nieuws

RGD filosofeert ‘duurzaam technologisch’ over kraakpand

bouwbreed

Milieu- en energie-efficient bouwen is een nieuw onderwerp van studie bij Rijksgebouwendienst in Den Haag. Op nog geen driehonderd meter afstand van bijna gesloopte degelijke ministeriele gebouwen in het beschermde stadsgezicht, is een gekraakt pand nu onderwerp van een studieopdracht aan vier architecten. Behoud van een gebouw in neo-stijl was voor drie van de vier architecten uitgangspunt, met behulp van veel zware milieu-eisen.

Bij de globale presentatie van een publikatie die nog enkele weken op zich laat wachten, gaf Rijksgebouwendienst deze week een indruk van het programma ‘duurzame technische ontwikkeling’.

Een circa vier jaar geleden verlaten gebouw aan de Cassuaristraat tegenover de achterzijde van het ministerie van Financien, werd ooit door een medewerker van rijksbouwmeester C.H. Peters, architect De Zwart, ontworpen. In tegenstelling tot de zeer wel bruikbare gebouwen iets verder op in de stad, wordt nu gedacht aan hergebruik en hooguit partiele sloop. Dat past in het te onderzoeken streven om de milieubelasting de komende jaren fors terug te brengen, voor zover dat mogelijk is.

Regenwater wordt direct onder de daken gebruikt voor bijvoorbeeld toiletten, afvalwater bij voorkeur ter plaatse gereinigd en bij de bouw denkt men aan grondstoffen die opnieuw te gebruiken zijn. De hele kantoorhuisvesting wordt op tal van dergelijke punten doorgelicht, waarbij ook gedacht wordt aan gebruik van warmte gewonnen uit zon-instraling en bodemtemperatuur.

En omdat de energiebewuste ambtenaar niet zelden een veelvoud van de energie van huishouden en werkplek verslindt in zijn auto, zou hij het beste bij zijn werk ke wonen.

Vier ontwerpen

De Belgische architect Lucien Kroll kreeg opdracht voor een ontwerp waarbij hij verreweg de meeste bebouwing handhaafde. Met veel zorg werden ruimten in het gebouw bruikbaar gemaakt voor wat vaag blijvende nieuwe functies. Plaatselijk werd wat bouwvolume weggenomen, elders wat toegevoegd. In verschillende fasen zou het bestaande gebouw aangepast ke worden.

Met nieuwbouw

De architecten Joan Kristinsson en L. Pijnenburg maakten ieder een ontwerp voor een aanpak waarin twee achterwaartse uitbouwen worden vervangen door nieuwbouw. Vooral Kristinsson kwam met een onwaarschijnlijk ver doordacht voorstel, waarin weliswaar een stevig bouwvolume werd toegevoegd, maar warmte en koeling werden uitgewisseld met de naburige schouwburg. Sedert lang gedempte grachten zouden in ere hersteld moeten worden, met nogal wat nieuwe watergangen. Veel groen en bomen tot in een enkele meters smal straatje met toegang tot parkeervoorzieningen waren in de visies van beide ontwerpers haalbaar. Het zou ‘het onherbergzaamste stukje Den Haag’ weer aantrekkelijk moeten maken. Hier en daar een cafe, wat luifels en groene daken leken ingredienten voor een wervend ambtelijk milieu. Mecanoo-architect Doll gaf de voorkeur aan sloop en nieuwbouw omdat zijn bureau niet zo veel afwist van millieubewust bouwen. Het jonge bureau heeft het druk met andere ontwerpen gaf de ontwerper zelf aan.

Het lijken uitersten: de recente bouw van omvangrijke ministeriele mammoetgebouwen tegenover de nu zorgvuldig zeer milieubewuste omslag in het RGD-denken. Voorzitter Tjeerd Dijkstra waarschuwde dat men vlug moet zijn omdat de Haagse ambtenarenhuisvesting anders volledig in torens is ondergebracht.

Selectie van plannen

Maar als het tot selectie van een van de vier plannen komt, dan zou naar de letter van de intenties het plan van Kristinsson gekozen en uitgevoerd moeten worden. Minder milieubelust en zorgvuldiger bestaand bouwvolume behoudend zou Kroll een kans maken. Maar waarschijnlijk wordt het wel het nieuwbouwplan van Mecanoo omdat het de grootste vrijheid biedt voor een marktconform gebruik met redelijke architectonische kwaliteit.

Het eindbod van RGD geeft volgend jaar waarschijnlijk aan wat het zwaarst heeft gewogen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels