nieuws

Op straffe van verdwijnen Normale straatwerk moet worden geautomatiseerd

bouwbreed

Het stratenmakersvak in de huidige vorm zal, zoals veel handmatige beroepen, verdwijnen. Daarom zal het normale straatwerk moeten worden geautomatiseerd, gemechaniseerd. Aldus stelde ing. H.A. Vooijs als woordvoerder van de Vereniging Stadswerk Nederland tijdens het symposium ‘straatwerk in gezonde banen’ in het Autotron in Rosmalen.

Bij de twee jaar oude vereniging Stadswerk zijn 1750 gemeente ambtenaren in leidinggevende posities op het gebied van ontwerp, realisering en beheer van de openbare ruimte aangesloten. Ing. H.A. Vooijs, in het dagelijks leven hoofd van de hoofdafdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Openbare Werken van de gemeente Wijchen, stelde dan ook als opdrachtgever het woord te voeren. Als zodanig kan de gemeenten terecht worden verweten de laatste decennia geen bal te hebben bijgedragen aan goede werkomstandigheden in het straatmakersvak. Hier staat tegenover dat diezelfde gemeenten de branche ke verwijten zelf niet die maatregelen te hebben getroffen waardoor de opdrachtgevers worden gedwongen bestekken en werkomstandigheden aan te passen om het produkt in deze tijd een menswaardig karakter te geven. Stadswerk kan als verontschuldiging haar jeugdige leeftijd opvoeren, de bedrijven dat de opdrachtgevers alleen maar het voordeligste resultaat willen. “Als het goed en goedkoop is, zou het ze een zorg zijn hoe het tot stand is gekomen.”

Kern van waarheid

Beide standpunten bevatten volgens ing. Vooijs een kern van waarheid. De laatste vijftig jaren hebben we alles geleerd van techniek, procesbeheersing, automatisering en rationalisering maar heel weinig van arbeidsomstandigheden en -verhoudingen. Het deed hem daarom deugd dat het congres is georganiseerd met een brede invalshoek. Zowel de medische, de maatschappelijk, de technische als de economische aspecten kwamen er aan de orde. “Het is wel vijf voor twaalf want er is maar een klein verschil tussen het congresthema ‘Straatwerk in gezonde banen’ en de constatering ‘Straatwerk zonder banen’. Bij de huidige snelheid in ontwikkelingen zal het bij ongewijzigd beleid niet lang meer duren of de laatste straatmaker wordt een museumstuk met als voor de hand liggende plaats Madame Tussaud.” Het straatmakersvak is een van de oudste mannelijke beroepen. Straatwerk gaat vaak eeuwen mee. Deze omstandigheden van tijdloosheid en tijdbestendigheid hebben naar sprekers mening ertoe bijgedragen dat de druk op vernieuwing of wijziging in uitvoering lang op zich liet wachten. “Mechanisering en automatisering van andere verhardingsprodukten als beton en asfalt namen na de oorlog een veel grotere vlucht en verbanden de bestrating weliswaar naar de bebouwde kommen maar het is nog altijd zo, dat de jaaromzet in de bestratingsbranche anderhalf miljard bedraagt tegen die van asfalt ongeveer 0,7 miljard. Als u daarbij bedenkt dat hiervan slechts een procent of vijf mechanisch wordt gestraat dan wordt 95% nog op de ouderwetse wijze van steen voor steen of tegel na tegel weggelegd.”

Toch is wel wat gebeurd. Na de wederopbouwhausse waarin nieuwe plannen vol met asfalt werden gelegd kwam een wat evenwichtiger aanleg van de bebouwde omgeving. De verblijfsfunctie speelt tegenwoordig in de openbare ruimte de belangrijkste rol. Alle vormen van verharding, met name die waarmee de ontwerper kon spelen en zich uitleven, worden hiervoor gebruikt. Betonmaterialen worden ontwikkeld en de olieprijzen versterken de concurrentie tegenover asfalt. De branche lijkt daarmee gered.

Toch blijft de branche zwak naar de mening van ing. Vooijs. Bestratingsbedrijven weten niet hoe snel ze moeten uitgroeien naar aannemers van grond-, weg- en rioolwerk. Het straatwerk zelf wordt uitbesteed aan loonbedrijfjes. Straatmakers, die niet meer mee ke, komen soms bij een gemeente of anders in de ziektewet of de ww. Dit wordt mede veroorzaakt doordat gemeenten wel redelijke voorzieningen voor eigen personeel hebben maar bij uitbesteding alleen de prijs laten prevaleren. “Maar gelukkig komt uit andere hoek hulp”, aldus ing. Vooijs. “De arbowetgeving gaat regels stellen voor zowel werkgever als werknemer en door de grote hoeveelheden straatwerk in Nederland die onderhouden moeten worden is er maar een antwoord: alternatieven, welke aangepaste wijzen van werken ontwikkelen om het noodzakelijke werk op een verantwoorde en toegestane manier te ke uitvoeren.”

Mechanisch

Als ontwikkelingen noemde hij het mechanisch straten waar de gemeente Rotterdam al tientallen jaren voor ijvert. Hierdoor wordt daar al 50% straatwerk mechanisch uitgevoerd. Met de ontwikkeling van cursussen, subsidies en andere stimuleringsmaatregelen stond Rotterdam aan de wieg van VMS waarbij inmiddels dertien bedrijven zijn gesloten.

Verder voldoen de eerste aannemersbedrijven al aan de Isonorm 9001. Ook stelde de OBN een eigen kwaliteitsborging in om de straatmakersbranche een beter image op met name kwaliteitsniveau te geven.

Hoewel langzaam worden alternatieve, lichtere materialen ontwikkeld. Als zodanig noemde Vooijs de kunststof kolk. “Ik hoop dat dit met kunststofbanden en dergelijke ook zal gebeuren.”

Naar zijn mening dient het aanbestedingsbeleid eens goed ter discussie te komen. Wijze van aanbesteden, meerjarencontracten en niet termijn gebonden uitvoering ke de spreiding van werk bevorderen, de planning verbeteren en de kosten voor alle partijen, tot en met de sociale premies, verlagen.

Ook hier doet volgens Vooijs de vereniging Stadswerk mee aan proefpoen op basis van een twee jaar geleden gesloten convenant met marktpartijen, vakbonden en ministeries over de verbetering van de jaarlijkse discontinuiteit in de gww sector.

Samenwerking

Als een van de belangrijkste voorwaarden voor het ‘in gezonde banen’ brengen van de straatmaker en de branche noemde Vooijs samenwerking. Alleen daarmee ke zij op wezenlijke manier overleven. De branche zelf, de aannemers die gebruik maken van straatmakersbedrijven en de opdrachtgevende gemeenten zullen samen wegen moeten ontwikkelen om achterstanden weg te werken en nieuwe processen in te voeren. Bij de oprichting van VMS zijn initiatieven genomen voor de oprichting van een werkgroep voor verdere ontwikkeling van de mechanisatie. Via voorbeeldpoen zullen met name de gemeenten gestimuleerd moeten worden om in dit proces te participeren.

De steeds meer in zwang rakende RAW bestekken bevatten uitvoerings- en verwerkingsregels waarin de ARBO wetgeving integraal is verwerkt. Maar gebeurt dit ook voor bestratingsbestekken, vroeg hij. zich af. “Worden bestratingswerken, vaak in een omvang van tienduizenden guldens, vaak niet nog op basis van werkomschrijvingen of nog erger in regie tegen eenheidsprijzen uitgevoerd, waarbij de criteria beperkt blijven tot verkeersmaatregelen en tijdige uitvoering?” Stadswerk, de opdrachtgeverskant, moet zijns inziens meewerken aan uniformering, standaardisering en het verbeteren van arbeidsomstandigheden. Via diverse overlegstructuren wordt daar de basis voor gelegd. Alle partijen zijn tot elkaar veroordeeld. “Anders gaat ieder toch weer het eigen slecht betegelde pad.”

Certificering en kwaliteitsborging zijn nu nog een intern bedrijfsgebeuren. De laatste zal ook binnen de dienstverlening zoals gemeenten op gang moeten komen richting burger. Indien deze verantwoordelijkheden in- en extern goed functioneren is het nog maar een kleine stap om een totale procesbewaking van opdrachtnemer naar opdrachtgever naar consument te krijgen. Verder moeten bedrijfsinterne milieuzorg, arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden centraal komen te staan.

Samenvattend stelde Vooijs dat het stratenmakersvak in de huidige vorm eerder zal verdwijnen. Het normale straatwerk zal moeten worden geautomatiseerd, gemechaniseerd. “Straatmaken moet worden herleid tot organisatie van het bulkwerk, verantwoording van het uitzetten en het stelwerk, vakkennis op het gebied van opsluitingen en verwerken van sierbestrating in de brede zin van het woord. Naar zijn overtuiging kan het ook financieel. “Helaas zijn de kosten niet op dezelfde plaatsen zichtbaar te maken als de besparingen. Maar een gezond mens met gezond verstand moet toch ke begrijpen dat infrastructuren het netwerk vormen van de economie en basis van de welvaart, zoals het sociale zekerhedenstelsel de structuur vormt voor het welzijn van onze samenleving”, zo besloot ing. Vooijs zijn rede.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels