nieuws

Goede hoop op aantonen haalbaarheid schepenlift

bouwbreed Premium

De haalbaarheid van een schepenlift bij het gemaal Lovink bij Harderwijk voor een vaarverbinding van het Veluwemeer naar het Markermeer wordt momenteel onderzocht door de ontwikkelaar van een inmiddels gepatenteerd systeem. Dat onderzoek moet eind dit jaar gereed zijn. Er is “goede hoop” dat een automatische schepenlift een goed alternatief zal blijken voor een sluis.

Het wegnemen van knelpunten in doorgaande scheepvaartroutes voor de recreatie- en de beroepsvaart wordt veelal niet gedaan vanwege de hoge kosten van de aangedragen oplossingen zoals sluizen, bruggen of aquaducten. Door Van Driel Mechatronica uit Waddinxveen is een schepenlift ontwikkeld voor de typisch Nederlandse situatie waarbij de last in een doorgaande beweging niet alleen moet stijgen, maar ook moet zakken.

De provincie Flevoland is van plan over bestaande vaarwegen een doorgaande verbinding voor de recreatievaart te verwezenlijken van het Veluwemeer naar het Markermeer. Daartoe moeten twee sluizen ofwel een sluis en een schepenlift worden aangelegd. Er komt in ieder geval een sluis halverwege Harderwijk en Lelystad. Dat is nodig omdat in de polder twee polderpeilen gelden met een niveauverschil van een meter. Deze sluis wordt voor zover bekend in december dit jaar nog aanbesteed.

Bewegende sluis

De lift zou moeten komen bij het gemaal Lovink bij in de polderdijk van het Veluwemeer op 500 meter afstand van de Knardijk die het Veluwe meer scheidt van het Wolderwijd. Het water van het Veluwemeer staat 5,5 meter hoger dan dat in de polder.

De schepenlift bestaat uit een stalen constructie waarover een bak met water met daarin een schip kan worden verplaatst. Het is te zien als een soort bewegende sluis. Deze lift is geheel anders dan bijvoorbeeld die in Ronquiere in Belgie. Daar gaat het om een massa van duizend ton en nog eens een contragewicht van de zelfde massa die bewogen en moeten worden afgeremd.

Bij de gepatenteerde schepenlift van Van Driel wordt geen contragewicht toegepast. Het hart ervan is de elektronische regeling van de motoren en de bijbehorende asstompen voor de ophanging. Met deze regeling ke de motoren even hard versnellen als afremmen. Dat maakt het systeem uitermate geschikt voor toepassing in Nederland.

Naar ir. N.D. van Driel, directeur van Bruggenbureau Van Driel Mechatronica BV heeft laten weten bij de ontwikkeling van de schepenlift speciale aandacht te hebben geschonken aan dynamische bewegingen. Er zijn namelijk drie massa’s in het spel. Dat is de bak, het schip en het water. Het in formulevorm brengen van de schommelbewegingen en dit vertalen naar een elektronische besturing valt niet mee, maar is toch “theoretisch op de rij” gezet ke worden.

De ontwikkelde scheepslift kan daardoor volautomatisch worden uitgevoerd. De schepen varen vanuit het kanaal binnen in een stalen waterbak, met kleppen aan de uiteinden. De stalen bak is aan weerszijden scharnierend opgehangen aan karretjes die over twee draagbalken rijden. De balken lopen hoog over de op de dijk liggende weg.

Het verkeer kan onder de aldus gevormde rijbaan door rijden. De bak is zo hoog tussen de draagliggers gemonteerd, dat tijdens passage van de bak het verkeer door kan rijden. Voor kleine schepenliften met een lengte van circa vijftig meter, worden de lorries halverwege het dok geplaatst. Door de ophanging boven het dok te poeren, hangt het dok van nature horizontaal.

Twee rails

Elke baan heeft twee rails, voor de aangedreven stalen wielen van de lorries. De acceleratie, het remmen en de schommelbeweging, worden beheerst door elektronisch geregelde aandrijvingen. Over de steile trajecten helpen rondsels met pennenbanen met het klim-werk. Hydraulische cilinders stabiliseren bovendien de bakbeweging.

De bak is zeer eenvoudig van constructie met aan de bodem scharnierende kleppen. De rijbaan is voegloos. Deze schepenlift is veel eenvoudiger dan tot nu toe in het buitenland gangbare typen. Behalve de Nederlandse ontwerpvoorschriften (o.a. VOSB en VOBB) wordt de elektrische installatie ontworpen overeenkomstig een voor bruggen ontwikkeld veiligheidssysteem. Het onderhoudsniveau is hetzelfde als dat van beweegbare bruggen.

De bediening kan plaatselijk, op afstand en volautomatisch gebeuren. De automatische bediening is een vereenvoudigde vorm van de voor automatische bruggen ontwikkelde besturing en bewaking. Nadat de aankomende schepen met behulp van sensoren zijn gedetecteerd worden de kleppen geopend.

Begeleid door seinen ke de schepen binnen varen. De kleppen sluiten. De lorries gaan rijden en stoppen aan de overzijde. Dan openen de kleppen en de schepen ke uitvaren. Bij storing tijdens een volautomatische bediening wordt een telecom verbinding gemaakt met een bedieningscentrum elders waarna actie genomen kan worden.

Reageer op dit artikel