nieuws

Recyclingsector in Brabant

bouwbreed

wil soepeler voorwaarden

Een reeel niveau van leges, alsmede een vergunningverlening voor de duur van tien jaar. Dat bepleit de Belangenvereniging Recycling Bouw- en Sloopafval (BRBS) bij Provinciale Staten van Noord-Brabant. Dit met het oog op behandeling van de provinciale belastingverordening.

Peter Stuvel

Volgens de vereniging leidt de vast te stellen belastingverordening tot een lastenverzwaring “die een potentiele bedreiging vormt voor de positie van de Brabantse bewerkers van bouw- en sloopafval in de huidige stagnerende markt”.

Vastgesteld wordt dat in 1994 voor een groot aantal bewerkingsinrichtingen voor bouw- en sloopafval de huidige vergunning aflopen. Dit hangt samen met het gebruik in Noord-Brabant om de vergunning te verlenen voor de duur van de planperiode dan wel voor een periode van vijf jaar.

“Een gevolg daarvan is dat de frequentie van de vergunningaanvragen in deze provincie hoger ligt dan in provincies waar een vergunning wordt verleend voor de duur van het betreffende wettelijk maximum van tien jaar. In de meeste provincies wordt die wettelijke termijn aangehouden. Een bedrijf in Brabant wordt daardoor volgens haar vaker geconfronteerd met de noodzaak van van een vergunningaanvraag dan zijn collega’s in andere delen van het land”, constateert de vereniging.

Maximale leges

Daar komt nog eens bij dat Brabantse bouw- en sloopafval verwerkende bedrijven bij een vergunningaanvraag een maximum aan leges verschuldigd zijn. De vereniging vindt dat de legesheffing gebaseerd dient te zijn op de kosten van de door de vergunningverlener te verrichten werkzaamheden:

Routine

“Ons is niet duidelijk op welke wijze het topniveau van de Brabantse leges vanuit dit standpunt kan worden gemotiveerd. Te meer, omdat gezien het grote aantal vergunningen in Brabant en de relatief korte geldigheidsduur ervan een hoge mate van routine bij de vergunning verlenende instantie kan worden verondersteld.” De hoogte van de leges drukt als een niet-produktieve post op de begroting van de bedrijven. Een middelgrote puinbreker met een jaarcapaciteit van 150 000 ton betaalt bij aanvraag van een nieuwe vergunning f. 105 523,73 en bij aanvraag van een vervangende vergunning f. 64.203,73 aan leges. Per ton verkocht materiaal geeft dat, afgezien nog van renteverlies, een extra heffing van respectievelijk 14 en 9 cent.

De vereniging dringt er bij de staten met klem op aan recht te doen aan de positie van de Brabantse bewerkers van bouw- en sloopafval.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels