nieuws

Zweden zucht onder het juk van miljoenenprogramma

bouwbreed

Zweden bouwde tussen 1965 en 1975 ongeveer 1 miljoen woningen. Welbeschouwd was dat teveel en in een te korte tijd. Het land staat nu voor de vraag wat het met dit resultaat van dat zogeheten Miljoenenprogramma moet doen. Deze woningen worden in toenemende mate gebruikt door allochtonen. Het stijgend aantal van deze bevolkingsgroep hangt samen met de liberale vluchtelingenpolitiek van Zweden.

In het geval van de allochtonen gaat het volgens F. von Platen van het onderzoeks-instituut Boverket uit Karlskrona niet zelden om gezinnen met kinderen. Zolang die onder de leerplicht vallen dienen ze onderwijs te volgen. Mede door de grote toeloop van niet-Zweden komt het land nogal wat scholen tekort. Het onderwijs aan allochtonen vindt plaats in uiteenlopende talen. Dat gegeven brengt een niet onaanzienlijk aantal Zweedse gezinnen ertoe hun kinderen niet naar die scholen te sturen maar naar instellingen die de leerstof in het Zweeds bijbrengen. De integratie van bevolkingsgroepen die het landsbestuur in Stockholm nastreeft komt daardoor in het gedrang. Het zullen vooral scholen zijn die Zweden volgens Von Platen moet bouwen.

Gerenoveerd

Nagenoeg alle woningen uit het bestand van ongeveer 4,2 miljoen zijn in meer of mindere mate gerenoveerd en voldoen aan de huidige eisen. Het Zweedse woningbouwbeleid hangt sinds 1945 sterk samen met stadsvernieuwing. Een tien jaar durende studie naar de toestand van de voorraad toonde aan dat het grootste deel in slechte staat verkeerde. In de grote steden bestond pakweg de helft van de woningen uit een kamer en een keuken waarbij het grootste deel het zonder een eigen WC moest doen.

Mede daardoor kochten de Zweedse gemeenten volgens Von Platen grote stukken bouwgrond aan buiten de stadskernen. Op die locaties kwamen meergezinswoningen te staan. Na de oplevering van dit bestand volgde de sanering van de binnensteden waarbij alleen gebouwen van voor 1850 de status van monument kregen en de rest alleen voor sloop en vervangende nieuwbouw in aanmerking kwam. Pas in 1960 veranderde deze opvatting. Eerst rond het midden van de jaren zeventig vond stadsvernieuwing plaats door middel van verbouwing. Temeer omdat de staat voor deze vorm van renovatie eerder geen fondsen had.

Leegstand

De slechte economische gang van zaken aan het begin van de jaren tachtig hielp volgens Von Platen eveneens mee aan het behoud van waardevolle gebouwen. Zweden kampte in die tijd met een leegstand van zo’n 50000 woningen. De regering zette onder het motto ‘Reparatie plus verbouw plus aanbouw’ een bouwprogramma op waarbij de financieringsconstructies voor nieuwbouw ook golden voor verbouw. Niet alleen de oudbouw werd daarmee opgeknapt, ook de woningen uit het miljoenenprogramma werden verbeterd.

Die maatregelen waren temeer noodzakelijk omdat de haast die het programma voorschreef niet zelden leidde tot de inzet van niet-gecontroleerde bouwmethoden.

Tot aan 1991 werd volgens Von Platen in de voorgaande tien jaar uitermate druk gebouwd in de Zweedse steden. Veelal ging het om invulpoen. Per vierkante meter vergde dat uitermate hoge uitgaven die de onderlinge zakelijke ruimte evenredig duur maakte. Die kosten hebben mede bijgedragen aan de bancaire crisis die Zweden teisterde. Overheidscontrole op de woningkosten hield deze prijzen binnen de grenzen van het betaalbare. Tot op heden draagt de Zweedse staat het grootste risico in hypotheken. Als gevolg daarvan kon er ook meer aandacht komen voor de uitvoering. De overheid stelde om die reden zelfs eisen aan de maten van inbouwkasten en aan het aantal parkeerplaatsen rond een woning. Momenteel doet de gedachte de ronde dat het voldoende is wanneer de woningen overeenkomen met de eisen uit het woningwet.

De subsidie voor woningen die onder het huidige financieringssysteem vallen hangen samen met het te bouwen woonoppervlak. Von Platen rekende tijdens de Europese Bouwdagen in Leipzig voor dat voor de eerste 35 vierkante meter verhoudingsgewijs meer subsidie vrijkomt dan voor de navolgende vierkante meters tot een maximum van 120 vierkante meter. In 1992 besloot het parlement in 2001 de subsidies op woningen af te schaffen. Tot ver na 2000 zal de Zweedse staat de (rente)lasten moeten dragen van de eerder versterkte bijdragen.

Reageer op dit artikel