nieuws

Bodem van jachthavens onderzocht op vervuilde baggerspecie

bouwbreed

De Commissie Milieuzorg Pleziervaart laat op korte termijn een onderzoek uitvoeren naar de hoeveelheid bagger in de Nederlandse jachthavens en naar de mate waarin deze specie is vervuild. De studie moet nog dit jaar worden afgerond. Nederland telt 1164 jachthavens. Het onderzoek geldt in beginsel voor alle jachthavens.

De HISWA liet in 1990 een vooronderzoek uitvoeren naar de toestand van de waterbodem onder de Nederlandse jachthavens. Daaruit bleek dat de mate van vervuiling overeenkomt met die van het omringende water terwijl de verontreiniging van een kleiner deel werd bepaald door de plaatselijke activiteiten van bijvoorbeeld werven en overslagen voor brandstof. De huidige regels voor bagger leveren nogal wat gevolgen op voor de berging, de stort en de schoonmaak van de specie.

De toestand van de Nederlandse waterbodems baart volgens de HISWA zorgen en dus geldt die bezorgdheid ook voor de jachthavens. Daarbij komt dat het uitermate moeilijk is een baggervergunning te verkrijgen voor andere dan de Rotterdamse havens. Mede daardoor dreigt sluiting. Een Nederlandse jachthaven zou inmiddels voor sluiting staan. De HISWA noemt het niet ondenkbaar dat dit aantal in de komende twee tot drie jaar aanmerkelijk kan stijgen.

Aanpak van de jachthavens brengt kosten met zich mee. Het blijft volgens de HISWA een vraag in hoeverre die zijn te verrekenen met de gebruikers. Boven alles wil de organisatie voorkomen dat het de Nederlandse jachthavens vergaat als de Britse. Als gevolg van forse kostenstijgingen, zij het niet veroorzaakt door baggerwerk, blijft tegenwoordig het grootste deel van de ligplaatsen leeg. In het eenvoudigste geval blijven de uitgaven beperkt tot enig baggerwerk dat per kubieke meter f. 3 tot f. 6 kost. In meer gecompliceerde gevallen lopen die kosten volgens de HISWA op tot f. 500 tot f. 600 per kubieke meter.

Maatregelen

De beheerders van de jachthavens ke de uitgaven voor het onderhoud nog net opbrengen omdat men in de exploitatie rekening heeft gehouden met baggerwerk. De HISWA vindt dat er om die reden niet te lang moet worden gewacht met het treffen van maatregelen. Uitstel kan er toe leiden dat de kosten teveel oplopen. Tot de maatregelen rekent de HISWA ook het nemen van preventieve maatregelen zoals waterbeheer.

Financiele problemen

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten laat intussen onderzoek verrichten naar de financiele problemen rond het uitbaggeren van gemeentelijke (jacht)havens en watergangen. Het plaatselijke bestuur beschikt doorgaans niet over voldoende middelen voor het uitvoeren van deze werken. Het verhogen van gemeentelijke heffingen en belastingen blijkt een steeds gevoeliger zaak. Het rijk vermindert de bijdragen aan de gemeenten en vermeerdert tegelijkertijd de taken en eisen voor het plaatselijke bestuur. Als gevolg van de decentralisatie moet de gemeente terdege afwegen waaraan het ingekrompen budget opgaat.

Slagen de gemeenten er niet in voldoende middelen bijeen te brengen voor het uitbaggeren van bijvoorbeeld de havens dan sluit de VNG sluitingen niet uit. Daarmee dreigt voor de desbetreffende gemeenten economische schade. Ook wanneer het niet tot sluiting komt ke gemeenten voor een verlaging van de inkomsten komen te staan wanneer bijvoorbeeld de binnenvaart te ondiep geworden havens mijdt. In het geval van de watergangen komt door het uitblijven van baggerwerken de afwateringsfunctie in gevaar.

Privatisering van gemeentelijke (jacht)havens levert volgens de VNG weinig voordelen op. Ook particuliere havenbeheerders ke de tarieven niet tot in het oneindige opvoeren. Daarbij zullen ook zij problemen ontmoeten bij het aantrekken van investeringsgelden voor baggerwerk. Het gaat daarbij veelal om grote bedragen. De hoogte hangt samen met de kosten van schoonmaak en stort van bagger. Voorts gaat een niet onbelangrijk bedrag op aan het transport van de bagger.

Mede daardoor kost bijvoorbeeld het aanpakken van de haven van Arnhem ruim f. 25 miljoen.

De VNG zal bij het rijk het beschikbaar stellen van gelden bepleiten. Temeer omdat de gemeenten doorgaans part noch deel hebben aan de vervuiling. Die wordt veelal met het rivierwater meegevoerd. Ook andere redenen maken een bijdrage van de nationale overheid noodzakelijk. Vervuiling verspreidt zich zodat verontreiniging uit niet-schoongemaakte gemeentelijke wateren kan neerslaan in wel-schoongemaakte rijkswateren. In het verlengde daarvan stelt de VNG een grotere aandacht voor preventie voor. Verder dient het rijk er alles aan te doen om vervuiling uit het buitenland te voorkomen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels