nieuws

Persoonlijke interesse vaak basis milieubewuste bouw

bouwbreed

Wanneer institutionele beleggers en poontwikkelaars belangstelling tonen voor gezond en duurzaam bouwen dan gaat het over het geheel genomen om de interesse van een of enkele medewerkers. Veelal wachten beleggers en ontwikkelaars in deze op voorschriften van de overheid. Sommigen verwerken de aspecten van het wonen en werken in duurzaam gebouwde panden al in hun marketingbeleid. Waar de een het voornamelijk als een verkoopargument gebruikt probeert de ander door middel van conscientieus overleg met de betrokken partijen te komen tot een po dat aan alle eisen voldoet.

De Viba speelt volgens ir. R. Peverelli en drs. L. Brans van marketing en management consultants Verdonk, Otten, Dik en Wiegerinck uit Utrecht een meer dan belangrijke rol in het duurzame en gezonde bouwen. Temeer omdat deze organisatie in het eigen expositiecentrum de benodigdheden voor deze bouwwijze kan tonen. Daarmee wordt de beperking van onvoldoend informatie voor een groot deel opgeheven. Tegelijkertijd biedt deze permanente tentoonstelling een oplossing voor het bezwaar dat veel informatie over duurzaam bouwen versnipperd is. In het verlengde daarvan komen potentieel geinteresseerden te weten wie de gevraagde materialen levert.

Wet en regel

Institutionele beleggers hechten volgens Peverelli de grootste prioriteit aan het rendement dat vastgoedbeleggingen op lange termijn opleveren. De keuze van het materiaal komt voort uit wet en regel. Dit betekent dat de overheid in deze veranderingen teweeg kan brengen. De stelling dat milieubewust bouwen duurder is dan conventioneel bouwen overheerst. De totale kosten van een poen geven de doorslag. Projectontwikkelaars gaan er evenwel van uit dat programma’s van eisen op middellange termijn ingaan op milieuverantwoord bouwen. In hun visie gaat het niet om een trend van voorbijgaande aard. Wel bestaat bij sommigen de verwachting dat de consument niet bereid is meer te betalen voor een woning met milieuverantwoorde materialen.

Gezond en duurzaam bouwen propageren onder institutionele beleggers en projectontwikkelaars kent volgens Brans het voordeel dat slechts een beperkte groep hoeft te worden benaderd. In het geval van de beleggers gaat het bijvoorbeeld over pakweg de helft van de totale Nederlandse vastgoedmarkt. In die sector geniet milieu vooralsnog geen primaire aandacht. Veel meer gaat het om de verhuurbaarheid van een pand. De milieu-aspecten ke evenwel in niet onbelangrijke mate de belangstelling van huurders bepalen. Zo zal voor een gebouw waarin overvloedig gebruik is gemaakt van asbest weinig marktkans bestaan.

Voorts speelt de arbo-wetgeving een steeds belangrijker rol in de inrichting van gebouwen. Aan de hand daarvan moeten werkgevers maatregelen treffen om risico’s te verminderen. Het is daarbij niet ondenkbaar dat over zeg twintig jaar een toeslag wordt geheven die de kosten voor onder meer de gang van zaken omtrent bouw- en sloopafval te compenseren. Als gevolg daarvan zullen naar verwacht ook de huurtarieven stijgen.

Grote partijen

Structurele aandacht voor het milieu krijgt volgens Peverelli pas dan een goed beslag wanneer grote partijen bekend worden gemaakt met het onderwerp. Onder die grote partijen vallen naast de beleggers en de projectontwikkelaars ook gemeenten en woningbouwverenigingen. In het geval van de Viba is de organisatie erin geslaagd bijvoorbeeld het ministerie van economische zaken ervoor te interesseren. De vereniging diende zich vooraf echter los te maken van het beeld van sokken uit geitenwol dat de milieusector doorgaans oproept. Dat gebeurde aan de hand van een ondernemingsplan dat onder meer aangeeft op welke wijze de Viba de doelgroepen kan benaderen. Aan de hand van deze marktgerichte aanpak kan de vereniging bijvoorbeeld gemeenten adviseren over de milieu-aspecten van een bestemmingsplan. Marktgerichte aanpak botst niet met het karakter van de Viba. De vereniging streeft ernaar dat in 2000 zoveel mogelijk van alle bouwwerken milieubewust wordengebouwd. Dat is eenzelfde doelstelling als bijvoorbeeld het behalen van een bepaald winstpercentage over de omzet.

De reikwijdte van milieubewust bouwen neemt volgens Brans fors toe wanneer ook de producenten van verantwoorde materialen en produkten marktgerichter werken. Naar de wijze waarop dat moet gebeuren vindt momenteel onderzoek plaats. In nogal wat gevallen gaat het om kleine bedrijfjes met een beperkte distributie. De aandacht gaat vaak meer uit naar het produkt dan naar de strategie om het van de hand te doen. Sommige van deze ondernemers bevinden zich in het ideele circuit wat de toetreding tot de markt niet altijd even gemakkelijk maakt. Kleine producenten ke zich evenwel aaneensluiten tot grotere verbanden die gezamenlijk de markt opgaan en een dusdanige distributie opzetten dat bijvoorbeeld het reguliere bouw- en grossiersbedrijf op tijd en zonder problemen wordt beleverd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels