nieuws

‘RUL houdt zich van de domme over Annex’

bouwbreed

“Het zwijgen van de Leidse ‘Alma Mater’ doet mij fronsen. De Rijksuniversiteit Leiden (RUL), toch geroemd en aangewezen als instituut om kennisoverdracht te bevorderen, houdt zich bewust van de domme. Hoe het zit met betrokkenheid bij het als sneeuw voor de zon verdwijnen van vele miljoenen, mag het publiek niet weten. Dat is weinig charmant.”

Aldus mr. drs. K. M. van Holten namens dagblad Cobouw voor de Raad van State, bij behandeling van het verzoek van deze krant om de RUL te dwingen tot openbaar maken van documenten over het onvoltooide bouwpo De Annex.

Hij noemde de houding van de universiteit vreemd: “Enerzijds beweert de universiteit op geen enkele manier betrokken te zijn bij het verdwijnen van miljoenen en op geen enkele manier ook enig financieel risico te lopen, maar anderzijds wordt ieder inzicht in wat er is gebeurd afgesloten. Dat is volstrekt onbegrijpelijk en getuigt van weinig realiteitszin.”

Volgens mr. Van Holten moet het ook zonder kennisname van Cobouw opvallen dat het in Leiden rommelt. “Al maandenlang ligt een van de grootste bouwwerken van de Rijksuniversiteit stil. Dat roept vragen op, te meer nu papieren bv’tjes zijn ingeschakeld die in de bouwwereld weinig bekendheid genieten”, constateerde hij.

Openbaarheid

Op 30 november 1993 verzocht Cobouw de RUL een aantal nader omschreven documenten openbaar te maken, daarbij verwijzend naar de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Daarop reageerde de RUL schriftelijk op 14 december 1993. “Deze brief en de gevolgde wijze van openbaarmaking ke bijzonder weinig bekoren. Niet alleen worden van de documenten welke wel zijn overgelegd essentiele gegevens witgelakt, maar verder wordt op geen enkele manier, althans volstrekt onvoldoende, gemotiveerd waarom het de universiteit niet vrij zou staan de andere documenten te openbaren. Sterker nog: de beschikking vermeldt dat documenten worden openbaar gemaakt terwijl deze in werkelijkheid verminkt worden”, aldus de advocaat van Cobouw.

De opstelling van de RUL was voor Cobouw aanleiding de Raad van State te vragen een voorlopige voorziening te treffen. Dit, nu universiteiten met ingang van 1 november 1993 zijn aangewezen als bestuursorgaan in de zin van de WOB en de wetgever heeft aangegeven dat genoemde bestuursorganen zonder enige nadere beperking onder de werking van de WOB zijn gebracht.

De RUL bestrijdt dat echter. Volgens haar heeft de openbaarmakingsregeling vervat in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek voorrang boven de WOB. En derhalve zou Cobouw voor een beroep tegen de beschikking van de RUL zijn aangewezen op het door die universiteit gehanteerde eigen reglement.

Betwist

Mr. Van Holten betwistte dat: “Als dat inderdaad zo is dan had het geen enkele zin zelfstandige bestuursorganen aan te wijzen als WOB-orgaan.”

Maar zelfs al zou de RUL gelijk hebben, dan nog zou volgens hem Cobouw ontvankelijk moeten worden verklaard op grond van de Wet Arob. Hij concludeerde tenslotte dat de RUL op geen enkele wijze heeft aangegeven dat het belang van geheimhouding zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels