nieuws

Nieuwe toepassing van Beta-restauratietechniek Oude balkdelen verlijmd met gelamineerd grenen

bouwbreed

De koepel van de Ronde Lutherse Kerk in Amsterdam krijgt spanten van gelamineerd grenen. Deze worden met behulp van glasvezelstaven en epoxyhars vastgezet aan de oude balkdelen die bij de brand in februari 1993 gespaard zijn gebleven.

Het is de eerste maal dat deze techniek op zo grote schaal bij de restauratie van een monument wordt toegepast.

De techniek die bij de Ronde Lutherse Kerk wordt toegepast, borduurt voort op de zogenaamde Beta-polymeerchemische restauratietechniek die eind jaren zestig is ontwikkeld in samenwerking met TNO, de Technische Universiteit Delft, de Rijksgebouwendienst en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Het bedrijf Renofors werd in 1970 opgericht om deze inmiddels geoctrooieerde techniek op de markt te brengen.

In 1987 volgde een fusie met het uit Goes afkomstige bedrijf Conserduc dat zich sinds 1950 toelegde op de houtconservering. Sindsdien opereert Conserduc/Renofors in het gehele land vanuit de hoofdvestiging in Made en recent geopende nevenvestigingen in Weert en Meppel.

Kunstharsmortel

De Beta-techniek komt erop neer dat aangetast hout wordt verwijderd en hersteld met een speciale kunstharsmortel, die wordt gewapend met glasvezelstaven. Hoewel deze techniek al sinds 1970 wordt toegepast, weten veel architecten en aannemers nog niet van het bestaan.

‘Absurd’

Volgens directeur F. Haasdijk van Conserduc/Renofors wordt daardoor nog te vaak besloten om houten spantconstructies of balklagen te verwijderen en te vervangen door staal. “Op een sloperij heb ik onlangs 200 grenen balken van 40×40 cm zien liggen, waarvan alleen de uiteinden verrot waren. Dat is eigenlijk absurd. Het veroorzaakt onnodig veel bouwafval. Bovendien is restauratie met de Beta-techniek goedkoper en esthetisch fraaier doordat authentieke bouwdelen behouden blijven.”

Gelamineerd grenen

In het geval van de Ronde Lutherse Kerk was vrijwel de gehele spantconstructie van de koepel door de brand verwoest. Doordat de uiteinden van de balken wel gespaard bleven, konden deze worden gebruikt als basis voor een nieuwe spantconstructie. Deze werd uitgevoerd in gelamineerd grenen en door middel van het Beta-procede aan de oude grenen balkdelen gefixeerd.

In de oorspronkelijke balkdelen zijn volgens een bepaald patroon met behulp van een mal gaten geboord. Hetzelfde gatenpatroon is in de gelamineerde liggers aangebracht. Vervolgens zijn in de gaten geruwde glasvezelstaven met een lengte van ongeveer een meter geplaatst en gefixeerd met een tweecomponenten epoxyhars.

Tussen beide spantdelen resteerde een ruimte van enkele centimeters die na het stellen van de balken is gevuld met epoxyhars. Zo is tussen de balkdelen een verbinding ontstaan die sterker is dan de balkdelen zelf.

Huis van Brecht

Deze techniek is in een andere vorm overigens al vaker gebruikt, onder andere voor de versterking van de balklagen in het Huis van Brecht op het terrein van de Koninklijke Militaire Academie in Breda. De bestaande vloerconstructie van het voormalige militair hospitaal was namelijk te licht voor de nieuwe bestemming als bibliotheek van de KMA. De bestaande eiken balklaag is daarom verzwaard door er gelamineerde vuren liggers op te verlijmen.

Volhout

Ook in andere monumenten zijn al delen van spanten verwijderd en met de Beta-techniek aan nieuwe balken verlijmd. Tot nu toe gebeurde dat echter altijd met volhout.

De Ronde Lutherse Kerk heeft de primeur van verlijming met balken van gelamineerd hout. Haasdijk: “Het is steeds moeilijker om hout in grote formaten te kopen met de juiste relatieve vochtigheid. Meestal is het veel te nat, waardoor in een later stadium problemen ke ontstaan. Gelamineerd hout is echter te koop in iedere gewenste vochtigheid.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels