nieuws

ING: voorwaarden privaat financieren verbeteren

bouwbreed

Het beleid ten aanzien van publiek-private financiering van grote infrastructurele poen is aan vernieuwing toe. Een ‘majeure’ Europese aanpak is nodig om deze financieringsvorm aantrekkelijker te maken.

Dat zei ir. J.H.M. Lindenbergh, lid van de raad van bestuur van ING Nederland, op het congres ‘Voorrang aan duurzaam vervoer’ van Transport en Logistiek Nederland.

De politiek, zo zei Lindenbergh, moet het proces van publiek/private financiering omdraaien. Nu wordt de private financier erbij gehaald wanneer de laatste eindjes aan elkaar geknoopt moeten worden. Beter zou het zijn wanneer de private sector onder concurrentie meestreeft naar de best mogelijke oplossing.

Hiertoe moet de publiek-private samenwerkingsvorm vroegtijdig worden opgezet: bij voorkeur reeds in de ontwerpfase van een po.

Verder zei Lindenbergh het van belang te vinden dat door het instellen van een verzekeringssystematiek op Europees niveau (zoals bij exportfinanciering gebruikelijk is) komt politieke risico’s die van invloed ke zijn op de infrastructuurpoen in beeld worden gebracht en afgedekt.

Tot slot moet en langlopende rekeningen voor voor vermogenverschaffers aantrekkelijker worden gemaakt. Bij infrastructuur zijn looptijden van 25 jaar en langer gebruikelijk. Bij institutionele beleggers, zeker buiten Nederland, is de belangstelling voor dergelijke lange looptijden beperkt. Hier kan verandering in komen als de lidstaten de leningen fiscaal aantrekkelijk maken voor de vermogenverschaffers van lang kapitaal.

Terughoudend

Lindenbergh reageerde tevens op uitlatingen van minister Zalm over private financiering, vorige week bij de opening van het nieuwe gebouw van de Nationale Investeringsbank. De minister van Financien riep hier op tot terughoudendheid en zei uitsluitend het middel van private financiering te willen hanteren als de belastingbetaler er geld op kan verdienen. Hij stelde in dit kader de Wijkertunel als voorbeeld, die “toen puntje bij paaltje kwam” goedkoper bleek wanneer de staat hem zou financieren.

Volgens Lindenbergh moet het principe van ‘verdienen voor de belastingbetaler’ ruim worden gezien. “Als via private financiering wordt geinvesteerd in infrastructuur die werkgelegenheid, minder files en minder ongelukken oplevert, is dat natuurlijk ook verdienen voor de belastingbetaler.”

Zalm zei echter wel kritisch, maar niet negatief tegenover private financiering te staan. Zo ziet hij een rol voor de institutionele belegger weggelegd bij de verdere ontwikkeling van de mainports Rotterdam en Schiphol en de eventuele aanleg van de Betuwelijn en de hsl. “Dit zijn werken waar duidelijke een taak ligt voor de grote investeerders.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels