nieuws

Installatietechniek vraagt specialistische programmatuur

bouwbreed

Zoals de bouwopdrachtgever steeds hogere eisen stelt aan de installatietechniek binnen zijn poen, zo groeien de eisen die de installateurs stellen aan hun software. De bureaus die zich hebben gespecialiseerd in de ontwikkeling van programmatuur voor deze branche gaan aldus spannende tijden tegemoet. Bovendien zien zij hun concurrentiepostie enigszins aangetast omdat de van oudsher bouwkundige softwareleveranciers ook een graantje mee willen pikken uit de installatiehoek.

Volgens de heer drs. Pieter Vermeer, kersverse mede-directeur van het bureau Hoogeveen uit Sneek, is dit gevaar echter relatief. “De installateur heeft zeer specifieke wensen die eigenlijk alleen door vakgenoten worden begrepen en ke worden opgelost”, meent hij. Feit blijft echter wel dat de specialistische softwareleveranciers hun zeilen moeten bijzetten en het nodige zullen moeten investeren.

De E en A Groep Hoogeveen is een bureau dat in 1978 werd begonnen door de heer P.J.M. Hoogeveen. Als adviseur (de verklaring van de E van Engineering) ontwikkelde het bureau zelf software om de eigen werkzaamheden beter en efficienter te ke uitvoeren. Enthousiaste reacties van de markt, zorgden ervoor dat ook de software beschikbaar werd gesteld aan derden en zo werd de A van Automatisering een feit. Momenteel biedt het bureau een totaal pakket aan automatiseringsprodukten: van calculatieprogrammatuur tot administratieve software, technische rekenprogramma’s en CAD (maat)programma’s.

Verbreding

Als gezegd, is er de afgelopen jaren op installatiegebied het nodige gebeurd. Deze ontwikkelingen laten zich het best samenvatten met de constatering dat de positie van deze branche in de totale bouw is versterkt. In elk utiliteitsgebouw neemt de installatietechniek een belangrijke plaats in.

Dat blijkt ook uit het percentage van de bouwsom dat aan deze kostenpost wordt gespendeerd. Lag dit aandeel vroeger op zo’n twintig procent van de totale stichtingskosten, vandaag de dag is een aandeel van 40% of zelfs hoger heel normaal. Natuurlijk is de installatiebranche verheugd over deze ontwikkeling, echter ‘noblesse oblige’ ofwel: de installateurs worden door deze opwaardering gedwongen versneld te reageren op eisen met betrekking tot de kwaliteitszorg en innovatie en dienen te investeren in zaken die de continuiteit van hun bedrijven waarborgen. Hoogeveen heeft deze eisen vertaald, door in de eerste plaats te zorgen voor een versterking van het eigen bedrijf. Zo werd een participatie-overeenkomst aangegaan met KPD Automatisering bv en kwam Pieter Vermeer het management versterken. Omdat laatstgenoemde eveneens in het bureau participeert, is de financiele basis van Hoogenveen verbreed. Zit het met de financien dus wel snor, de participatie van KPD opent voor het bureau de mogelijkheid om haar doelstelling – het leveren van een totaal pakket- ook in de toekomst te handhaven. Het is namelijk een feit dat nu de installatietechniek door de bouw wordt erkend als belangrijk, de behoefte aan integratie tussen deze disciplines ook op automatiseringsgebied, groeit.

Integratie

Een van de eerste activiteiten die, dankzij de samenwerking met KPD, kan worden geinitieerd en die duidelijk te maken heeft met de inniger samenwerking tussen de bouwers en installateurs, betreft de ontwikkeling van een voor installateurs bestemd Stabu-bestekkenprogramma. Is deze systematiek in de bouw al ingeburgerd en werkt vrijwel elk bouwbedrijf met een door de Stabu erkend programma, in de installatiebranche is men nog niet zo ver. Vanzelfsprekend zou de efficiency van de branche ermee gediend zijn, wanneer dit wel gebeurde.

Probleem voor de installateur is echter dat hij nog te weinig bekend is met de systematiek en dat hem ontbreekt aan een goed programma. “Wij zijn nu aan het bekijken of we dit pakket ke maken en dat zou gebeuren op basis van het Stabuverwerkingspakket van KPD. KPD is met dit programma marktleider in de bouwbranche en heeft een grote hoeveelheid kennis hiervan in huis. Die kennis en de kennis van E en A Hoogeveen van de installatiebranche zullen worden gebundeld om een Stabu-programma specifiek voor de installateurs te ontwikkelen.”

Kostenraming

Een volgend pakket, dat zeer recentelijk door Hoogeveen op de markt is gebracht om in te ke spelen op de groeiende belangstelling van de bouw voor de installatiebranche, is het GA-Kengetal, waarmee de architect in een handomdraai een kostenraming voor de installaties kan vervaardigen.

“Dit programma is een voor de architect simpel te gebruiken hulpmiddel waarmee hij inzicht kan verkrijgen en -aan zijn opdrachtgever- verschaffen in de kosten van de gebouwinstallaties. We weten dat hieraan een grote behoefte bestaat. Immers, als gezegd vormen de installaties een steeds grotere kostenpost, echter, het ontbreekt de architect veelal aan de kennis om ook maar iets over de opbouw daarvan te zeggen.”

Kwaliteit

Is het voor de automatiseerder in de installatiebranche aldus noodzakelijk dat hij zijn aandacht ook richt op zaken die niet direct bij de branche horen, binnen zijn eigen wereldje spelen zich eveneens ontwikkelingen af waarop ingespeeld moet worden.

Duidelijk voorbeeld hiervan is het Elektrotechnisch informatie Model, ETIN-model, dat door de Uneto is ontwikkeld. In dit model heeft deze organisatie ,kort gezegd, vastgelegd hoe installateurs werken of dienen te werken en waaraan aldus softwareprogramma’s moeten voldoen. Pieter Vermeer: “Ons bureau heeft de licenties van dit model verworven en is druk doende om haar produkten aan de gestelde eisen aan te passen opdat Uneto ze kan certificeren. Het verkrijgen van een dergelijk certificaat is voor ons zeer belangrijk. Het zegt namelijk niet alleen iets van de kwaliteit van onze software, maar ook van de kwaliteit van ons bureau, de kennis, de ondersteuning en de financiele status. Kortom: met deze ning weet de klant dat hij te maken heeft met een betrouwbare (automatiserings)partner.”

Sanering

Zal het voor E en A Groep Hoogeveen volgens Vermeer geen probleem zijn om de programmatuur en dienstverlening in technisch opzicht te laten voldoen aan de eisen die de branche-organisatie heeft opgesteld, men moet zich niet vergissen in de financiele consequenties van het verkrijgen van de erkenning. “Voor het verwerven van de licentie alsook voor het aanpassen van de software, moeten de nodige investeringen worden gedaan en natuurlijk ben je er dan nog niet”, schetst hij.

Goede feeling

“De markt loopt immers altijd voor op normen en voorschriften. Als je programmatuur louter voldoet aan hetgeen in het ETIN-model is vastgelegd, dan mis je als softwareleverancier toch nog de boot, omdat men altijd nog specifieke eisen heeft. Die eisen kan je mijns inziens alleen inwilligen wanneer je een goede feeling hebt met de je afnemers en zelf uit de branche komt en wanneer je basis breed genoeg is. Want evenals in de totale automatiseringsbranche zal er de komende jaren mijns inziens een sanering op gang komen van bedrijven die, doordat zij of niet genoeg geld in huis hebben of niet over de benodigde specifieke kennis beschikken, af moeten haken.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels