nieuws

Haagse Vaillantlaan: gedreven experiment

bouwbreed Premium

Langzaam begint de Vaillantlaan in Den Haag vormt te krijgen. Van de zeventien bouwblokken zijn er nu zeven langs de laan vernieuwd en zijn vijf blokken in aanbouw tussen fundering en eerste verdieping. Drie a vier blokken wachten nog op sloop. Daarmee vordert een van de meest prestigieuze vormen van stadsvernieuwing langs deze belangrijke hoofdstraat in de Haagse Schilderswijk.

In de Haagse stadsvernieuwing is de Vaillantlaan een begrip geworden voor een hoge inzet. De Vaillantlaan was vanouds een verkeersader in de Schilderswijk van ruim twintig meter breed met langs beide trottoirs een rij bomen. Om het sterk toegenomen verkeersaanbod in goede banen te leiden en de bomen weer over de hele lengte aan te planten, is een verbreding ontworpen van plaatselijk tien meter. Deze ruimte wordt ondermeer gewonnen op circa veertig meter diepe bouwblokken die zo nog ondieper worden, bebouwd met nieuwe woningen.

Geheel nieuw daarbij is, dat de externe stedebouwkundige prof. Jo Coenen ook verregaande regels stelde voor de nieuwbouwblokken wat hun architectuur betreft. Daarnaast zijn ook stringente stedebouwkundige uitgangspunten vastgesteld. Een deel van de woningen is op half ingegraven parkeerruimte onder de wat verhoogde eerste woonlaag gesitueerd. Elders, waar een sterk gedecimeerd aantal winkels terugkeert, zijn deze panden veelal aan arcades gelegd. De breedte en hoogte van twee bouwlagen is daarbij bindend, al gaat het om sociale woningbouw in de stadsvernieuwing. Daarnaast kregen de zorgvuldig geselecteerde architecten te maken met een ‘bouwdoos’ waaruit voorgeschreven gevelelementen op de voorhand veel vastlegden. Raamkozijnen van de woningen worden in geprefabriceerde gevelelementen van beton opgenomen met een zeer diepe negge. Ook werden gevelbanden, dakranden, afsluitingen van arcade-openingen en dergelijke in hoofdlijnen vastgelegd, alsmede voorschriften gegeven voor hekwerken bij de lage ramen aan de straatzijde.

De werkwijze is wel vergeleken met de rigoreuze ‘stadsvernieuwing’ van George-Eugene Hausmann voor Parijs, onder het bewind van Napoleon III. Ook daarin werden met zeer hoge pretenties arcadevormen, dakprofielen e.d. dwingend voorgeschreven .

Er is door de stedebouwkundige ontwerpers veel geinvesteerd in de ontwikkeling van een gevelbouwsysteem waarin de dure architectuur te realiseren zou zijn. Er wordt gebruik gemaakt van een rode baksteen zodat de verschillende ontwerpers beknot werden in hun architectonische vrijheid ten gunste van een grotere eenheid in het straatbeeld. Zelfs de basisschool ’t Palet werd in een woonblok opgenomen.

Over het algemeen gaan deze spectaculaire gevelwanden niet veel dieper dan een flatwoning de hoeken van zijstraten om. Het vormt een stedebouwkundig fineer terwijl de ‘achterzijde’ van de bouwblokken volgens meer gebruikelijke normen worden ontworpen. Alleen bij pleintjes aan de laan is de aanpak iets verder doorgetrokken.

Daarmee ontstaat een geheel nieuwe vorm van aanpak in de stadsvernieuwing, die waarschijnlijk uniek blijft bij een terugtredende overheid. Bij de huidige stand van zaken met 650 meter gereed gekomen straatwand aan een onderbroken zijde is het beeld nog niet compleet. Maar de Portugese architect Alvaro Siza sprak wat bitter over historiserende architectuur van een stijl zoals die in ons land en zeker in Den Haag niet wordt gevonden. Intussen laten twee blokken winkels aan een zijstraat zien, hoe een architect met hedendaagse middelen zo’n bouwblok met winkels aan een arcade vorm kan geven. Het vormt een aardig discussiestuk om na te gaan of de Haagse ambitie niet te ver is doorgeschoten.

Reageer op dit artikel