nieuws

Bewuster stoken vergroot budget onderhoud scholen

bouwbreed

Een lagere energierekening biedt scholen de kans wat meer te besteden aan het onderhoud van hun gebouwen. De verantwoordelijken voor een onderwijsinstelling weten echter niet altijd op welke wijze men het energieverbruik kan beheren. Daarbij doet niet zelden de veronderstelling de ronde dat het treffen van maatregelen gelijk staat aan toegeven dat scholen voordien niet goed werden beheerd. Aldus adviseur facilitair beheer ir. D. Schut van het Informatie en Advies Centrum Schoolaccommodaties (ICS) uit Gouda.

Het ICS houdt zich volgens Schut al meer dan 35 jaar hoofdzakelijk bezig met de huisvesting van scholen. Deze activiteiten ressorteerden aanvankelijk onder het Rotterdamse Bouwcentrum. Sinds pakweg tien jaar treedt het ICS op als een zelfstandige stichting die onafhankelijke adviezen verstrekt.

Regulier bedrijf

Het gaat dan bijvoorbeeld om het plannen van voorzieningen, projectmanagement en het facilitair beheer. Te denken valt ook aan opleidingen aan instellingen. De nadruk ligt op het laten functioneren van het schoolbedrijf als een regulier bedrijf. Dat laatste levert bij de instellingen de nodige problemen op omdat de activiteiten nog teveel zijn gericht op het geven van onderwijs. Zo’n tien jaar terug zette het ICS met de Novem in Almere een po op voor de bouw van energiezuinige scholen.Het po moest inzicht geven in de mogelijkheden van energiebesparing.

Experimenten

Bij scholenbouw doet zich het probleem voor dat de gebruikers de accommodatie meteen willen gebruiken zodat er nauwelijks tijd overschiet voor het doen van experimenten. Mede daardoor was het onderwijs aanvankelijk niet zo genegen mee te werken aan dergelijke plannen. Die houding verandert geleidelijk aan omdat scholen in toenemende mate zelf verantwoordelijk worden voor hun exploitatie.

Nieuwbouw van scholen vereist de inzet van architecten die de problemen kennen die zich in deze tak van bouw ke voordoen.

In het verleden kwam het niet zelden voor dat ontwerpers alleen keken naar de aanblik van een schoolgebouw en minder aandacht schonken aan de exploitatie. Tegenwoordig vindt voor het onderwijs weinig nieuwbouw meer plaats maar gaat het vooral om het optimaliseren en verbeteren van gebouwen.

Energiebeheer hoort volgens Schut welbeschouwd deel uit te maken van het bredere milieubeheer dat weer neerkomt op een verstandig en optimaal gebruik van de voorzieningen. Het gaat dan niet alleen om elektra en verwarming, maar bijvoorbeeld ook om schoonmaakmiddelen. Een belangrijke stap in het energiebeheer is het convenant dat is afgesloten in de sector Beroeps Voorbereidende Educatie (BVE) met de Novem en het GEB.

De overeenkomst stelt dat in 2000 een nog nader te bepalen besparing moet zijn bereikt. Deze overkoepelende aanpak zet de scholen op de weg waar de instellingen afzonderlijk nauwelijks toe komen. In deze constructie financiert het GEB bepaalde investeringen voor en rekent daarvoor een vaste prijs tot het moment dat het voorschot is afbetaald. Het ICS verzorgt hier de praktische begeleiding. In Zwolle volgt iets dergelijks voor het basis- en voortgezet onderwijs.

Autonomie

Als gevolg van de decentralisatie worden scholen onafhankelijk van overheidsregelingen en ke hun autonomie vergroten. In het geval van het basisonderwijs nemen de gemeenten de taken van het rijk over. De hoogte van het bedrag verandert evenwel niet zodat de scholen volgend jaar net zoveel ontvangen als dit jaar. Van dat vaste bedrag moet bijvoorbeeld de energierekening worden betaald. Over het geheel genomen gaat 30 procent van dit budget op aan de energierekening.

Verbetering van de huisvesting kan ervoor zorgen dat deze uitgaven dalen. Hier doet zich evenwel het probleem voor dat gemeenten die de gebouwen van het openbare onderwijs willen renoveren op grond van het gelijkheidsbeginsel eenzelfde bedrag moeten overmaken naar de bijzondere scholen. Een mogelijke oplossing biedt een andere bestuursvorm voor het openbare onderwijs.

Cascade

Scholen ke volgens Schut tot een aanzienlijke energiebesparing komen wanneer ze de oude verwarmingsketels vervangen.

Een voorbeeld daarvan biedt het zogeheten cascadepo dat in samenwerking met de Novem plaats vindt. Aan de hand van dit po vervangt een school de vroeger gangbare een, twee of drie ketels van 300 tot 1400 kiloWatt door bijvoorbeeld vier kleinere ketels van 20 tot 40 kiloWatt.

Het gaat hierbij om cascadegeschakelde huishoudelijke ketels. De eerste besparing doet zich voor bij d e aanschafkosten. Een grote ketel vergt al snel een uitgave van zo’n – 60.000. Kleine ketels zijn door de huishoudelijke toepassing gangbaarder en dus goedkoper. Daarbij verstoken de ketels minder energie, temeer omdat de vroegere grote ketels waren afgesteld op de koudste dag. Een verdere besparing levert het verminderen van het aantal radiatoren op. In het verleden zijn er daar meer van geinstalleerd dan welbeschouwd noodzakelijk.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels