nieuws

Brabant stelt winning ophoogzand veilig

bouwbreed

De provincie Noord-Brabant wil met de regio’s een plan opstellen voor centrale winplaatsen voor ophoogzand. Een dergelijk plan vereist in beginsel een studie voor de locatiekeuze. Voor elke regio komt een (ontgrondingen)plan dat ingaat op de behoefte aan ophoogzand, de vergunde hoeveelheden, de verwachte nieuwe winlocaties en wanneer nodig gebieden aanwijst waar met voorrang ophoogzand wordt gewonnen.

Tot aan 2003 is jaarlijks ongeveer 3,5 miljoen kubieke meter ophoogzand nodig in Noord-Brabant. De provincie komt inclusief een veilig genoemde marge tot 40 miljoen.

In regio’s waar door de realisatie van poen grote hoeveelheden zand vrijkomen zoals bij het baggerslibdepot Hollands Diep en het vierde spaarbekken speelt de locatiekeuze ene minder belangrijke rol maar gaat het meer om de afstemming tussen vraag naar en aanbod van ophoogzand. Het eerst genoemde werk levert om en nabij 8 miljoen kubieke meter op, het twee ongeveer 25 miljoen kubieke meter terwijl de aanleg van een waterplas voor de te bouwen wijk Meerhoven van Eindhoven ruim 6 miljoen kubieke meter zand oplevert. Brabant kiest voor een regioindeling omdat de behoefte aan ophoogzand zich vooral in en rond de grote steden voordoet. De regio’s sluiten vooralsnog goed aan bij de bestuurlijke samenwerkingsgebieden. Het bestuurlijk draagvlak voor de ontgrondingslocaties neemt daardoor toe.

Hergebruik

De provinciale commissie voor milieu en water benadrukt het belang van hergebruik en de inzet van secundaire grondstoffen. Er vond inmiddels onderzoek plaats naar de kwaliteit, de hoeveelheid en de structuur van het aanbod aan secundair materiaal. Aan de hand van de resultaten zijn voorstellen gedaan die in deze verbeteringen teweeg moeten brengen. Een nog op te stellen actieprogramma richt zich op het eenduidig en consistent maken van het beleid, op duidelijke richtlijnen voor bestekken en op het verbeteren van de overlegstructuur tussen overheden, bedrijfsleven en bemiddelende instellingen. GS namen het besluit een werkconferentie te organiseren over het uitvoeren van de acties. Noord-Brabant laat voorts onderzoek verrichten naar de gevolgen die het gebruik van zeezand oplevert voor de omgeving en naar het oplossen van logistieke problemen. De provincies beschikken niet over mogelijkheden om de kosten van ophoogzand te beinvloeden ten gunste van zeezand. GS zullen er bij het rijk op aandringen om de markt waar mogelijk te reguleren door heffingen.

Het rijk en de provincies Zuid- en Noord-Holland onderzoeken momenteel de toepassing van zeezand. Het gaat dan vooral om de financiele haalbaarheid van ontzilting. Het college liet verder weten dat in 2000 het aandeel van oppervlakte-ontgrondingen voor de levering van ophoogzand ongeveer de helft zal zijn van het huidige aandeel.

Tekort

In Noord-Brabant is jaarlijks zo’n 4 tot 5 miljoen kubieke meter ophoogzand nodig. Bijna 8.0 procent van die hoeveelheid komt uit de Brabantse bodem. Van het restant komt ruim 7,5 procent uit secundair materiaal; ongeveer 12,5 procent komt per schip en 1,5 procent per vrachtwagen van elders. Het belang van zandwinning botst door de beperkte beschikbare ruimte met andere belangen zoals stedelijke uitbreiding.

Het vinden van geschikte locaties brengt om die reden nogal wat problemen met zich mee. In sommige regio’s ontstond daardoor een tekort aan ophoogzand. Verhoging van het aandeel secundair materiaal tot 15 procent oftewel pakweg 900.000 ton in 2000 kan dat tekort aanzienlijk verkleinen. De hoeveelheid die per schip wordt aangevoerd kan in dat jaar nagenoeg verdubbelen. In dat geval gaat het dan vrijwel uitsluitend om zeezand.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels