nieuws

Eigen beheer beperkt kosten

bouwbreed

.TE:Noorse bouw “De Noorse aannemerij bouwt prijsbewust. De eindrekening is niet uitgesproken goedkoop maar weerspiegelt de reele kosten. Die blijven beduidend onder de gemiddelde DM3500 die de bouw van een vierkante meter in Duitsland kost. Een dergelijk bedrag is nauwelijks reeel te noemen. Het betekent dat iemand veel in eigen zak steekt. Dat zal doorgaans niet de ontwerpende of de uitvoerende partij zijn maar veeleer de makelaar die de grond en vervolgens de daarop gebouwde woning verkoopt.”

Bouwen in Noorwegen betekent volgens directeur Duitsland P. Figur van het Noorse bouwconcern Selvaagbygg vooral bouwen voor de koopmarkt. Ongeveer 85 procent van de huishoudens heeft een eigen woning. De opdrachtgever heeft een grote mate van vrijheid.

Het bestemmingsplan laat nauwelijks details zien. Die komen pas tot stand door toedoen van de architect die met de gemeentelijke bouw- en woningdienst het bouwplan opstelt. Als opdrachtgevers treden in toenemende mate ouderen op die zich juridisch verenigen en als organisatie een lening aanvragen bij een bank. Dat geldt wordt geinvesteerd in de bouw van een ouderencomplex. De ouderen houden op die manier alles in eigen hand.

Geintegreerde aanpak

De poen zijn doorgaans geintegreerd in de bestaande bouw. Deze aanpak voorkomt het ontstaan van bejaardengetto’s en ouderensilo’s. Temeer omdat het niet om woningen voor een bepaalde doelgroep gaat. Wel zijn er enkele aanpassingen zoals geleidelijk oplopende wandelpaden die het mogelijk maken dat bewoners met een rolstoel de hoger gelegen verdiepingen ke bereiken. De inrichting van ontmoetingsruimten moet het onderlinge contact bevorderen. Tot op heden is met deze vorm van bouw een aanzienlijk succes geboekt.

In de Noorse bouw heeft de bouwer Olav Selvaag volgens Figur een belangrijke rol gespeeld. Op grond van zijn aanpak zijn de Noorse bouwvoorschriften ingrijpend aangepast, werd het gebruik van materialen gerationaliseerd en en kwamen er door systeembouw meer rijenhuizen. Die woningen mochten in de visie van Selvaag niet meer kosten dan drie jaarinkomens van de gemiddelde industriearbeider. De bouw ervan moest op een milieuverantwoorde manier gebeuren. Daarmee werden materiaal en natuur gespaard. In 1949 rekende hij voor dat dat een woning niet meer dan NOK15.000 hoefde te kosten. De lage kosten ontstonden vooral door het gebruik van houten bouwdelen. Vergeleken met woningen uit baksteen beliep de koopprijs van de houten woningen in die tijd niet meer dan een derde van die voor traditionele woningen. De aanzienlijke weerstand tegen die wijze van aanpak ten spijt wist Selvaagbygg sinds 1948 ruim 40000 woningen in de regio Oslo te bouwen.

Corporaties

De vraag naar goedkope(re) woningen deed zich volgens ir. J. Rygh van de Noorse Exportraad vooral voor na 1948. De regering had in 1946 besloten tot aan 1949 zo’n 100.000 woningen bij te bouwen. Regionale en plaatselijke corporaties droegen de verantwoording voor dit programma dat de Staatsbank voor Woningbouw financierde. Twee jaar nadien bleek niet meer dan 14 procent van het toegezegde aantal woningen gebouwd. De bijbehorende kosten beliepen een veelvoud van de uitgaven volgens de begroting. De oorzaak daarvan lag in de verouderde technieken en de uitermate conservatieve en weinig toeschietelijke houding van de overheden. In de jaren zeventig haalde Noorwegen op grote schaal olie uit de Noordzee. Lonen en salarissen stegen door de groeiende inkomsten uit de olieverkoop, evenals de subsidies, de welvaart en de inflatie. Mede daardoor steeg de woningbouwproduktie in 1971 tot ruim 44000. De laagste produktie deed zich met 15.000 in 1992 voor. Sindsdien zijn geen noemenswaardige verbeteringen opgetreden. Als gevolg daarvan ligt capaciteit braak die volgens Rygh in het buitenland tot inzet kan komen.

Betrokkenheid

In de jaren zeventig ontwikkelde Selvaagbygg volgens Figur de zogeheten terrassenwoningen; woningen die bijvoorbeeld tegen heuvels of rotsen aanstaan en waarbij het dak van de ene de tuin of de straat van de andere is. Per woning vervangt het terras de tuin. Door de aanleg van parkeergarages blijft de woonomgeving vrij van auto’s en komt er voldoende speelruimte voor kinderen. Het behoud van bestaand groen draagt eveneens bij aan het ontstaan van een menswaardige omgeving. In het verlengde daarvan stijgt de waarde van de woning. Het succes van een dergelijke aanpak valt of staat met het vakmanschap en de betrokkenheid van het personeel dat de aannemer inzet. Het is de taak van de bouwondernemer ervoor te zorgen dat de medewerkers het benodigde enthousiasme ke opbrengen. Een bedrijf kan pas dan goed en prijsbewust bouwen wanneer het alle activiteiten in eigen beheer houdt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels