nieuws

Fusie of clustering, dan wel vergaand specialiseren Middelgrote aannemers staan voor marktkeuze

bouwbreed

Middelgrote aannemers (vaak nog familiebedrijven) in Nederland staan de komende jaren voor een belangrijke strategische keuze om op de bouwmarkt te overleven: ofwel groeien door fusie, overnames of clustering dan wel verregaande specialisatie. Dat concludeert het Economisch Technologisch Instituut Noord-Brabant (ETIN) in de sociaal-economische verkenning 1995.

Volgens het ETIN is vooral fuseren of clusteren een grote stap voor een sterk regionaal georienteerde, zelfstandigheid hoog in het vaandel voerende bedrijfstak als de bouw.

Aannemers die verzuimen een toekomstgerichte keuze te maken dreigen tussen wal en schip te geraken: “Zij hebben onvoldoende financiele, organisatorische en technologische kracht om te ke concurreren op een markt die vraagt om totaalaanbiedingen”.

Het ETIN concludeert dat de vaderlandse bouwsector zonder al te veel kleerscheuren door de recessie (die zich vooral in 1993 sterk manifesteerde, blijkens de daling in de bouwproduktie met 3 a 4 procent) is gekomen:

“Per saldo was 1993 allerminst een goed bouwjaar. Het inzakken van de kantorenmarkt, de terugval in de gesubsidieerde woningbouw en het tekort aan goede bouwlocaties hebben voor problemen gezorgd. Daar staat tegenover dat de activiteiten van de overheid voor flinke compensatie hebben gezorgd”.

Meer specifiek wordt daarmee gedoeld op nieuwbouw en verbouw van onder meer rechtbanken, gevangenissen, politiebureaus, asielzoekerscentra, gebouwen voor de gezondheidszorg en de investeringsimpuls in de infrastructuur.

“Die initiatieven hebben het leed verzacht”, meent het instituut, dat voorts nog wijst op het redelijk op peil blijven van de woningbouw in de vrije sector.

Internationalisering

Volgens het ETIN zijn de grote bouwbedrijven in staat gebleken hun produktiegroei nagenoeg vast te houden: “Met acquisities is er omzet bijgekocht en door internationalisering is het werkterrein uitgebreid”.

In dat verband wijst het ETIN er op dat “internationaal opererende bouwers hun opdrachtgevers (die ook buiten Nederland investeren) steeds vaker over de grens volgen”. Een groeiend aantal bouwers vindt volgens het ETIN zijn weg op de Duitse groeimarkt. Voor kleinere bedrijven is die stap over de grens niet weggelegd: “Zij hebben zich ke redden door meer onderhoudswerk te doen en zich verder te specialiseren. De meeste klappen zijn gevallen bij de middelgrote aannemers”. Dit mede omdat buitenlandse bouwers steeds meer toegang krijgen tot de Nederlandse markt.

Behalve een beginnende internationalisering krijgt volgens het ETIN in de bouw “ook het proces van toeleveren en uitbesteden steeds vastere vormen. Bouwen wordt steeds meer assembleren, waardoor logistieke aspecten sterk aan belang winnen”.

Ook op technologisch gebied wordt de bouw in de optiek van het ETIN steeds meer volwassen: “Dit geldt voor het bouwproces en de gebruikte materialen, maar met name voor de installaties (telematica, beveiliging, klimaatbehandeling etc.). ‘Building Services’ is een branche met toekomstwaarde”.

Effect opleving

De opleving die de bouw dit jaar beleeft heeft volgens het ETIN met name positieve gevolgen voor de grote bouwbedrijven. “Die profiteren meer van de opgaande conjunctuurgolf dan de kleinere. En de ontwikkelingen buiten de randstad zijn gunstiger dan erbinnen. Dit te is vooral te wijten aan de vertragingen in de activiteiten op Vinex-locaties”, aldus het instituut.

Het ETIN concludeert tenslotte dat de perspectieven in de woningbouw en de gww niet ongunstig zijn “mits bouwlocaties worden gevonden en niet verder bezuinigd wordt op met name Haagse middelen voor verbetering van de infrastructuur”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels