nieuws

Internationaal circus bij architectenkeuze Stedelijk Museum

bouwbreed Premium

De keuze van een architect voor de uitbreiding van het Stedelijk Museum is uitgelopen op een circusatractie met internationale sterren. Wim Beeren koos voor de Amerikaanse ster-architect en postmodernist Robert Venturi. De nieuwkomer Fuchs schoof opeens de Portugees Alvaro Siza naar voren. Het is opnieuw een voorbeeld van een zeer persoonlijke fascinatie van de museumdirecteur die alle rede naast zich neer legt.

De architectenkeuze voor de uitbreiding van het Stedelijk is een museaal Peyton Place geworden. Al bij de uitschrijving van de meervoudige opdracht voor een schetsontwerp aan de architecten Rem Koolhaas, Wim Quist, Carel Weeber en buitenlander Venturi was de te omstreden. Maar Wim Beeren was diep onder de indruk van de postmoderne uitbreiding van de National Gallery in Londen, met veel Venturiaanse pathos van de Amerikaanse pomo.

In de Nederlandse architectuurtraditie was het na Mendini in Groningen en Rossi in Maastricht opnieuw een voorbeeld van het streven naar een internationaal circusnummer. Daarentegen leken de drie Nederlandse architecten voor de meervoudige opdracht redelijk geselecteerd voor een museaal behoudende directie, die uit is op gevestigde grote namen.

Beeren had zo’n haast met de verlenging van zijn regime na zijn afscheid, dat hij Fuchs het gras voor de voeten wegmaaide. Dat ging ten koste van een helder pve, duidelijke wensen inzake sloop of behoud van de museaal gezien historisch belangwekkende Nieuwe Vleugel van fameus voorganger Wil Sandberg, en de later tot stand gekomen aanbouw met kantoorruimte en dergelijke. Welnu, alle vier de architecten toonden zich niet behept door bewaarzucht en stelden sloop voor.

Stedebouwkundige randvoorwaarden in verband met het Museumplein waren op een oor na gevild. Maar de bijna gepensioneerde directeur kon daar niet langer op wachten …

De binnengekomen ontwerpen waren verschillend en boden vier uiteenlopende varianten voor de uitbreiding. Venturi won met een onverwacht interessant schetsontwerp, waarvan de uitwerking minder historiserend beladen leek als zijn Londense uitbreiding. De keuze voor zijn ontwerp was fair; Koolhaas was een goede tweede.

Weken na de presentatie bleken alle ontwerpen volgens ambtelijke beoordeling opeens tweemaal te duur. Architecten bestreden dat, want dat schijnt standaard als men aan Coenens architectuurmuseum denkt.

Alvorens Venturi opdracht voor herziening te geven, besloot men eerst eens alle randvoorwaarden op papier te zetten. Nu dat eindelijk is gebeurd besluiten B en W op voorstel van Fuchs de Portugees Alvaro Siza met de opdracht te belasten.

Venturi wordt terzijde geschoven, omdat besprekingen tussen de Deense ontwerper voor het Museumplein Andersson en Venturi ‘niet geheel tot de gewenste resultaten leidde’. Gelijktijdig werd het pve uit de meervoudige opdracht met 60 procent beknot! Venturi stelde daarop een extra haalbaarheidsonderzoek voor, dat de museale stuurgroep niet nodig achtte. Dit was voor cultuurwethouder Ernst Bakker voldoende reden om een nieuwe architect aan te stellen, een buitenlander uiteraard. Nu heeft men wederom even haast met het ontwerp.

Vroeg men in de meervoudige opdracht 8000 m2 voor – 32 miljoen ( – 4000/m2), nu vraagt men voor een geindexeerd budget van – 32,76 miljoen slechts 3200 m2 (vergelijkenderwijs ongeindexeerd – 10.000 per m2! Bewezen lijkt dat de oorspronkelijke ontwerpen niet zozeer te duur waren, maar wellicht wat groot door overspannen randvoorwaarden. De vier ontwerpen nu zo makkelijk te laten vallen is in dit licht beschamend. Fuchs geeft toe, dat de geschatte – 72 miljoen voor Venturi’s ontwerp “lag aan een aantal onduidelijkheden in het oorspronkelijke pve”.

De nu geldende Europese richtlijn voor het aanbesteden van diensten wordt genegeerd. Fuchs is zijdelings betrokken bij een museum van Siza in Porto. De architectonische kwaliteit van een recent museum voor hedendaagse kunst in Santiago de Compostela is in recente publikaties niet direct in die mate opgevallen, dat men hoe dan ook niet meer buiten deze coryfee van het ‘Vliegend internationaal architectencircus’ kan. Siza heeft in Den Haag goede sociale woningbouw gerealiseerd en aanzienlijk mindelmatiger woningen in Berlijn. Zijn aanstelling is geen onvoorwaardelijke garantie voor architectonische kwaliteit.

Merkwaardig blijft dat Siza tweeeneenhalf maal zoveel per vierkante meter mag besteden dan bij de eerste vier ontwerpers uitgangspunt was. Voor hetzelfde bedrag hoeft hij maar de helft van het nieuwbouwvolume te realiseren! Met andere woorden, in de meervoudige opdracht vroeg men veel te veel bouwvolume met dure depots onder de grond die nu zijn vervallen. Het getuigt van ondermaats opdrachtgeversschap voor de hoofdstedelijke diensten.

Inmiddels is dan eindelijk besloten, de Nieuwe Vleugel te behouden, waarop verschillende malen in Cobouw is aangedrongen. Dat is geen kwestie van museaal begrip bij de musemdirectie, die er nu maar restaurant en museumwinkel in wil onderbrengen.

Opnieuw wordt de reden om voor behoud te pleiten, namelijk de specifieke overtuiging van de eerste belangrijke museumdirecteur na 1945, meteen teniet gedaan door onvolwassen hergebruik. Te vrezen valt, dat we van Fuchs niet anders hadden mogen verwachten na zijn coulisse-enscenering in Berlages Haags Gemeentemuseum tijdens zijn directie.

Fuchs babbelt Venturi inmiddels na met een visie van een kleinere museumuitbreiding met ‘het intieme karakter van een landhuis’.

Museumdirecteuren lijken me niet bij uitstek architectuurdeskundigen, maar te eigengereid om in deze naar rede te luisteren. Het wordt weer afwachten wat er nu uit de hoge hoed wordt getoverd. Zeker is, dat de meervoudige opdracht meer dan drie ton kostte en niets meer opleverde dan een aanleiding eindelijk eens het ambtelijke huiswerk van een pve nader uit te werken. De vier architecten daarvan moeten geen prettige herinnering aan dit museale circus hebben overgehouden.

Reageer op dit artikel