nieuws

Kasbah in Venetifor gebouwd in baksteen

bouwbreed

De Kasbah van architect Piet Blom, tussen 1969 en 1973 gerealiseerd in een buitenwijk van Hengelo, vormde het overtuigendste voorbeeld van de zogeheten ‘Experimentele woningbouw met een ministerieel predikaat’ in de vroege jaren zeventig. Een hoge woondichtheid en dubbel grondgebruik waren kenmerkend voor het ontwerp. De kasbah was het duurste experimentele plan dat gerealiseerd werd, terecht als nieuwe woonvorm. Daarna werd het stil rond de ontwerpgedachte van dit ‘stedelijk dak’, maar in Venetifor verrees een variant, een kasbah geheel opgetrokken in baksteen: fascinerend maar niet zonder vraagtekens.

De historische architectuur van Venetifor is ongetwijfeld rijk aan het gevarieerde gebruik van baksteen, maar de globale herinnering aan de beroemde binnenstad roept achteraf vooral stadsbeelden op met natuursteen en pleisterwerk. Maar in gebieden rond het centrum ligt dat anders. Gebouwen voor de industrie in een wijk als Giudecca markeren een andere architectuur, bijvoorbeeld met grote fabrieksgebouwen en pakhuizen van rond de eeuwwisseling en ouder, opgetrokken in baksteen, soms met fraaie staaltjes van neo-stijlen.

In deze omgeving was het dat de architect Gino Valle enkele jaren geleden zijn vertaling van de kasbah realiseerde. Binnen een aaneenschakeling van een reeks kleine eilanden, die tezamen een grotere eenheid vormen tussen de hoofdwaterwegen van de stad, kwam een terrein vrij doordat de vroegere werkzaamheden naar elders waren verplaatst. Het is een gebied waarin wonen en werken elkaar afwisselen, voornamelijk in oudere bedrijfsterreinen en woongebiedjes die variforren van enkele tientallen woningen tot enkele honderden, compleet met enkele wijkwinkels die het hier langer uithouden dan in vrijwel alle andere steden waar de eigen auto en daarmee de weidewinkels zo makkelijk bereikbaar zijn.

Maar ook in Venetifor zoekt men naar nieuwbouwlocaties, zo dicht mogelijk bij het centrum en alleen daarom al terecht gevrijwaard van mogelijke hoogbouw. Maar een hoge woondichtheid wordt wel heel nadrukkelijk als eis gesteld. Hetgeen architect Gino Valle tot zijn kasbah-achtige ontwerp bracht. Er ontstaat dan een ‘tapijtachtige’ vorm van woningbouw, zoals die in feite voor veel oude stadscentra altijd heeft bestaan met een zeer hoge bebouwingsdichtheid aan vaak heel smalle straatjes. Dwast kan niet meer aan het eind van de twintigste eeuw. Piet Blom tilde het ‘tapijt’ van woningen eenvoudig op en schoof het parkeren, de bedieningsstraat en bergingen eenvoudig onder dit stedelijke tapijt. Daardoor konden de woningen in ongekende dichtheid naast elkaar worden gesitueerd, want ze kregen hun toegang vanaf het maaiveld onder de woningen. Plaatselijk zorgen vides voor toetreding van daglicht op het maaiveld.

Gino Valle deed het iets anders. Aan een zijde liggen eengezinswoningen aan een voetgangersstraatje. Daarachter zijn de woningen opgetild en hebben hun entree op de eerste verdieping aan een gallerij waarbij direct achter de voordeur een trap ligt naar de woning, die nog een bouwlaag hoger -in feite de tweede verdieping- ligt met woonruimte en daarboven de slaapverdieping. Het gevolg is dat er ter plaatse van deze woningen een ‘onderwereld’ onstond van hoog opgaande kolommen waarop de woningen staan met daartussen een gallerijstraat van wisselende breedte en ontsluitende trappen vanaf maaiveld, toegang verlenend aan de woningentree’s.

Het maaiveld is onder de woningen vrijwel volledig, met betontegels dicht gestraat. Onder enkele openingen in het woontapijt liggen armzalige grasveldjes. De groenvoorzieningen uit Hengelo treft men er derhalve niet aan, maar die rijzige en relatief slanke kolommen vormen een eigentijdse vertaling van historische stadsbeelden met in Italifor altijd al meer verhard oppervlak.

Een deel van de slanke kolommen zijn in baksteen opgetrokken, maar wel rond een kolom van beton. Bredere schijven zijn geheel in anderhalfsteens metselwerk opgetrokken, dat ook op de verdiepingen voor gevels en bouwmuren is toegepast. De steen is er wat groter dan ons waalformaat zodat muren ter dikte van circa veertig centimeter ontstaan (met aan de binnenzijde een 5 cm dik isolatiepakket). Betonlateien met een lichte ronding aan de onderzijde, en andere overspanningsconstructies zijn ter plaatse geprefabriceerd omdat ze dan minder vervoersproblemen opleverden.

Zo ontstond een stukje baksteenarchitectuur dat -evenals de Kasbah in Hengelo- niet goedkoop geweest moet zijn. Ik voeg er meteen maar aan toe, dat men zich van de woningen zelf maar niet teveel moet voorstellen, ze zijn overigens voortreffelijk gedocumenteerd in een boek over Italiaanse baksteenachtitectuur waarvan ook een Engelstalige versie is verschenen.

Opnieuw had ik het gevoel ‘voor de bijl te gaan’. Het heeft me altijd wat verbaasd dat de ‘kasbah-gedachte’ nooit aanleiding heeft gegeven tot verder ontwikkelde woonvormen, ondermeer voor binnensteden waartoe ook Blom zijn ontwerp was gedacht. Gino Valle heeft een prachtig wijkje gemaakt, met schitterende details, maar naar onze maatstaven ook weinig aangenaam woningen, klein en niet atractief wat woonvorm zelf betreft. Het stedelijk beeld blijkt belangrijker dan het wonen zelf, hetgeen wellicht in de Italiaanse context acceptabel is.

Dat is mooi meegenomen voor architectuurtoeristen, die alleen het stedelijk beeld en de architectuur van buitenaf bewonderen. Maar na het bestuderen van de plattegronden en details in het boek, hield ik er een kater aan over. Het blijft fascinerend, maar overtuigt niet helemaal meer. In ordentelijke gestapelde woningbouw kijkt men uit op een straat die hier schitterende foto’s oplevert, maar door bewoners alleen even bij thuiskomst even wordt ervaren. De kinderen ke er veilig en droog spelen, maar de ellende is ook dat de veiligheid tussen die prachtige pijlers veel gevoel van onveiligheid moet opleveren. Dat zijn andere kanten van een ontwerp waar ik desalniettemin mooie herinneringen en foto’s aan heb overgehouden.

Alfonso Acocella ontving van de Italiaanse baksteen industrie de opdracht voor het schrijven en volledig vormgeven van zijn boek ‘An architecture of place’, uitgave Editioni Laterconsult, Rome 1992. A4-formaat, 584 blz. Geen ISBN, prijs onbekend. Het boek bevat naast een aantal podocumentaties een uitgebreid deel over de architectuur in baksteen, wereldwijd met op de stofomslag een tekening van het Groningse raadhuis van Natalini en een laatste wat vluchtige documentatie van de bibliotheek in dezelfde stad.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels