nieuws

Japanse bouw haalt meer werken binnen

bouwbreed Premium

De vijftig grootste aannemers van Japan hebben tussen juli 1993 en juli 1994 ruim 17,8 procent meer opdrachten binnengehaald. De particuliere sector plaatste 24,1 procent meer orders.

Dit gegeven toont aan dat de Japanse bouw minder afhankelijk wordt van publieke werken. De openbare sector vergrootte het aantal opdrachten met 12,1 procent in de genoemd periode. In juli van dit jaar groeide de woningbouw met 5,8 procent en boekte daarmee voor de vierde achtereenvolgende maand een toename. Het gaat hierbij vooral om de bouw van koopflats.

De Japanse markt voor openbare werken blijft met een omvang van om en nabij – 180 miljard vooralsnog ’s werelds grootste. Deze markt blijkt voor buitenlandse aannemers het moeilijkst te betreden. De oorzaak daarvan ligt onder meer in de forse concurrentie van het Japanse bouwbedrijf en in de weerstand van de ambtelijke sector tegen niet-Japanse bedrijven. Vooral Amerikaanse aannemers en architecten tekenden protest aan tegen deze gang van zaken en zetten daarmee een reeks van ongemakkelijke handelsgesprekken in gang. Uit deze overlegrondes volgden Japanse toezeggingen Amerikaanse aannemers en architecten kansen te geven in te schrijven op bepaalde poen. Tot op heden leverde dit nog weinig resultaat op en evenals voorheen ondervinden buitenlandse bedrijven nog aanzienlijke problemen.

Allerwegen doet de verwachting de ronde dat de gang van zaken omtrent de Amerikaanse toetreding tot de Japanse markt de toon zal zetten voor het handelsoverleg voor andere sectoren.

Aanbestedingen

Sinds 19 januari ke Amerikaanse ondernemingen inschrijven op aanbestedingen van 114 overheidsinstellingen en publieke bedrijven. Tot nog toe maakten slechts tien daarvan hun jaarlijkse bouwplannen bekend. Ruim honderd lieten weten dat hun poen niet aan de minimumeisen inzake omvang voldoen. Naar verluidt komt dat laatste vooral tot stand door het opsplitsen van werken in kleinere eenheden. Anderzijds stellen nogal wat organisaties die onder de januari-regeling vallen dat ze niet weten hoe ze moeten omgaan met de nieuwe regels en welke poen openstaan voor buitenlandse offertes.

Kostenbewaking

Buitenlandse architecten ke alleen inschrijven op werken met een waarde van meer dan om en nabij – 1,3 miljoen. Als gevolg daarvan komen alleen grootschalige Japanse poen in aanmerking. Wordt een opdracht toegewezen aan een niet-Japans bedrijf dan krijgt de laatste de niet onbelangrijke mogelijkheid de markt te openen voor andere niet-Japanse ondernemers. Een ontwerper stelt namelijk de materialen vast die de aannemer gebruikt. Daarmee kan de Japanse markt open gaan voor buitenlandse toeleveringen. Het aantal grootschalige poen in Japan is relatief beperkt maar daarom niet minder interessant. Te denken valt aan de aanleg van de tweede snelweg tussen Tokyo en Osaka en aan de bouw van de luchthaven Chubu nabij Nagoya.

Het blijft een feit dat grote Japanse bedrijven nauwe banden aanknopen met onderaannemers. Onderlinge harmonie staat daarbij voorop. De gang van zaken bij niet-Japanse ondernemingen is bij de meeste onbekend en wekt de verwachting nogal af te wijken van de Japanse aanpak.

Onder meer de Amerikaanse aannemerij ziet in een andere aanpak een concurrentievoordeel. Japanse bouwers zijn minder snel geneigd nieuwe technieken te gebruiken. Mede daardoor rekenen ze voor hun diensten hogere kosten. In het geval van het onlangs opgeleverde vliegveld Kansai nabij Osaka bleken de meerkosten wel erg hoog opgelopen. In het verlengde daarvan valt te verwachten dat de Japanse overheid toch meer zorg aan de kostenbewaking rond de realisatie van Chubu zal besteden en om die reden meer naar niet-Japanse bedrijven zal omzien.

Reageer op dit artikel