nieuws

Noorden durft experiment regionalisering wel aan

bouwbreed

Al anderhalf jaar hebben de drie noordelijke provincies een gezamenlijke regionale vestiging voor bijscholing en arbeidsmarktbeleid in de bouw.

In het in de stad Groningen gevestigde kantoor proberen Bouw-Vak-Werk en het Scholingsfonds een aanspreekpunt te zijn voor de aannemer in de regio. De situatie is echter nog niet ideaal. Want hoewel het Scholingsfonds inmiddels een bekend instituut blijkt te zijn, is voor veel aannemers nog niet duidelijk wat Bouw-Vak-Werk voor instantie is. “De bouw”, zo vertelt regiocoordinator W. Groenendal van Bouw-Vak-Werk op het kantoor in Groningen, “heeft eigenlijk nooit een arbeidsmarktbeleid voor de langere termijn gevoerd. Door werkgevers wordt er veelal een korte termijn-politiek gevoerd, simpelweg omdat d e arbeidsmarkt in onze bedrijfstak onoverzichtelijk is en afhankelijk van vele factoren. Sinds 1989 hebben cao-partijen echter besloten zowel een landelijk als regionaal arbeidsmarktbeleid te voeren in samenhang met vakopleiding en scholing.” Een en ander was het gevolg van de conjuncturele ‘dip’ aan het begin van de jaren tachtig die veel werkloosheid onder bouwvakkers veroorzaakte en een grote vervuiling van de bestanden op de arbeidsbureaus tot gevolg had. Veel door de dip werkloos geworden bouwvakkers werden ingeschreven op de arbeidsbureaus maar vonden werk in een andere branche. Hierdoor had men er aan het eind van de jaren tachtig geen flauw idee meer van hoeveel ‘bouwwerklozen’ er nou eigenlijk waren. Als gevolg hiervan was voor de vakopleidingsinstituut en niet duidelijk hoeveel leerlingen ze moesten opleiden.

Nihil

De oprichting van een landelijke vestiging van Bouw-Vak-Werk met een aantal regionale kantoren maakte hier snel een einde aan. De bo uw ‘schoonde’ zelf de bestanden op de arbeidsbureaus en kwam tot de conclusie dat het aantal werklozen in de bouw in feite nihil was. Gewapend met deze kennis liet de stichting vervolgens onderzoeken uitvoeren door het Economisch Instituut Bouwnijverheid (EIB) naar de behoefte aan bouwvakkers in de komende jaren, op zowel landelijk als regionaal niveau alsmede voor welke discipline. Aan de hand hiervan kan vrij nauwkeurig worden bepaald hoeveel en welke werknemers de bouw nodig heeft. De vakopleidingsinstituten tenslotte ke hier hun aannamebeleid op afstemmen alsmede het wervingsbeleid.

Abstract

Voor de aannemer in de regio komen deze werkzaamheden, hoe nuttig ook, enigszins abstract over, zo vertelt Groenendal. In tegenstelling tot het Scholingsfonds, dat adviseert op het gebied van de bijscholing van werknemers en declaraties uitkeert wanneer de scholing is gevolgd, lijkt Bouw-Vak-Werk weinig concreets te bieden te hebben voor de aannemer in de regio. “Aannemers zien het belang van arbeidsmarktbeleid nog niet. Bij wijze van grapje vraag ik ze wel eens of ze weten hoe dat geschreven wordt. Dat geeft al aan hoe het er mee staat. Het is voor Bouw-Vak-Werk echter van groot belang dat werkgevers hun vacatures melden, zodat we straks niet opnieuw met vervuilde bestanden komen te zitten. Om de werknemers zover te krijgen dat ze zich melden, hebben we het bewijs Arbeidsbestand Bouwnijverheid (ABB) ingesteld. Dit ABB-bewijs geeft hen recht op 10 procent extra uitkering gedurende de eerste acht weken van werkloosheid. Hierdoor is het ABB-bewijs inmiddels redelijk ingeburgerd bij de werknemers. Voor de werkgevers bestaat er momenteel helaas nog geen prikkel om dit arbeidsbestand op peil te houden.” Om die prikkel te creeren zou, aldus Groenendal, het ABB-bewijs gekoppeld moeten worden aan bijscholing. Werkgevers ke dan alleen die werknemers naar bijscholingscursussen laten gaan die in het bezit zijn van het ABB-bewijs. Op die manier wordt ook de werkgever alert op de instandhouding van dit bestand.

Een loket

In Groningen is men er inmiddels van overtuigd dat scholing in de bouw niet meer buiten een gedegen arbeidsmarktbeleid kan. Volgens regiocoordinator W. Westerman van het Scholingsfonds is het ook zaak om een loket in de regio te creeren waar aannemers zich kunne n wenden voor informatie over opleiding en arbeidsmarkt. Ook secretaris E. Bakker van het NVOB-gewest Drenthe en districtsbestuurder

G. Grooten van de bouwbond FNV, beiden bestuurslid van Bouw-Vak-Werk regio noord, zijn die mening toegedaan. “In de bouw spelen zo ontzettend veel belangen die vooral de laatste tijd erg in beweging zijn. je moet dan alleen niet vergeten een structuur erin te houden”, aldus Bakker. Volgens Grooten is het achteraf gezien een fout geweest om de samenwerkingsverbanden die in de jaren tachtig werden opgericht niet een centrale rol te geven in de regio voor diverse activiteiten als bij scholing, vakopleiding en arbeidsmarkt. “In feite is dat een historische dwaling geweest. We zijn tot nu toe niet in staat gebleken een vergelijkbare regionale en partitaire structuur op te tuigen. De wil in het noorden om iets van het opleidings- en arbeidsmarktbeleid te maken is echter groot. Een voorbeeld daarvan zijn de Scholings- en Werkervaringsverbanden (SWEV’s) voor langdurig werklozen. Voor de B&U zijn er al zo’n 120 afgeleverd. Dat is echt een record waaraan iedereen heeft meegwerkt. Ik ben daarom ook niet negatief voor de toekomst. Wel vind ik dat partijen een keer de knoop moeten doorhakken”, aldus Grooten. De vier betrokkenen bij het regionale scholing- en arbeidsmarktbeleid in Groningen zouden om die reden best als proefpo willen fungeren voor een regionaal centrum. “Hier in het Noorden lopen we op dit gebied vaak vooruit. Wellicht komt dat omdat het hier nog wat overzichtelijker is. Als het aan mij ligt mogen partijen hier met een experiment regionalisering beginnen. Dan weet iedereen op korte termijn waar ie aan toe is”, aldus Grooten.

Vlnr: NVOB-secretaris E. Bakker, districtsbestuurder G. Grooten van de bouwbond FNV, regiocoordinator W. Groenendal van Bouw-Vak-Wer k Groningen en regiocoordinator W. Westerman van het Scholingsfonds.

A. Wieringa-Groningen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels