nieuws

De rijke geschiedenis van ons toilet

bouwbreed

De Duinenabdij in het Belgische Koksijde wist met een tentoonstelling over de geschiedenis van de wc meer dan 50000 belangstellenden te trekken.

Aanleiding van deze publiekstrekker was de verschijning van het boek van Danny Lamarcq ‘Het Latrinaire Gebeuren’, waarin op levendige wijze de ontwikkelingen worden beschreven die uiteindelijk tot onze huidige wc leidden. “De graad van beschaving van de mens kan men vaststellen aan de manier waarop hij zijn gevoeg doet”

Dat we onze ‘grote en kleine commissie’ afgezonderd en in een speciaal daarvoor gebouwde ruimte ke doen is niet altijd iets vanzelfsprekends geweest. De Romeinen deden het bijvoorbeeld ‘en masse’ op niet afgedekte individuele zitjes van marmer, steen of hout. Het doen van de dagelijkse behoefte was destijds tevens een mogelijkheid om mensen te ontmoeten en contacten te onderhouden.

Ook in de middeleeuwen zien we gemeenschappelijke latrines in kloosters, kastelen en herenhuizen, geplakt tegen de muur boven de slotgracht of beerput, met urinoirs uitgewerkt in de dikte van de muur.

‘Het Latrinaire Gebeuren’ geeft in vogelvlucht de ontwikkelingen tot onze westerse wc. Net als bij zoveel andere materiele zaken, was de mate van het sanitaire comfort afhankelijk van de maatschappelijke positie die men had verworven. Terwijl de gegoede burgerij in de 16de eeuw langzaam maar zeker op gemakstoelen overging, konden de minder bedeelden de bekende (pis)pot op. Deze werden steeds verdekter opgesteld of zo ingepakt dat deze nauwelijks als zodanig te herkennen waren.

Zoals het op de voorkant van het boek afgebeelde boekenzitje; een stapel boeken waarin een toiletpot is verstopt met een achtergrond van onechte boekenrekken en -ruggen. In de Middeleeuwse randen en standen-maatschappij waren het nog altijd de koningen die wat dat betreft eerste klas -dus op fluweel- zaten of reisden, zoals Lodewijk XI die over een draagbaar toilet beschikte.

Earth closet

Voor wie het zich kon veroorloven bestond rond 1730 de mogelijkheid om zittend en beschermd zijn gevoeg op straat te doen. Tegen betaling sloeg iemand dan een kamerjas op, waarachter je je kon terugtrekken.

Doorgaans kwamen de ontlastingen gewoon op straat terecht met alle (stank)overlast van dien. Pogingen van de overheid om de ongebreidelde sanitaire stops in goede banen te leidden blijken vaak tevergeefs.

Voor de grote verandering in de geschiedenis van het watergespoeld toilet moesten we nog enkele decennia op onze noorderburen wachten. Dat de Engelsen op dit gebied een pioniersrol vervulden, kwam omdat hier een relatie werd gelegd tussen de slechte hygienische toestanden en de verspreiding van ziekten. Met een watergespoeld toilet moest deze zorgwekkende toestand tot het verleden gaan behoren.

Astronauten

Het eerste patent (1775) van de wc staat op naam van de Engelse horlogemaker Alexander Cummings. Zijn ontdekking stuitte echter op een daarvoor noodzakelijk waterleidingnet. F.O. Ward omschreef het als volgt: “Het goed functioneren van een stedelijk sanitair systeem staat of valt met een ononderbroken circuleren van water: zuiver water dat de stad binnenstroomt en het vervuilt weer verlaat, zonder dat het onderweg heeft stilgestaan.” Ondertussen werd gezocht naar alternatieven wat onder andere leidde tot de earth closet van H. Moule (1860); een houten zitje met emmer waarop door een hendel een laag aarde, bluskool of as in de te ledigen pot terecht kwam.

Pas na de Tweede Wereldoorlog wordt in West-Europa definitief afstand gedaan van het beerputten- en tonnenstelsel en worden de toiletten op centrale rioleringssystemen aangesloten.

Lamarcq weet het latrinaire gebeuren, met zijn bouwkundige aspecten, op een levendige wijze onder de aandacht van een groot publiek te brengen. Naast de ontwikkelingen die uiteindelijk tot ons kleinste kamertje hebben geleid, bevat het boek veel wetenswaardigheden, zoals de dagelijkse hoeveelheid die we produceren en hoeveel tijd we aan deze terugkerende bezigheid besteden.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Romeinen is onze zit op het toilet een prive-aangelegenheid geworden, waar menigeen zich met krant terugtrekt om het wereldgebeuren tot zich te nemen.

Het accent in het veertien hoofdstukken tellende drukwerk ligt op de verschillende accommodaties die in de loop der eeuwen zijn bedacht om het latrinaire gebeuren in goede banen te leiden. Zo wordt stilgestaan bij de voorzieningen die te land, ter zee en in de lucht zijn aangebracht. Daarnaast wordt antwoord gegeven op praktische vragen als wat doen eskimo’s als ze zonodig moeten en hoe zit dat met astronauten wanneer de nood hoog is?

Ook de laatste technische snufjes ontbreken niet. Japan introduceerde recentelijk een medische toilet dat de urine analyseert, temperatuur, hartslag en bloeddruk meet en nog weegt ook.

Uit de overweldigende belangstelling mag de conclusie worden getrokken dat ‘Het Latrinaire Gebeuren’ in een grote behoefte voorziet. Deze was echter zo groot dat momenteel onderhandelingen gaande zijn om de tentoonstelling naar Nederland en Frankrijk te halen. Ook buiten Belgie heeft men het kleinste kamertje ontdekt.

‘Het Latrinaire

Gebeuren’ door

Danny Lamarcq,

312 blz.

ISBN 90-72931-37-8.

Bron:

Danny Lamarcq

Het latrinaire

gebeuren

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels