nieuws

C.R.O.W druk met onderzoek naar mechanisch straten

bouwbreed Premium

Het C.R.O.W in Ede blijkt nauw betrokken bij de Europese normering van bestratingselementen. De internationale werkgroep, waarvan het Centrum het voorzitterschap/secretariaat vervult, heeft inmiddels drie conceptnormen voor betonstenen, betontegels en banden en hulpstukken uitgewerkt. Een begin is gemaakt met het verwerken van de binnengekomen kritiek erop. De verrassende mededelingen werden gedaan door ir. J.J.M. van der Vring op het congres ‘Straatwerk in gezonde banen’ in het Autotron te Rosmalen.

Van der Vring noemde het een gelukkige omstandigheid dat C.R.O.W (voluit stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de grond-, water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) het voorzitterschap/secretariaat van de werkgroep vervult. “Het geeft ons als klein land de mogelijkheid iets meer invloed uit te oefenen op de internationale ontwikkelingen.” De drie conceptnormen bevatten specificaties voor de splijtsterkte, de slijtweerstand, de vorst/dooizoutbestandheid, de stroefheid en de toleranties voor de maatvoering van de betonprodukten. Voor Nederland komen daar nieuwe testmethoden bij. De fabrikanten zijn er dus druk mee. Desondanks zei Van der Vring te verwachten dat de nieuwe normen eind 1995 gereed zullen zijn.

Een tweede werkgroep werkt aan ‘Halve stenen in de straat’. Ze gaat na of het bij machinaal straatwerk loont voorgevormde plakken stenen te voorzien van halve stenen in de rand zodat een gesloten rechthoek ontstaat. Dit scheelt een man bij de klem en per slag worden meer stenen neergelegd. Bij aanbrengen in elleboogverband zijn geen bisschopsmutsen nodig en het knipwerk vermindert. Dit alles wordt nagegaan in een zwaarbelast proefvak in het Rotterdamse havengebied. De rapportage erover zal volgens Van der Vring in de eerste helft van 1995 verschijnen.

Ook is in ons land studie verricht naar de acht hier gebruikelijke werkmethoden voor het uitvoeren van bestratingen. De studie is gedaan door SAOB en aan C.R.O.W aangeboden om in rapportvorm te gieten. De te vormde hiervoor in 1991 de werkgroep ‘Straatwerk vergeleken’ die aanvullende studies uitvoerde. Het rapport van de groep besteed aandacht aan de arbeidsomstandigheden van de straatmakers, de kwaliteit van het geleverde werk per methode en de produktiviteit en economie ervan.

Ook onderzoekt C.R.O.W in opdracht van de Vereniging van Fabrikanten van Betontegels en Betonbanden TEBAN de toenemende mogelijkheden voor het mechanisch en machinaal uitvoeren van straatwerk. Hiervoor is door Van der Vring een breed opgezette enquete gehouden. De onderzoeken zijn in twee rapporten afgerond.

Publikaties

In de publikatie ‘Straatwerk vergeleken’ worden acht werkmethoden en evenzoveel steenformaten gedetailleerd beschreven en geanalyseerd. In een apart hoofdstuk worden de arbeidsomstandigheden behandeld, in projectie tegen baanmaken, opperen, werkhouding, ploeggrootte enz. Ook de vijf kwaliteitsaspecten, hoewel hiervoor nauwelijks een objectieve maatstaf voor voorhanden is, zijn gemeten en vastgelegd. Het hart van de totale studie vormen de tijdstudies. Ter vereenvoudiging wordt een voorgedrukt ‘Berekeningsformulier Straatwerk’ gepresenteerd. Tot slot worden in een hoofdstuk de voor- en nadelen van straten, handmatig vlijen, machinaal vlijen en herstraten/hervlijen op een rijtje gezet.

Het rapport ‘Onderzoek stand van zaken machinaal straatwerk’ bevat de rapportage over de enquete onder gemeentelijke wegbeheerders. Bestudeerd werden de houding van de opdrachtgevers tegenover machinaal straten, de actuele stand van zaken en het kader van de uitvoering van bestratingswerkzaamheden. Vooral de toekomstverwachtingen komen aan de orde. Hierbij gaat het om technische aspecten als de toepassing van lichtere materialen, het uitvoeren van minder handwerk per tijdseenheid, machinale en mechanische verwerking en andere technische oplossingen als aanpassing van ontwerp en nieuwe produkten.

Conclusies

Uit beide rapporten trok ir. Van der Vring vele conclusies. Zo blijken opmerkelijk veel gemeenten weet te hebben van het machinaal straten. De actuele stand van de techniek maakt evenwel nog geen absolute doorbraak mogelijk. “De huidige generatie machines is vooral geschikt voor het maken van grote, eenvormige produkties of om te worden toegepast vanwege de grote produktiesnelheid”. Nieuwe generaties dienen zich echter aan. Daarbij gaat het voornamelijk om flexibiliteit wat betreft de te maken breedtes, het verband, de onafhankelijkheid van de stapeling in de pakketten steen en het nog handmatig aan te brengen aantal stenen in de machinaal gelegde verharding.

Uit beide rapporten blijkt dat geen kwaliteitsverschil hoeft te bestaan tussen handmatig straatwerk, idem vlijen en machinaal vlijen. Met beide manieren van vlijen kan een goede bestrating worden verkregen, maar dit stelt grote eisen aan het baanmaken qua vlakheid en verdichting. Hiervoor zijn mechanische en machinale hulpmiddelen beschikbaar. Naar sprekers mening zal steeds een grote hoeveelheid straatwerk niet mechanisch ke worden uitgevoerd. Kleinschalig werk, ingewikkelde vormen, speciale patronen en klein reparatiewerk eisen het handwerk van de vakman. Toch kan ook hier speciaal gereedschap helpen.

Machinaal straatwerk brengt hoge investeringen voor de bedrijven met zich. Deze zijn alleen verantwoord bij continuiteit van werk. Deze kan mogelijk worden verzekerd bij poolvorming door gemeenten. Daarnaast bestaat volgens Van der Vring de indruk, dat de aannemerij in algemene zin onvoldoende op machinale verwerking van bestratingselementen is gericht. Verder blijkt machinaal straatwerk bij de huidige stand van de techniek en de gestelde regels en omstandigheden niet goedkoper dan handwerk. De ervaringen lopen uiteen van gelijk in prijs tot duurder.

Beide rapporten geven aan, dat er een absolute toekomst voor en behoefte aan machinaal straten ligt in het opnemen en herstraten van bestaande verhardingen. Dit eist het goed opnemen, herprofileren en reinigen van de elementen. hierbij horen beperken van geluidsproduktie en stof. Ook geven de rapporten aan dat het vakmanschap bij machinaal straatwerk zal worden toegespitst op logistiek, organisatie, de kwaliteit van baanmaken en de bekwaamheid in het omgaan met de toegepast machines.

Aanbeveling

De beide rapporten bevatten weinig algemene aanbevelingen. De publikatie ‘Straatwerk vergeleken’ bevat er toch wel enkele. Zo zijn de verschillende technische ontwikkelingen rijp voor grootschalige toepassingen. Opdrachtgevers en bestratingsbedrijven moeten zich meer openstellen voor de vele voordelen van mechanisch straten. Dit vraagt onderling overleg teneinde de aannemerij meer continuiteit te verzekeren in geschikte werken. Anders is de aanschaf van het nodige materieel niet lonend.

Voordelen

Machinaal straten biedt vooral ergonomische voordelen maar zeker ook economische. Ook dit vereist samenwerking tussen de bouwpartners. Vooral de grote gemeenten hebben hierin een gidsfunctie. Dit geldt met name voor het bevorderen van nieuwe ontwikkelingen. Ook voorbereidende werkzaamheden als baanmaken, vlakken en verdichten dienen meer mechanisch te worden uitgevoerd. De technieken hiervoor zijn aanwezig. Verbetering in de fysieke belasting van de straatmaker kan worden bereikt door afwisseling van de taken in een ploeg. Dit vermindert de eenzijdige belasting van het lichaam.

Herstraten maakt nu al het grootste deel van de totale hoeveelheid straatwerk uit en zal nog sterk toenemen. Daarom dient meer aandacht te worden besteed aan het reinigen van de stenen en de andere fasen voor het straten. Aan de opleiding mag machinaal straten niet ontbreken. Meer duidelijkheid dient te ontstaan over de prijsvormingsfase, zo besloot ir. Van der Vring zijn voordracht. “Een eenduidige, systematische opbouw van de kostprijscomponenten en toepassing van het in de Publikatie 78 gepresenteerde berekeningsformulier straatwerk ke deze duidelijkheid verschaffen.”

Reageer op dit artikel