nieuws

Nieuw po in Amsterdam Zuid-Oost Stadsverwarming wint aan populariteit door milieu

bouwbreed

Stadsverwarming wint de laatste jaren weer duidelijk aan populariteit. Het hangt samen met de grote bezuinigingen, die er nu mee zijn te bereiken op het gebied van energiebesparing. Ook het milieu wordt minder vervuild. In Amsterdam Zuid-Oost is voor het eerst sinds jaren weer een groot po in uitvoering genomen.

Enkele jaren geleden was het nog allemaal individualisering van verwarmingssystemen wat de klok sloeg. Veel woningen die toen nog waren aangesloten op een collectief verwarmingssysteem, werden voorzien van individuele verwarmingsketels.

Dat had alles te maken met de slechte omslagverrekening van de verwarmingskosten bij stadsverwarming. Daardoor kon hetgebeuren dat een huishouden dat weinig verbruikte voor verwarming, door bijvoorbeeld werk buiten de deur, evenveel moest betalen als thuisblijvende personen, die intensief gebruik maakten van de verwarming. Dat leidde tot een onverschillig gedrag ten opzichte van de warmtebeheersing en dus tot een onverantwoord hoog verbruik.

Ook het individuele levenspatroon van gezinsleden, verkleining van gezinsgrootte, scheidingen, vergrijzing en dergelijke hebben een grote invloed op het woongedrag en daarmee het omgaan met verwarming.

Weer een kans

Op het ogenblik krijgt stadsverwarming weer een kans, omdat het milieuvoordelen kan hebben en door betere isolatie- en andere technieken minder energie zou vergen, dan individuele installaties.

In Amsterdam Zuid-Oost is een stadsverwarmingspo begonnen. Energiebedrijf Amsterdam is met de aanleg van het dertig kilometer lang distributienet gestart. Het hele stadsverwarmingspo moet in 1998 zijn opgeleverd.

Het principe van het po is eenvoudig. De NV Energieproduktiebedrijf UNA bouwt in Diemen een nieuwe centrale voor de produktie van elektriciteit. Bij het opwekken van elektriciteit komt warmte vrij. Gewoonlijk wordt deze warmte bij een traditionele elektriciteitscentrale door de schoorsteen afgevoerd en via koelwater gewoon geloosd op het oppervlaktewater.

Dat is dus volgens het Energiebedrijf Amsterdam weggegooide energie en dus weggegooid geld. Door nu het stadsverwarmingsnet rechtstreeks aan te sluiten op de elektriciteitscentrale is de warmte produktief te gebruiken.

Met de vrijgekomen warmte wordt water verwarmd tot 120 gr. C en in het distributienet gepompt. De leidingen van dit net worden heel goed geisoleerd. Ze bestaan uit stalen buizen voorzien van een stevige isolatiemantel en een ondoordringbare buitenmantel van kunststof.

Het warme water wordt via een warmtewisselaar naar het ketelhuis van de flatgebouwen, meergezinswoningen, kantoren en andere gebouwen gevoerd. In de wisselaar wordt het water op centraalverwarmingsniveau gebracht.Via verdelers gaat het water naar de individuele verbruikers.

Geen aardgas

Milieuoverwegingen zijn een doorslaggevend aspect geweest voor dit project. Door de koppeling van het distributienet aan de elektriciteitscentrale behoeft geen aardgas voor verwarming te worden gebruikt. Dat geeft een besparing van 37 miljoen kubieke meter per jaar. Als gevolg daarvan komen minder schadelijke stoffen in het milieu.

Er is berekend dat per jaar 65 ton stikstofoxyde en 95.000 ton kooldioxyde minder in het milieu terecht komen. Bovendien wordt ‘thermische vervuiling’ bij het opwekken van elektriciteit vermeden. De ‘afvalwarmte’ wordt nu omgezet in nuttige energie voor verwarming.

Daar komt nog bij dat de elektriciteitscentrale door de koppeling een rendement uit het aardgas haalt van 87%. Gewoonlijk is dit rendement niet groter dan 52%, aldus het energiebedrijf. Mede door de eenvoud van het systeem, zal de betrouwbaarheidsgraad groot zijn.

Een bijzonderheid is ook dat de stadsverwarming aanvullend is, volgens het Energiebedrijf. De bestaande aansluitingen van individuele verwarmingssystemen op het aardgasnet blijven gehandhaafd.

De warmte van de stadsverwarming wordt via een warmtewisselaar aan de cv-installatie overgedragen. De klant kan de ketels in eigendom houden of overstappen op totale warmtelevering, waarbij niet alleen de stadsverwarming maar ook de ketels door het energiebedrijf worden beheerd.Volgens het energiebedrijf leidt stadsverwarming tot minder kosten. De individuele afnemer betaalt voor de warmte volgens het bedrijf nooit meer, dan voor aardgas. Er wordt afgerekend volgens het ‘niet meer dan anders principe’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels