nieuws

Duits recht stelt Nederlandse ondernemer voor problemen

bouwbreed

In de praktijk bestaat er veel onduidelijkheid over de sociale arbeidsrechtelijke wetgeving bij personeel dat voor Nederlandse bedrijven permanent in Duitsland werkt of wordt uitgezonden. De condities in het arbeidscontract wijken duidelijk af van de Nederlandse arbeids-overeenkomsten. Opzegging en beeindiging zijn achteraf niet onderworpen aan de objectieve toetsing van een derde zoals de directeur van het GAB.

Bijvoorbeeld in de bouwnijverheid komt detachering van personeel in Duitsland vaak voor. In het uiterste geval mag dat voor een periode van vijf jaar. Deze mogelijkheid geldt alleen voor werknemers uit EU-landen. Een Nederlands bedrijf mag alleen personeel detacheren wanneer de werknemers in Nederland hebben gewerkt. Daarmee speelt de aard van de te verrichten activiteiten een rol. Volgens mr. C. van Tuil van de fiscaal-juridische afdeling van de Nederlands-Duitse Kamer van Koophandel te Dusseldorf gaat detachering dus beduidend verder dan een bus bouwvakkers op een po afleveren.

Detachering

Op een bijeenkomst in Oosterbeek legde zij uit dat detachering in principe slechts voor 12 maanden mogelijk is. De detachering moet dus elk jaar opnieuw worden aangevraagd. Duurt bijvoorbeeld een bouwpo langer dan twee jaar dan moeten de Nederlandse en Duitse autoriteiten via de Sociale Verzekeringsraad specifieke toestemming verlenen.

Van Tuil noemde het van allergrootste belang ruime aandacht te geven aan de overeenkomst met plaatselijk personeel. Het komt vaak voor dat de begrippen ‘werknemer’ en ‘vrije medewerker’ door elkaar worden gehaald. Met enige regelmaat gebeurt het dat iemand te boek staat als vrije medewerker maar dat de arbeidsomstandigheden dusdanig zijn dat de rechter vindt dat er van een vaste medewerker sprake is. Dit betekent dat de opdrachtgever een werkgever wordt en met terug werkende kracht onder meer sociale premies moet afdragen.

Van Tuil wees erop dat een aanvankelijke vrije vertegenwoordiger uiteindelijk een medewerker in vaste dienst blijkt te zijn. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer de opdrachtgever de provisie zodanig laag houd dat een zekere afhankelijkheid ontstaat. Besluit een vertegenwoordiger zijn overeenkomst te beeindigen dan dient de opdrachtgever een compensatie te betalen.Vindt een vertegenwoordiger zich op een zeker moment te oud of te ziek om het werk voort te zetten en draagt hij zelf een vervanger voor, dan betaalt de opvolger de vertrekker een vergoeding voor de klantenkring. De opdrachtgever dient daar absoluut geen rol in te spelen. Schiet hij de vergoeding voor om die in termijnen weer van een opvolger terug te krijgen dan kan de rechter besluiten dat hiervoor geen redelijke grondslag is. Met alle gevolgen van dien.

Provisie

Van Tuil rekende voor dat de vergoeding doorgaans gelijk staat aan een jaar provisie. Het gaat hierbij om een vuistregel die in de praktijk uitermate gecompliceerd uitpakt. Zo wordt bijvoorbeeld gekeken naar de status van de klanten die de vertrekkende vertegenwoordiger heeft geworven. Geniet de opdrachtgever daar geldelijk voordeel van dan bepalen ze mede de hoogte van de vergoeding. Dat bedrag vermindert weer wanneer een vertegenwoordiger op een gegeven moment zijn provisie verloor. Betalen moet de opdrachtgever in alle gevallen. Clausules in het contract die de ondertekenaar verplichten af te zien van een schadevergoeding (is compensatie) zijn bij de wetten verboden. Alleen een jurist kan de ondernemer zonder kleerscheuren door deze jungle loodsen.

Een even groot juridisch probleem ontstaat bij het vaststellen of iemand een vrije medewerker is of een vertegenwoordiger. Hoofd van Van Tuils afdeling, L. Hollender, gaf als vuistregel dat een vrije medewerker niet verkoopt. Diens activiteiten ke bijvoorbeeld bestaan uit verkennen van de markt in een beperkte regio in een periode van hooguit zes maanden. Duitsland beschikt over een lijst van activiteiten en beroepssoorten waarvoor de kwalificatie ‘vrije medewerker’ opgaat. Die vrije medewerker moet ke aantonen dat hij een ondernemer is. De meeste zekerheid daarover ontstaat na het overleggen van een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en een verklaring van de fiscus. De overeenkomst mag geen tarief vermelden. Het gaat immers om een vergoeding voor dienstverlening die telkens opnieuw wordt vastgesteld. Daarbij is het zeer aan te raden uitsluitend standaard juridische termen in de overeenkomst te gebruiken. Maakt het contract melding van een bepaalde periode die de vrije medewerker voor het desbetreffende bedrijf werkt, dan dreigt de opdrachtgever van zichzelf een werkgever te maken weer met alle gevolgen van dien.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels