nieuws

Arresten Hoge-Raad inzake milieu gekraakt

bouwbreed Premium

De Rotterdamse hoogleraar J.M. van Dunne heeft ernstige kritiek op de arresten van de Hoge Raad die de concerns Shell, Solvay-Duphar en Fasson vrij pleiten van aansprakelijkheid voor grootschalige stortingen van chemisch afval. Van Dunne noemt het politieke arresten.

“De Hoge Raad wilde er kennelijk niet aan de saneringskosten te verhalen op de producenten van de giftige stoffen die hun industrieel afval indertijd gewoon ‘bij het groot vuil’ gezet hebben.”

De hoogleraar privaatrecht geeft in het Nederlands Juristenblad een analyse onder de kop ‘Wie sterk is mag dom zijn’ van de arresten van 30 september. De Hoge Raad velt daarin na elf jaar procederen als eindoordeel dat saneringskosten alleen te verhalen zijn als de vervuiling na 1 januari 1975 plaats vond. De drie concerns gaan daardoor vrijuit omdat de stortingen in de jaren vijftig tot begin jaren zeventig plaatsvonden. De saneringskosten ter waarde van om en nabij f 410 miljoen voor de vervuilde terreinen bij Gouderak, de Volgermeerpolder en Lunteren komen nu voor rekening van de overheid.

De hoogste rechter is volgens Van Dunne ten onrechte op de stoel van de wetgever oftewel het parlement gaan zitten die via de Interimwet Bodemsanering stelt dat de vervuiler betaalt. De doorsnee-burger kijkt raar op van de gedachte dat producenten in het geheel geen verantwoordelijkheid dragen voor het verspreiden van giftige stoffen, ook al gebeurde dat jaren geleden.

En de rechter had met begrip voor de benarde positie van het bedrijfsleven alle ruimte om de aansprakelijkheid te beperken. “De ontwikkeling van de milieu-aansprakelijkheid, een produkt van eigen bodem dat het internationaal goed deed, werd door de Hoge Raad platgespoten. Valt dat niet onder de Bestrijdingsmiddelenwet”, vraagt de hoogleraar zich af.

Het valt Van Dunne op dat de Raad in de jurisprudentie van de afgelopen jaren strengere normen aanlegt als de overheid zelf als vervuiler gedaagd wordt of wanneer het een buitenlands bedrijf betreft. “Er lijkt iets aan de hand te zijn met deze arresten, namelijk het door dik en dun kiezen van de Hoge Raad voor het financieren van ‘oud zeer’ uit de algemene middelen. Die financiering komt niet voor rekening van het bedrijfsleven, ook niet wanneer het om zeer grote bedrijven gaat, producenten van toxische stoffen met know-how op het gebied van de schadelijkheid ervan”, voegt de jurist hier aan toe.

Van Dunne constateert dat de Hoge Raad het blijkbaar beter weet dan de wetgever. “Hij handelt niet als wetgever-plaatsvervanger in een situatie dat de wetgever verstek laat gaan, maar stelt zich uitdrukkelijk in de plaats van de wetgever, met wiens oordeel hij zich niet kan verenigen. Het is de vraag of dit in ons rechtsstelsel past”, aldus de Rotterdamse hoogleraar. “Het is interessant te zien hoever het college bereid is te gaan om zijn standpunt uit te dragen en daarmee de rechtsontwikkeling en zijn eigen geloofwaardigheid op het spel zet.”

Reageer op dit artikel