nieuws

Jaarboek over jonge monumentenzorg

bouwbreed Premium

Het Jaarboek Monumentenzorg draagt de titel ‘Monumenten van een nieuwe tijd – architectuur en stedebouw 1850-1940’. Het is geheel gewijd aan interessante details uit het afgesloten Monumenten Inventarisatie Po.

Het nieuw verschenen boek bevat een aantal uitweidingen over facetten van jonge monumentenzorg. Inleidend wordt stil gestaan bij de inventarisatie die ‘snel’ wordt genoemd. Maar dat hangt van de beschouwer af en diens kennis over de veroorzaakte papierlawine die overzichtelijk via de computer toegankelijk schijnt te zijn. Overigens was men vaak niet in de gelegenheid de inventariserende documentatie al te zeer uit te diepen als talrijke praktische oorzaken dat bemoeilijkte.

De voor het boek verzamelde artikelen van verschillende auteurs geven een aardige beeld van hetgeen men zoal tegenkomt binnen de inventarisatie van jonge monumenten, gebouwd tussen 1850 en 1940.

Drinkt wat Klaer is

Onder de titel ‘Drinkt wat klaer is’ werd een korte beschouwing over de geschiedenis van de waterleiding in Groningen opgenomen. De belangrijkste monumenten die daarvan zijn behouden bestaan uit vier van de vijf watertorens in de provincie, waarvan beide in de stad Groningen buiten het kader van het artikel vielen. Een werd er gesloopt, zodat alleen de torens van Stadskanaal en Oude Pekela zijn beschreven. Het zijn interessante torens, waarvan de opzet is beschreven met foto’s en plattegronden. De ontwerpen zijn van de architect H.F. Mertens, die beide torens een eigentijds aanzien gaf. De constructie voor reservoir en ondersteunende kolommen werd geheel in beton uitgevoerd, met daar omheen een gevel van metselwerk in rode Groninger baksteen. Het werden relatief eenvoudige torens waarvan de functie in de gevels zichtbaar is door de accentuering van de reservoirbodem. Wekt het exterieur de indruk dat het reservoir vooral op de gevels rust, de realiteit is dat het skelet binnen de toren de dragende functie bekleedt.

Vroege betonbouw

Een onderwerp dat dicht bij de watertorensstaat gaat over vroege betonconstructies in Friesland. De provincie heeft nogal unieke voorbeelden gekend, varierend van pakhuizen tot woningen, watertorens en kerken. Vooral die kerken zijn interessant met hun gevels van beton in gepleisterde uitvoering met een tamelijk traditionele architectuur. Daarnaast zijn ook klokkestoelen en uitkijktorens in beton gerealiseerd. Ook de Overijselse kanalen, onder meer naar Twente, zorgden voor een aantal specifieke gebouwen in de jaren dertig. Voor sluizen waren nogal omvangrijke voorzieningen nodig die we nu als markante tekens in het landschap opvatten.

Deze voorbeelden geven een indruk van de variatie van opstellen die in het boek zijn gepubliceerd.

Verwarrend

De vijftien bijdragen zijn in grote lijnen vergelijkbaar met bijdragen uit de inmiddels bijna voltooide reeks boeken ‘Architectuur en Stedebouw 1850-1940′, waarbij het licht verwarrend is dat ook een ondertitel van dit jaarboek vormt. De teksten zijn royaal geillustreerd met foto’s en tekeningen en betreffen individuele monumenten, gebouwtypen in een regio en stedebouwkundige onderwerpen zoals het villapark Zorgvliet in Den Haag. Al met al opnieuw een interessante publikatie, al is het onderwerp in vergelijking met enkele voorgaande jaarboeken wat populairder (c.q. oppervlakkiger) behandeld.

‘Monumenten van een nieuwe tijd – architectuur en stedebouw 1850-1940, Jaarboek monumentenzorg 1994’. Uitgave: RdMz en Uitgeverij Waanders, Zwolle 1994. Formaat: 19 x 25,5 cm, 208 blz. ISBN: 90 400 9701 1. Prijs: (ingenaaid) – 35.

De watertoren van Oude Pekela naar ontwerp van architect H.F. Mertens naar een historische foto uit de jaren dertig.

Reageer op dit artikel