nieuws

Milieuberaad Bouw is tevreden over resultaten

bouwbreed

De resultaten die het Milieuberaad Bouw (MBB) tot op heden heeft geboekt stellen alleszins tot tevredenheid. Die tevredenheid stoelt niet uitsluitend op het feit dat over de voornemens en poen rapporten zijn uitgebracht. Het papier leidt ook tot praktische resultaten. ‘Het milieu’ maakt in de bouwnijverheid een aantoonbare ontwikkeling door. Wat er tot op heden is gebeurd vraagt evenwel een betere structurering. Dat vergt van de bedrijven de nodige creatieve capaciteit. Samenwerking binnen het kader van het MBB biedt het voordeel dat de verschillende partijen niet elk opnieuw het wiel (moeten) uitvinden.

Het MBB werd volgens diens secretaris drs. R. Roemers in 1989-1990 op verzoek van de bedrijfstak ingesteld om op die manier tot een centraal overlegorgaan omtrent het milieu te komen. In juli 1993 volgde de brede ondertekening van de beleidsverklaring. Daarin staan zeven beleidslijnen en vijftien taakstellingen. Die laatsten wil men hoe dan ook halen. Het gaat hierbij niet om een bindende overeenkomst maar meer om een herenakkoord. Doorlopend vindt aanpassing plaats aan de lopende ontwikkelingen. Te denken valt bijvoorbeeld aan het nieuwe Milieubeleidsplan. Dat alles leidt tot nieuwe taakstellingen voor de periode 2000-2010 die de verschillende partijen in staat stellen met meer kennis meer te doen.

Praktisch

De papieren voornemens komen volgens Roemers door middel van implementatieplannen in praktijk. Enkele poen bevinden zich in uitvoering waarvan er een inmiddels is afgerond. Het gaat hierbij om waterbesparende voorzieningen. Nagegaan werd hoe deze besparing een praktisch beslag kan krijgen. Dat kan gebeuren met behulp van subsidies, door voorschrijving het STABU of via de weg van de regelgeving. De meest geschikte oplossing ligt in het toepassen van alle beschikbare voorzieningen. Een resultante daaruit trekken lijkt vooralsnog onmogelijk omdat zoveel partijen bij het onderwerp zijn betrokken dat maatwerk niet mogelijk is. De beste oplossing valt op voorhand niet aan te geven. Een externe leider coordineert volgens Roemers de uitvoering van deze en andere poen. Samenwerking staat hierbij voorop. De resultaten gaan naar de besturen van het MBB en waarna de bouwbesturen de bevindingen al dan niet goedkeuren. Het MBB bemoeit zich niet met de gang van zaken op de bouwplaats. Wat daar gebeurt is te complex voor een organisatie die grote slagen wil maken. Alleen bij grote problemen kan het MBB besluiten nadere aandacht te geven aan deelgebieden. Zolang dat niet het geval is houden de bedrijfstakken en de koepels zich bezig met de gang van zaken op de locatie.

Milieuzorg

Onder de brede onderwerpen ressorteert volgens Roemers ook de aansluitende milieuzorg in de bedrijven. De bouwpartijen vormen een keten waarlangs een gebouw tot stand komt. De interne milieuzorg van een bedrijf moet om deze reden aansluiten op die van het voorgaande en het volgende. De ondernemingen dienen van elkaars kennis gebruik te maken en waar nodig en mogelijk aan te vullen. In het verlengde daarvan valt het opdrachtgevers aan te raden ook na te denken over wat er bij de sloop van een gebouw komt kijken. Zo kan men ervoor kiezen een pand demontabel te maken wat de sloop vergemakkelijkt, hergebruik bevordert en de hoeveelheid afval vermindert. verder ke investeerders afzien van materialen die later mogelijk kwalijke gevolgen opleveren. Het blijft evenwel een feit dat de voorgestelde verbeteringen vooral nadruk leggen op nieuwbouw. Nederland beschikt inmiddels over een voorraad van zo’n 6,2 miljoen woningen, de nodige utiliteitsgebouwen en infrastructuur. Het ligt in de bedoeling in de komende tijd meer aandacht uit te trekken voor de milieu-aspecten van deze bestaande voorraad.

Een ander po betreft volgens Roemers de ontwikkeling van milieumaten. Nog dit jaar moet de bouw over een werkende milieumaatsystematiek ke beschikken. Het onderzoek moet inzicht geven in de soort informatie die het bepalen van milieumaten vereisen. Het blijft hier een vraag of de verschillende fabrikanten de benodigde gegevens willen aanleveren. Verder moet er een besluit komen over de plaats waar belanghebbenden de informatie ke opvragen. Deze en andere aspecten van dit onderwerp vragen een nadere uitwerking. Dat biedt een interessante uitdaging waarop de verschillende partijen met steeds meer enthousiasme reageren, wat eens te meer duidelijk werd tijdens een recente studiebijeenkomst. Daarmee tekent zich gelijkertijd een trendbreuk af omdat de bedrijfstakken voorheen in ‘milieu’ voornamelijk een bedreiging zagen.

Druk

Een ander punt van aandacht biedt volgens Roemers het stimuleren van het gebruik van vernieuwbare materialen. Te denken valt hier aan kokos, riet en vlas maar ook aan hout. In 1995 moet de toepassing van niet-tropisch hout met 20 % zijn toegenomen. Het gaat hier slechts om een deel van de activiteiten die in het kader van het milieu plaats vinden. Langer lopende poen betreffen het Implementatieplan Bouw- en Sloopafval en het po KWS 2000.

Ook in de stuurgroep van het MBB komt een groter aantal onderwerpen aan de orde. Om een te grote druk door een te groot aantal activiteiten te voorkomen komen jaarlijks maximaal vier poen aan de orde.

Een belangrijke functie is volgens Roemers weggelegd voor het zogeheten klankbord van het MBB. Deze groep belegt voor een betere gang van zaken omtrent het milieu studiebijeenkomsten over bijvoorbeeld de communicatie in de bouw en de vakopleidingen. Bij dat laatste gaat het om alle instellingen tussen LBO en Technische Universiteit. Op die manier komt milieu bijvoorbeeld terecht in het lespakket van toekomstige architecten die daardoor leren milieu te zien als een produktiefactor. BNA en ONRI werken momenteel uitermate serieus aan het beslag van het milieu in de dagelijkse praktijk. De milieu-investeringen in het onderwijs zullen pas over een paar jaar resultaten opleveren. Begin november vindt de studiebijeenkomst over de vakopleidingen plaats waarbij de deelnemers om een bijdrage wordt gevraagd.

Aandacht

Het midden- en kleinbedrijf vormt volgens Roemers een niet onbelangrijke groep in de bedrijfstak maar is op zich weer te specifiek voor een aparte benadering van het MBB. De aandacht komt via het AVBB en diens lidorganisatie NVOB tot stand. Laatstgenoemde wees eerder op het feit dat het in het kleine bedrijf vaak aan geld en tijd ontbreekt om bijvoorbeeld aan milieu-opleidingen deel te nemen. Het ligt echter op de weg van het NVOB daar een passende oplossing voor te bedenken.

Het MBB kijkt volgens Roemers ook naar de milieu-ontwikkelingen in andere industrietakken. De resultaten die daar worden geboekt laten zich veelal niet zonder meer overbrengen naar de bouw omdat de laatst genoemde bedrijfstak een totaal andere werkwijze kent. Zo is bijvoorbeeld de ketenbenadering niet over meerdere bedrijven verdeeld maar in een onderneming geconcentreerd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels