je relaties op het oog; nu moet je toch meer naar de winst kijken, anders ben je ongezond bezig.” “Natuurlijk is het verkopen van machines belangrijk, maar ik heb mijn mensen altijd voorgehouden: de werkplaats met alles erop en er aan is het allerbelangrijkste. Met een goede service en een goede nazorg behoud je je klanten. Als je die niet hebt dan moet je telkens opnieuw naar klanten zoeken. Dat was vroeger zo en dat is nog zo. Over vroeger gesproken: ik heb bij wijze van spreken in die veertig jaar wel alle zeeen bevaren. Ik heb meer dan eens gedacht: ‘Nou gaat het niet goed, nou hou ik er toch echt mee op’, maar de volgende morgen ging ik er weer stevig tegen aan en met succes.”

Nooit failliet

“Ik kan het bedrijf met opgeheven hoofd verlaten. Als je zo in touw bent als ik en je bent een zaak aan het opbouwen dan denk je niet zo vaak aan een opvolger. Maar zo in het begin van de jaren tachtig – we hadden net een moeilijke tijd achter de rug – ging ik toch eens nadenken. Als ik eerlijk voor mezelf ben dan moet ik toegeven dat ik niet het prototype van de snelle manager ben. Ik heb zelfs geen telmachine. Er staan hier in het bedrijf natuurlijk computers, maar het is wel eens gebeurd dat ik ’s avonds door de zaak liep, een computer aan zag staan en de boekhouder belde of hij alsjeblieft even wilde komen want ik wist dat ding niet uit te zetten. Aan de andere kant, ik kende de zaak op mijn duimpje. Ik liep in de werkplaats nooit te zoeken naar dingen die niet goed gingen, maar als er iets niet goed was dan merkte ik dat onmiddellijk. Daar ben ik best een beetje trots op.”

Iets voor Theo

“Maar op mijn opvolging terug te komen: in mijn gezin voelde niemand er voor de zaak over te nemen. Ik ben hier en daar eens gaan kijken of ik hem kon verkopen maar de opbrengst viel me toch bar tegen. Nou heb ik Theo van den Berg hier in de zaak opgevoed en langzamerhand rijpte bij me de gedachte: ‘Zou het niet iets voor Theo zijn?’ Ik heb daar met hem over gesproken. Eerst had hij er, eerlijk gezegd, niet zo veel zin in – hij moest kennelijk aan de gedachte wennen – maar toen ik hem er later weer over aanschoot was het met een half uur bekeken.

Eigen stal

Het was een belangrijk ogenblik van mijn leven: ik kon me zonder spijt gaan voorbereiden op mijn vertrek. Fijn vond ik het dat ook in de toekomst de zaak mijn naam zou blijven dragen. De laatste tijd kom ik niet meer zo vaak op de zaak, ik wil mijn medewerkers, met wie ik zo goed heb samengewerkt, niet voor de voeten lopen. En ik heb het vaste vertrouwen in Theo, ik kan de zaak rustig aan hem overlaten.

Of ik niet bang ben in een gat te vallen? Nou, ik heb er wel voor gezorgd dat dat niet zal gebeuren. Ik ben een boerenzoon en toen ik hoefsmid was heb ik veel paarden beslagen. Daarom ben ik een eigen stal begonnen. Dat betekende vaak vijf uur ’s morgens het bed uit om de dieren te trainen. Mijn vrouw zei op een gegeven ogenblik: Laten we een boerderijtje kopen dan kan je als je de zaak verkocht heb verder met je paarden.

Dat was heel wat voor mijn vrouw, want zij komt niet uit een boerenfamilie. Nu heb ik een eigen stal, Decapo, waar ik veel tijd in zal steken. Nee, ik val niet in een gat, maar, zoals dat in het persbericht staat, ik ben verlost van de dagelijkse zorg, die het leiden van een modern bedrijf met zich mee brengt.”

Piet Asjes (r) overhandigt de sleutel van het bedrijf aan zijn opvolger Theo van den Berg.

Theo van den Berg nieuwe eigenaar Asjes BV

Theo van den Berg (48), die per 1 januari eigenaar wordt van Asjes BV uit Alkmaar, werkt al 32 jaar bij dit technisch handelscentrum voor landbouw en grondverzet. “Ik heb hem opgevoed”, zegt de scheidende eigenaar Piet Asjes.

Jaap Barendrecht

Van den Berg is begonnen als leerling-monteur en groeide via allerlei functies met het bedrijf mee tot hij adjunct-directeur was. Hij maakte uiteraard ook mee dat het typisch op de landbouw gericht bedrijf zo’n vijftien jaar geleden zijn basis verbreedde en ook een gww-poot oprichtte.

De omzet wordt wat de machines betreft nu voor vijftig procent in de landbouw een voor vijftig procent in de gww-sector behaald. En wel met de merken JCB, Atlas en Case. Daarnaast brengt men onder de naam Nautitrans materieel voor het transport van boten op de markt. De zaak telt 23 medewerkers. Zo langzamerhand groeide bij Van den Berg het besef dat hij wel zelfstandig ondernemer wilde worden (“het was een drang die er kennelijk al in zat”) en een jaar of vijf geleden bood Piet Asjes hem de kans door hem te zeggen dat hij het bedrijf kon overnemen.

“De onderhandelingen zijn erg prettig verlopen, maar dat had ik eigenlijk niet anders verwacht, want we liggen elkaar goed. Per 1 januari zal ik dus eigenaar van de onderneming zijn”, aldus Van den Berg. Hij noemt Asjes een man bij wie geld een ondergeschikte rol speelt. “Veel belangrijker vond hij zijn relatie tot de klanten. Als hij eenmaal had toegezegd: Het komt voor elkaar, dan wilde hij ook dat het voor elkaar kwam, eigenlijk tegen elke prijs. ‘Gezegd is gezegd’, is zijn devies”, vertelt Van den Berg. In het persbericht dat Asjes BV ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan en de wisseling van eigenaren heeft uitgegeven wordt Piet Asjes getypeerd als een man “met visie, met persoonlijke dienstbaarheid in het directe contact met zijn medemens; relaties en klanten werden vrienden, hij is wars van elke rendementsgedachte en wanneer gewenst praatpaal voor bedrijf en familie, zonder afweging van eigen voordeel.” Reden om eens naar de scheidende eigenaar te luisteren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels