nieuws

Nederlandse bouw kijkt kat uit Oosteuropese boom

bouwbreed Premium

Vergeleken met andere bedrijfstakken voert de bouwnijverheid een terughoudend beleid inzake de gang naar het oosten van Europa. Deze terughoudendheid hangt samen met de organisatie van de bouw. Zo richt de aannemerij zich bijvoorbeeld in hoge mate op het verkrijgen van projecten. Pas wanneer zekerheid omtrent de toewijzing van een contract bestaat, zal een bedrijf zich informeren over andere kwesties die te maken hebben met de uitvoering van een po.

Het verzamelen van die informatie verloopt in Nederland volgens A. Elbers van Bouwcentrum International uit Rotterdam uitermate moeilijk omdat nauwelijks iets is geregeld en omdat de wel aanwezige infrastructuur teveel versnipperd is. Groot-Brittannie beschikt daarentegen sinds ruim een jaar over een Europees Bouwinformatiecentrum dat binnen het eigenlijke Britse Bouwcentrum tot stand kwam. Deze organisatie kwam tot stand met steun van onder andere het bouwministerie, bedrijfstakorganisaties, toeleveranciers en architecten.

Aanvankelijk richtte de aandacht zich op Europa maar men gaat tegenwoordig ook in op de toestand in verder gelegen gebieden. De organisatie biedt Britse ondernemers een loket voor informatie over bijvoorbeeld poen en de marktomstandigheden waaronder deze worden aangeboden.

Herkenbaar loket

Ook de Nederlandse bouw zou volgens Elbers wel varen bij de komst van een dergelijk instituut. Of dat inderdaad wordt gesticht hangt af van het succes dat men boekt met het op een lijn brengen van de betrokken instanties. De informatie die daar uit voortkomt dient dan niet beperkt te blijven tot landenstudies, zoals de EVD die verzorgt, maar dient specifiek in te gaan op de bouw in een bepaald gebied.

Op die manier wordt de kloof gedicht tussen macro-economische gegevens en poinformatie. Het Bouwcentrum wil daar aan meewerken door een duidelijk herkenbaar loket te openen en door meer in te spelen op actuele zaken. Op die manier krijgt de brede laag van kleinere bedrijven kennis van feiten die men op eigen kracht nooit zou ke achterhalen.

Transferpunten

De Wereldbank richtte volgens prof. dr. J. Houben van Bouwcentrum Advies zogeheten transferpunten in oostelijk Europa op, waar ook de bouw terecht kan voor onder meer gegevens over bedrijven in oostelijk Europa die samenwerking zoeken met ondernemingen uit het westen. De Wereldbank kan daarbij een lening verstrekken om de voorgenomen samenwerking daadwerkelijk tot stand te brengen.

Deze transferpunten geven ook aan op welke manieren geinteresseerden een gezamenlijk bedrijf ke financieren. Kamers van Koophandel die de belangen van een bepaald land behartigen ke in beginsel ook deze gegevens verstrekken. In het geval van Duitsland valt te denken aan de Duits-Nederlandse of de Nederlands-Duitse Kamer van Koophandel.

Deze instellingen maken gebruik van een goed ingerichte infrastructuur die in het oosten van Europa echter niet of nauwelijks is ontwikkeld. Daarbij is het niet altijd duidelijk wie achter een Kamer van Koophandel zit omdat iedereen zo’n organisatie kan oprichten.

Grotere verbanden

De bouwnijverheid zou de markt in oostelijk Europa ook ke opgaan in gezelschap van bedrijven die niet onder de bouw ressorteren. Een voorbeeld daarvan biedt volgens Houben een winkelbedrijf dat bijvoorbeeld in Polen een vestiging wil openen.

Dit vereist van de bouwondernemers dat ze in grotere verbanden denken. Ook hier geldt de voorwaarde dat de informatievoorziening langs een zo goed mogelijk ontsloten circuit loopt. De overheid zou hierin een functie moeten hebben. Dat laatste komt wel enigszins aan bod in het Exportplatform, zij het dat deze instelling vrijwel alleen macro-informatie biedt en missies uitstuurt en niet ingaat op specifieke poinformatie.

In deze opzet valt dat laatste onder de verantwoording van de ondernemers die daarvoor nauwelijks ergens terecht ke. Daarbij gaat het om informatie die als gevolg van de omstandigheden doorlopend verandert en dus de betrokkenheid van meerdere partijen vergt die zelf deel uitmaken van die omstandigheden.

Bouwcentra

Te denken valt hier volgens Elbers en Houben aan de bouwcentra die als een spin in het web zitten. Wereldwijd bestaan er zo’n 50 bouwcentra die verenigt zijn in de centrale organisatie UICB. Deze instellingen vertegenwoordigen temeer een groot belang omdat ze niet zelden rechtstreekse contacten onderhouden met de desbetreffende ministeries. In het geval van het Nederlandse Bouwcentrum ke ondernemers ook medewerking vragen voor de opzet van een gezamenlijk bedrijf.

De Nederlandse overheid en de Europese Unie dragen gelden bij voor de realisatie ervan. Mede door de internationale aanbestedingen en de werking van de Europese regels begint het bouwbedrijf zich meer internationaal te orienteren. De voortgang van dat proces verloopt langzaam. Het mag evenwel niet de indruk wekken dat de Nederlandse bouwnijverheid zich minder dan het buitenlandse bouwbedrijf over de grens presenteert. Gezien de economische en financiele resultaten boert de Nederlandse bouw in het buitenland zeker niet slecht. Daarbij draagt elk po bij aan een verdergaande internationale ontwikkeling.

Reageer op dit artikel