nieuws

Achterstand woningbouw in Overijssel aangepakt

bouwbreed Premium

De grote steden in Overijssel kampen met een forse achterstand op het gebied van woningbouw. Oorzaak: stroperige procedures, moeizame grondverwerving en de noodzaak tot bodemsanering. Op initiatief van de provincie is het roer begin dit jaar omgegooid. De problemen worden nu integraal aangepakt, waardoor de bouwactiviteit weer aantrekt.

De afgelopen vijf jaar kwamen er in de vijf grote steden (Almelo, Deventer, Enschede, Hengelo en Zwolle) jaarlijks gemiddeld zo’n 2250 woningen bij. De gemeentebesturen hadden zich echter voorgenomen in deze periode minimaal 3100 huizen per jaar neer te zetten. In 1991 werden er slechts 1800 woningen gebouwd. Een dieptepunt. De wachtlijsten voor woningzoekenden werden steeds langer en de druk op de woningmarkt in omliggende plattelandskernen nam toe.

De achterblijvende woningproduktie had vooral te maken met het ontbreken van voldoende bouwrijpe plannen. In een aantal steden zijn de bestaande uitbreidingsgebieden nagenoeg volgebouwd en zijn direct aansluitende bouwlocaties niet te vinden.

De meeste gemeenten hebben wel de mogelijkheid om op binnenstedelijke locaties te bouwen, zoals ook de uitdrukkelijke doelstelling van de Vinex is. De ontwikkeling van deze plannen stuit echter vaak op obstakels omdat de relatief ‘makkelijke’ locaties al zijn ontwikkeld en dus de ‘moeilijke’ gebieden (inbreiding, stationslocaties) overblijven.

Sneller

“De provincie”, zo vertelt gedeputeerde Fons Hertog van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, “heeft eind 1993 samen met de gemeenten een plan van aanpak opgesteld om tussen 1994-1996 de schouders te zetten onder het woningbouwprobleem. Inzet was de problemen integraal aan te pakken en de hokjesgeest bij de diverse overheden overboord te gooien. Door activiteiten op elkaar af te stemmen ke procedures nu veel sneller worden doorlopen. Bij problemen gaan we met alle betrokkenen om tafel zitten, worden oplossingen gezocht en afspraken gemaakt. Tot nu toe werkt dit prima.”

Flexibiliteit

Concreet houdt dit in dat gemeenten niet meer op eigen houtje een bestemmingsplan opstellen en vervolgens afwachten tot ze stuiten op langdurige onteigenings- en bodemsaneringsprocedures of een paar maanden vertraging oplopen vanwege een geluidswal. Plannen worden nu in samenhang bekeken, waarbij de provincie de rijksgelden verdeelt en het ruimtelijke beleid in grote lijnen vorm geeft.

Hertog: “Flexibiliteit is het sleutelwoord. Nu de bodemsanering in veel gemeenten een heet hangijzer vormt, hebben wij als provincie bijvoorbeeld besloten een deel van de IJsselmij-gelden beschikbaar te stellen voor dit doel, in plaats van een tariefsverlaging voor de burger. Daarmee laat je als provincie zien dat het je ook werkelijk wat waard is.”

Eerste vruchten

De aanpak van Overijssel werpt inmiddels de eerste vruchten af. Werd in 1993 de woningvoorraad in de vijf steden met 1800 eenheden uitgebreid, dit jaar ligt dat aantal op 2400 eenheden, zo luidt de verwachting. Volgend jaar zullen zelfs 3500 woningen beschikbaar komen.

Gedeputeerde Fons Hertog: “Flexibiliteit is het sleutelwoord.”

Reageer op dit artikel