nieuws

Groei bouw blijft gering

bouwbreed Premium

Marktonderzoekers verwachten dat de huidige zeer geringe groei van de Westeuropese bouwproduktie voorlopig niet zal verbeteren. In de jaren 1993 tot en met 2000 zou de bouwactiviteit in geheel West-Europa met rond 6,5 procent toenemen. Dat betekent dat na de grote expansie tot in de jaren zeventig de groei van de bouwproduktie in de laatste twintig jaar van deze eeuw minder dan 1 procent zal zijn geweest.

Op het Vision Eureka congres dat afgelopen zomer in Noorwegen werd gehouden, deed prof. H.G. Graf van het Zwitserse St. Galler Institut fur Zukunftforschung verslag van een onderzoek naar de verwachtingen voor de Westeuropese bouwmarkt op middellange termijn. Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met instituten in veertien landen, tezamen West- en Zuid-Europa vormend (met uitzondering van het voormalige Joego-Slavie en Griekenland).

Structuurverandering

Uitgangspunt van de beschouwingen was de samenhang van de bouwactiviteit op langere termijn met macro-economische ontwikkelingen en met het overheidsbeleid in verband met die ontwikkelingen. De onderzoekers waren het erover eens dat de oorzaken van de huidige aarzelende economie in verscheidene landen wel een conjuncturele component hebben, maar dat de stagnerende economie toch vooral het gevolg is van ingrijpende en snelle structuurveranderingen in onze samenleving. De technologische ontwikkeling, de economische opkomst van enkele gebieden, die tot voor kort nog tot de ontwikkelingslanden werden gerekend, de daaruit volgende internationale herverdeling van produktie en werkgelegenheid, de voortgaande internationale blokvorming, de veranderingen in het voormalige Europese Oostblok, de toenemende macht van multinationals, het zijn alle ontwikkelingen die bepaald niet aan ons voorbij gaan en deze opsomming is zeker nog niet uitputtend.

Wat betreft het economisch beleid van overheden naar aanleiding van deze grote structurele veranderingen zijn verscheidene scenario’s denkbaar met twee uitersten. Aan de ene kant is dat een politiek die de vraagstukken onderkent en bereid is op grond van die kennis de noodzakelijke maatregelen te nemen om de vraagstukken aan te pakken. Aan de andere kant is dat een beleid dat fundamenteel nauwelijks verandert.

Aanmodderen

Omdat aanpassingen en veranderingen van beleid veelal met wrijvingen gepaard gaan, kiezen overheden meestal voor een politiek van het te type. Zo’n beleid is weinig meer dan een voortzetting van dat in het verleden of, zoals Graf dat noemde, een politiek van aanmodderen. Voor zijn onderzoek ging Graf, in overleg met de instituten, voor West-Europa uit van een aanmodder-scenario.

Die keuze wordt onder meer gesteund door bijvoorbeeld de situatie op de Westeuropese arbeidsmarkten met structurele werkloosheid van miljoenen. Die werkloosheid wijst er op dat de de economieen in onze gebieden nog steeds achterlopen in de noodzakelijke aanpassingen. Alles tezamen genomen is het daarom waarschijnlijk dat de economische groei in West-Europa voorlopig gering zal zijn. Gezien de samenhang geldt hetzelfde voor de bouwproduktie.

De bouwproduktie was blijkens bijgaande tabel in de veertien landen in 1992 slechts 10procent meer dan in 1980 en in verscheidene landen is de produktie zelfs gedaald. Dat betekent dat gemiddeld per jaar de groei slechts ongeveer een half procent was. Tot 2000 komt daar dan nog eens ongeveer 6,5procent bij, ofwel een groei van gemiddeld ongeveer 0,8 procent per jaar. Dat betekent dat, na twintig jaar van een grote expansie, in de laatste twintig jaar van deze eeuw de jaarlijkse groei van de bouwactiviteit minder dan een procent zal bedragen.

Nu zijn deze cijfers gemiddelden van veertien landen en door met gemiddelden te werken, verliest men vaak inzicht in relevante verschillen. Uit de tabel valt echter af te lezen dat West-Duitsland, Spanje, Portugal, Oostenrijk en Zwitserland tot 1992 een vrij grote toeneming van de produktie te zien hebben gegeven. In Spanje, Portugal en Oostenrijk zal die toeneming tot op zekere hoogte doorgaan; de beide eerste landen hebben nog veel in te halen en de economische ontwikkeling in Oostenrijk is reeds geruime tijd relatief gunstig.

Matig

In de andere landen vertraagt echter het groeitempo van de bouw en in West-Duitsland zelfs vrij sterk. In heel West-Europa zijn de ontwikkelingen op wat langere termijn matig tot zeer matig te noemen. Ons land vormt daarop bepaald geen gunstige uitzondering.

Bezien wij in de bijgaande grafiek de ontwikkelingen per sector, dan valt vooral de daling van de nieuwbouw van woningen in de jaren tachtig op, waarvan de sector zich nauwelijks herstelt. De lijnen voor de particuliere utiliteitsbouw en voor de grond-, water- en wegenbouw schetsen dat vooral die sectoren getroffen werden in de recessies van de eerste heft van de jaren tachtig en de eerste helft van het lopende decennium. Voor deze sectoren wordt echter weer enig herstel voorzien met circa 1,5procent per jaar. In de kleinste sector, de publieke utiliteitsbouw, is weinig veranderd en dat zal ook in de komende jaren nauwelijks het geval zijn.

Omgekeerd

De groeisector is en blijft echter de renovatie, die na enkele jaren van bescheiden toeneming weer sterker gaat groeien. Als gevolg van deze veranderingen zal aan het einde van deze eeuw de nieuwbouw van woningen, die in 1980 nog bijna een derde van de totale bouwproduktie vormde, aan het einde van deze eeuw nog slechts een kwart zijn; voor de renovatie is de ontwikkeling omgekeerd.

Ontwikkeling bouwproduktie per land 1980, 1992, 2000. Indices, 1980 = 100 Land 1992 2000 % groeiprod.

1993-2000 Westeuropese landen Belgie 102 108 5,9 West-Duitsland 132 140 6,0 Frankrijk 96 102 6,3 Nederland 98 100 2,0 Ver. Koninkrijk 107 116 8,4 Zuideuropese landen Italie 102 102 0 Portugal 129 176 36,5 Spanje 154 170 10,4 Skandinavische landen Denemarken 82 99 20,7 Finland 90 82 – 8,9 Noorwegen 88 99 12,5 Zweden 109 94 – 13,8 Oostenrijk 128 144 12,5 Zwitserland 123 134 8,9 Alle landen 110 117 6,5

Reageer op dit artikel