nieuws

Architecten als museumbouwers

bouwbreed

Bij Academy Editions en Ernst en Sohn verscheen een respectabel boek ‘Museum builders’ onder redactie van James Steele. Het kloek opgezette boek geeft een overzicht van recente musea uit heel de wereld met accenten op het werk van vooraanstaande Europese, Amerikaanse en Japanse architecten. Zoals de titel aangeeft, is de selectie ‘museumbouwers’ gemaakt aan de hand van de ontwerpers.

James Steele schreef een korte inleiding waarin enkele trends in de museumbouw worden gesignaleerd. Museumontwerper Ian Ritchie geeft een tijdsbeeld van het boek met musea uit de laatste jaren. Een aardige indicatie van de actualiteit blijkt uit de voorbeelden in ons land: Rossi’s Bonnenfanten Museum in Maastricht (overigens met verwisselde illustraties en tekst van een ander museumontwerp van Aldo Rossi), Kisho Kurokawa’s uitbreiding van het Van Gogh Museum en Venturi’s Stedelijk, beide in Amsterdam, maar ook de dakopbouw van Coop Himmelblau in Groningen zijn vertegenwoordigd. Opmerkelijk is daarbij dat aan het Groningse hoofdontwerp van Allessandro Mendini verder geen aandacht wordt besteed.

Dat geen andere Nederlandse museumbouwers worden genoemd, geeft de trend aan van een collectie architecten met internationale naam. Afhankelijk van het werk zijn van de meeste ontwerpers meerdere musea opgenomen, hetgeen onderlinge vergelijking van museumontwerpen interessant maakt. Van Kisho Kurokawa zijn maar liefst acht musea opgenomen, waarvan de helft nog in het ontwerpstadium verkeren. Het geeft een veelzijdig beeld van de zeer verschillende museumontwerpen, met daartussen het Van Gogh Museum. Per ontwerp zijn overigens in dit geval steeds twee bladzijden met maquettefoto’s, plattegronden en een doorsnede opgenomen.

Dat geldt ook voor Richard Meier die met zeven ontwerpen vertegenwoordigd is. De beperkte ruimte is soms in het nadeel als men de uitbreiding van het Des Moines Airt Center ziet, los van de minstens even interessante voorgangers van Meier, waaronder Saarinen en Johnson. Dat geldt ook voor de wijze van illustreren. Het zijn perfecte architectuurfoto’s die veelal over een hele bladzijde zijn afgebeeld. Daardoor ontstaat soms een hinderlijke wens naar meer foto’s die een completer beeld van zo’n museumgebouw opleveren. Voor dit boek is echter in de breedte gekozen met veel representatieve voorbeelden in minder foto’s. Maar voor een spraakmakend ontwerp als dat van Norman Foster voor Nimes in Zuid-Frankrijk zijn terecht zes bladzijden uitgetrokken, al treft men er niet de zwakke kanten van het ontwerp in aan!

Duitsland is heel karig bedeeld met een van de oudste musea aan de Frankfurter Museumoever: het architectuurmuseum van Ungers en het recentere postmuseum van Behnisch, drie ontwerpen van Meier en het stoelenmuseum van Gehry.

Maar het boek geeft op uitstekend verzorgde wijze een goede indruk van musea uit ruwweg de laatste tien jaar en een aantal nog niet uitgevoerde ontwerpen die de komende jaren veelal gerealiseerd lijken te worden. Het vormt daarmee een recente aanvulling op de tientallen boeken over museumarchitectuur uit de jaren zeventig en tachtig. Het kloeke formaat, de royaal afgebeelde goede foto’s en verzorgde tekeningen dragen bij tot een prachtig boek. De toelichtingen zijn beknopt zodat het vooral om de visuele presentatie van 65 sterk uiteenlopende museumontwerpen gaat van zo’n dertig verschillende architecten(bureaus).

James Steele: ‘Museum builders’. Uitgeverij: Academy Editions, Londen en Ernst en Sohn, Berlijn 1994. Formaat: 25 x 30,5 cm, 264 blz. ISBN: 1 85490 191 5. Prijs: (gebonden) DM135. Engelse tekst.

WVH

Maquette van het ontwerp voor het Bonnefantenmuseum in Maas-

tricht van

Aldo Rossi.

Grummer/Van Sloun

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels